Showing posts with label Jakarta. Show all posts
Showing posts with label Jakarta. Show all posts

Spekkoek - Het leven van Julie, een Indisch meisje

Het verhaal over Julie laat zich lezen zoals het recept voor een te bereiden Indische spekkoek. Het verhaal is opgebouwd uit vele laagjes met ingrediënten uit Nederlands-Indië, Nederland en vele andere landen. Julie is geboren op Java. Onderdeel van een voormalige kolonie waar de Nederlanders meer dan 350 jaar aanwezig zijn geweest. Een Rijksgebiedsdeel wat de Nederlandse regering na een bittere strijd in 1949 op heeft moeten geven. 

Uiteindelijk vertrokken vanaf 1945 meer dan 350.000 Nederlanders of 'gemengdbloedigen' naar een vaderland waar het merendeel nooit eerder was geweest. Een land wat zij alleen maar kenden uit verhalen. Naar een land wat niet écht zat te wachten op deze grote toevloed van voor het merendeel bruin getinte immigranten.  

De boekpublicatie zal een andere structuur hebben dan deze blog berichten. De in dit blog opgenomen artikelen zijn het resultaat van nog niet afgesloten onderzoek of eigenlijk een zoektocht en zullen wat dit blog betreft ingaan op de geschiedenis van Julie in Nederlands-Indië en later in Nederland. Anders dan het boek biedt dit blog de gelegenheid foto's te bekijken en door te 'linken' naar andere website's die als bron hebben gediend of nadere toelichting geven. 

In dit blog ligt het accent met opzet niet op de bekende Indische Tempo Doeloe sfeer waarin gedroomd wordt over het oude Indië en het vaak geromantiseerde verleden. Het accent ligt op verdringing en ontkenning van een soms bitter en zwaarmoedig stemmend verleden en de invloed die dit heeft gehad op Julie's leven en daardoor ook op haar kinderen en verdere nakomelingen. De in dit blog verkorte impressies uit het leven van Julie  worden afgewisseld met feiten die soms een geheel nieuw licht werpen op de reeds bekende verhalen uit Nederlands-Indië die door mythe vorming, ontkenning maar ook relativering achteraf kleuren kregen die in die periode nooit werden gebruikt. 


Toen Julie in 2001 overleed had zij een dunne kartonnen map voor de schrijver van dit verhaal achter gelaten met daarop zijn naam en de tekst 'Alle belangrijke bewijsstukken'. De schrijver van dit blog ben ik. Als zoon heb ik jarenlang een moeizame relatie gehad met Julie en ook met haar echtgenoot Anton. Want Anton is mijn vader. Als zoon moest ik mij eerst trachten te bevrijden uit de klemmen en voetangels die het opgroeien bij Julie en Anton hadden veroorzaakt. 

En is dat gelukt, ben ik vrij? Immers, die rotoorlogen in Nederland en Indië hebben een grote rol gespeeld in het steeds maar groeiende gezin van Anton en Julie. Ik ben geboren aan het begin van de 'grijze' jaren vijftig. In een gezin wat gedomineerd werd door twee culturen. In de periode toen het Nederland van mijn vader zich herstelde van de gevolgen van de 1940-1945 oorlog en het Indonesië van mijn moeder zich tegen de zin van de Nederlandse overheid los wenste te maken van Nederland. 

Pas vanaf de jaren '60 kreeg Nederland weer kleur. De welvaart nam toe. De opbouw van het land als gemeenschap met dezelfde regels en wetten werd minder belangrijk. Het individu mocht zich laten zien. Het werd 'ik ben' of 'ik wil'. Er kwamen nieuw immigranten vanaf de jaren '60. Immigranten die zich zeker niet zo makkelijk en stilzwijgend zouden vestigen als de Indo's. Zij worden allochtonen genoemd. 

En thuis? Was het wel een thuis? Bij Julie en Anton? Daar waren twee culturen. De overheersende Hollandse cultuur van Anton en de bescheiden maar trotse Indo-Europeese cultuur van Julie. Met aanvullingen en kleine verwijzingen van haar moeder Charlotte die regelmatig een paar maanden in  huis woonde en dan, na woorden met Anton weer voor een paar maanden verdween om pas later in de jaren zestig volledig in te trekken. 

Er was door de aanwezigheid van oma Charlotte altijd, die bijna ongrijpbare Indische zweem in huis. De warme geur van een Indische kruiden die wat onverschillig in potjes en zakjes in de buurt van de grote pannen met Hollandse pot stonden. Ik ging op vijftien jarige leeftijd het huis uit. Het was mij 'thuis' te benauwd geworden  Heb ik dan niets meer over je te zeggen; vroeg Julie. Ik had afstand nodig. Om soms vanuit de verte wat dichterbij te komen. Om te luisteren en te vragen. Ma, wat is er vroeger toch gebeurd? Met Pa en jou?

Het duurde bijna vijftig jaar om de puzzelstukjes van het leven van Julie en Anton te verzamelen. Om hún leven  proberen te begrijpen en waar zij vandaan kwamen. Anton sprak veel maar vertelde eigenlijk weinig. Julie was zwijgzaam en gesloten. Maar áls Julie vertelde dan waren het vaak korte en indrukwekkende en veelal zeer gedetailleerde flarden van kindergeluk en later zware beproevingen. Er bevonden zich wat foto's in het dossiermapje. En een schrift met een kartonnen kaft uit Thailand 1996. Julie was op weg gegaan naar Indonesië Julie maar durfde uiteindelijk niet door te reizen. In dit schrift het begin van een door Julie begonnen biografie waarin de hoofdpersonen zoals haar grootouders en ouders gefingeerde namen kregen. Daarnaast circa veertig brieven en 'doorslagen' van getypte brieven en brieven die Julie 'bewijstukken' noemden. Brieven aan Anton, de kinderen en aan haar broer. Jarenlang lag het 'dossier' op een boekenplank in mijn kast. 

Pas eind 2010 was er voldoende afstand om de weinige brieven en documenten door te nemen. Het zeer beperkte aantal foto's en de korte alinea's uit haar brieven schetsen een beeld van haar onrustige jeugd en de verschrikkingen tijdens de Japanse bezetting van 1942 tot 1945 met daarna de Bersiap-periode toen de Indonesische Nationalisten het roer in Indonesië over wilden nemen. In het najaar van 1946 vertrok Julie met haar twee jonge kinderen en haar moeder naar Nederland. Naar een land waar Julie als 26jarige oorlogsweduwe bepaald niet met open armen werd ontvangen. 

Dit blog is de gedeeltelijke weergave van een tocht door het verleden van Julie afgewisseld met de toenmalige actualiteiten en bevat als voorpublicatie verkorte schetsen uit een nog samen te stellen boekpublicatie waarin met name de geschiedenis van Julie en de mensen om haar heen vanuit een psychoanalytisch perspectief wordt beschreven. Met specifieke aandacht voor 'verdringing' en 'ontkenning' en de gevolgen hiervan. 

Een andere rol speelt ook het 'relativeren' van hetgeen gebeurd was. De drie genoemde afweermechanismen spelen een grote rol bij de behoefte om te willen 'vergeten' maar vragen ook veel energie die tot geestelijke uitputting en depressies kunnen leiden. Vanaf het begin van de jaren '70 in de vorige eeuw had Julie steeds vaker terugkerende korte en langere perioden met depressies en had grote moeite haar verdriet maar ook boosheid over hetgeen haar in het verleden was overkomen onder woorden te brengen. 

Juist door het alsmaar relativeren en het ontkennen (ach, het viel wel mee, anderen hebben het zwaarder gehad) zorgde verdringing voor emotionele onbereikbaarheid en steeds langer durende  'verdriet perioden' bij Julie. Waarbij Julie zich afsloot voor haar directe omgeving en zich verstopte in haar atelier.

Het tekortschieten van de taal om te kunnen overbrengen wat was doorgemaakt is een terugkerend thema in het werk van Dr. Hans Keilson. Het is een thema wat ook op gaat voor de in Indonesië geboren Indo's die volgens de Nederlandse overheid zo 'succesvol en geruisloos' zijn geïntegreerd in de naoorlogse Nederlandse samenleving. Julie en de auteur van dit blog hebben Hans Keilson als therapeut gekend. Dit blog is geschreven in de geest van de uitspraken die Hans Keilson in een interview* deed. 

Het wezen van de psychoanalyse is dat je op de bank ligt en vrijuit associeert zonder ook maar iets te verzwijgen. 

Je moet precies de dingen die je niet graag hoort over jezelf kunnen zeggen, zodat je weet wat er in je leeft. 

Je moet eerlijk zijn tegenover jezelf, ook al schaam je je dood voor je gedachten. 


De uitspraken van Dr. Keilson zijn de basis voor de aanstaande blogberichten. Wie was Julie? Wat is haar overkomen? Het is een onderzoek naar achtergronden en een zoektocht naar het begrijpen van een intelligente en artistieke vrouw met een multiculturele achtergrond die in een door economische crisissen en oorlogen geplaagde wereld naar eenvoudig 'geluk' zocht.

Alinea's uit de brieven van Julie zijn aangevuld met teksten uit krantartikelen waarin Julie over zichzelf verteld. In het blog worden telkens momentopnames opgenomen die zich later tot een geheel zullen vormen. De traumatische gebeurtenissen tussen 1941 en 1946 gaan vooraf aan een onrustige periode waarin Julie opgroeit en volwassen wordt. In 1940 en in 1941 krijgt Julie twee kinderen. Na 1946 zal  Julie voor de tweede keer trouwen en nog eens 12 kinderen krijgen. 

Ondanks de ook bij Julie zo bekende Indische zwijgzaamheid heeft Julie tijdens de laatste 20 jaar van haar leven momenten gehad waarin zij iets meer los liet dan voorheen. Het geheugen is niet altijd even betrouwbaar maar foto's, agenda's, boeken, kranten, archieven, filmmateriaal gesprekken met kinderen, vrienden en kennissen van Julie brengen weer veel geschiedenissen tot leven. Langzaam bouwen zich de laagjes op net zoals bij het maken van spekkoek ofwel Lapis Legit. 


De omgeving waar Julie is opgeroeid heeft een uitzonderlijk rijke culturele geschiedenis die vele jaren ouder is dan Nederland. Miljoenen jaren oude vulkanen die op gezette tijden actief werden zorgden voor een uiterst vruchtbare bodem. Er bevinden zich eeuwen oude tempelcomplexen met verborgen mythische verhalen waar Julie al heel jong veel over hoorde en ook vaak op bezoek is geweest. Paleizen waar de Sultanaten zich hadden gevestigd met landerijen die plantage's werden waar Julie's voorouders zijn geboren. Java was het eerste eiland in Indië waar Nederlanders en andere Europeanen veel geld verdienden en zich daarnaast vermengden met de lokale bevolking. 

Al bij aankomst van de VOC schepen rond 1600 begon de vermenging met de lokale bevolking. De eerste Indo-Europeanen waren al geboren uit de Portugezen in de jaren daarvoor. Er werd handel gedreven, er kwamen havens, verharde wegen en spoorlijnen. Er werden plantages aangelegd en fabrieken gebouwd. Er ontstonden Europese en Chinese wijken tussen de kampongs in de almaar groter groeiende steden. De rond 1900 geïntroduceerde Ethische Politiek zou de samenleving in Nederlands-Indië van meer gelijkheid en welvaart moeten voorzien.

Het verhaal van Julie begint op Java rond 1840 in de omgeving van Soeracarta. Het was de periode van het landrentestelsel daarna volgen het cultuurstelsel en de ethische politiek. Meer dan 1000 jaar geleden werden er grote en kleine boeddhistische tempels gebouwd. Met de komst van de Islam op Java en de omringende eilanden werden er vele grote en kleine moskeeën gebouwd. Later kwamen er de kerken en kloosters en er werden verharde wegen aangelegd en steden met flinke Hollandse gebouwen en grote en kleine huizen in Hollandse stijl. 

Hollandse invloeden in het land van een bevolking die al duizenden jaren op de vele eilanden woonden en die hun eigen animistische tradities zouden vermengen met  nieuwe religies en door buitenlanders opgelegde wetten. Julie groeide op in een Nederlands-Indisch gezin. Een Indo-Europeese familie. 

Als Julie, eenmaal in Nederland aangekomen een gezin sticht worden deze 'roots' opnieuw doorgegeven. Er wonen heden circa 1 miljoen mensen in Nederland met gedeeltelijk Indisch DNA. In het huidige Indonesië wonen volgens schattingen meer dan 7 miljoen personen met Hollandse roots. In 1920 het geboortejaar van Julie, was het oude Indië al meer dan 300 jaar de belangrijkste externe inkomstenbron van Nederland. Een zeer gering aantal witte Europeanen had de leiding over meer dan 70 miljoen 'onderdanen'. De gemengdbloedigen zoals de vader en moeder van Julie bevonden zich op een lager (wettelijk) niveau. Bij gebrek aan een heldere cultuurpolitiek lag de nadruk op geld verdienen en onderdrukking van de lokale bevolkingen en zeker niet op het in stand houden van het culturele erfgoed. 

Hoe donkerder de huid des te minder kansen op een 'goede functie' tussen de blanke overheersers. Er waren wetten en regels om de blanke Europeanen te bevoordelen t.o.v de Indo's of inheemse bewoners. De verontwaardiging was groot in Nederland toen de Japanners steeds dichterbij kwamen. Dwz Nederland was al bezet door de Duitsers maar de vlot naar Engeland 'uitgeweken' Nederlandse regering vond toch nog tijd en de wijsheid om in 1941 de oorlog aan Japan te verklaren. 


In 1942 werd Nederlands-Indië binnen een paar maanden door de Japanners bezet. De Japanners wisten eigenijk niet zo goed wat zij aan moesten met de gevangen genomen Nederlanders. De Nederlanders waren immers hun 'Vaderland' al kwijt aan de Duitsers. De Nederlanders die in kampen werden opgesloten weigerden zich als 'verslagen' volk aan te passen aan de regels van de Japanse bezetters. De Indonesiërs waren in eerste instantie blij dat zij van de Hollanders af waren. De gemengdbloedige 'Indo's' werden niet in kampen opgesloten maar hadden als 'buitenkamper' een buitengewoon onzeker bestaan en werden door de Japanners, Indonesiërs en Nederlanders gewantrouwd want waren zij Europeanen of Indonesiërs?  

Er kwam een nieuwe vlag in 1942. De Nederlandse scholen gingen dicht en het Nederlands werd afgeschaft men moest een nieuwe taal leren en de zeden en gewoontes van de Japanners leren accepteren. De blanke Nederlanders werden in afgeschermde wijken of kampen opgesloten en de meer dan 200.000 'gemengdbloedigen' moesten kiezen. Indonesiër worden of ook het kamp in. Dat werden de 'buitenkampers'. Omdat Julie er zo Indisch uitzag en over de juiste papieren kon beschikken werd zij niet geïnterneerd. 

Julie bleef buiten de voor de Europeanen ingerichte kampen. Er volgde voor Julie alsnog vier jaar van verraad, vluchten, vernederingen, gevangenneming en vele ontberingen voordat zij haar kinderen weer bij zich zou hebben. Julie was vanwege het uitdelen van voedsel (de Japanners beschouwden dat als een verzetsdaad) in 1943 mogelijk verraden door een nichtje. Na het einde van de Japanse bezetting werd Julie door verschillende Indo's die wél in de kampen hadden verbleven voor Jappenhoer uitgemaakt omdat zij buiten de kampen had weten te overleven?  

Vanaf 1945 probeerde Nederland weer het 'gezag' in Nederlands-Indië te herstellen maar de Indonesiërs wilden niet opnieuw 'bezet' worden. Zeker niet door de Hollanders die immers van de Japanners hadden verloren toen het er op aan kwam. Opnieuw volgde een periode van vervolging, opsluiting, honger, ziekte en grote onzekerheid voor de Nederlanders de Indo's maar ook voor de Indonesiërs. In Julie's bescheiden dossiermap bevinden zich ook brieven omtrent haar scheiding in 1992 van Anton, haar tweede echtgenoot. 

Uit de brieven in het mapje valt op te maken hoe bijzonder goed het geheugen van Julie was. Details uit haar leven na aankomst in Nederland werden moeiteloos opgeschreven tot eind jaren '90. Dit in tegenstelling tot haar geslotenheid over de periode's van haar leven van vóór 1947. De brieven die Julie in 1999 aan haar broer Boy schreef lichten de sluiers van het verleden opnieuw enigermate op. 


De kinderen van Julie en Anton groeiden op met ouders die beiden een zeer verschillende culturele achtergrond hadden. Julie en Anton hebben beiden een andere oorlog meegemaakt. Zij hebben een onvergelijkbare jeugd gehad die ook binnen hun relatie een grote rol zou spelen. Samen kregen zij twaalf kinderen. Julie had al twee kinderen en Anton had reeds vijf kinderen uit eerder relaties. Er zijn heden meer dan vijftig kleinkinderen. In hoeverre de gebeurtenissen en trauma's uit het verleden van Anton en Julie effekt op hun kinderen en kleinkinderen hebben is een ander verhaal. 

In dit blog wordt de geheimzinnigheid en terughouding rond de achtergrond van Julie afgewisseld met de soms heftige verhalen die Anton over 'zijn' oorlog en de grote vooroorlogse crisis vertelde. Over zijn leven van vóór en tijdens de oorlog was net zoals over het leven van Julie niet veel bekend. Hun beider jeugd, hun oorlogservaringen en het Nederland van ná de oorlog hebben echter een groot individueel effekt op hun opgroeiende kinderen gehad. De magere inhoud van de bruine dossiermap van Julie is een lange en bijzondere reis geworden door het verleden van Julie en vele anderen. Een verleden wat met zekerheid ook in het DNA van hun kinderen en hun kleinkinderen te vinden zal zijn.

PS. In december 2013 is dit blog bijna drie jaar oud. Er zijn nog vele vragen niet beantwoord. De zoektocht gaat voort. Dankbaar ben ik voor de vele warme en soms zeer warme en emotionele reacties van lieve mensen die mij advies en tips gaven maar ook hun persoonlijke ervaringen met mij deelden.  


Julie hield o.a. van de gedichten van Leo Vroman hieronder twee citaten:


Aan een vriend

Ach, laten wij geen ogenblik bederven
voor wie van ons het eerst zal moeten sterven,
en laten wij ook nimmer praten
van alles wat wij huichelden en haatten.

Julie vond vooral deze regel heel mooi:

Ach, laten wij het leed dat men ons deed, vergeten,
God zal het allemaal wel weten

De laatste regels uit het gedicht Vrede uit ‘Slaapwandelen' 1957 passen meer bij haar echtgenoot Anton die tijdens de oorlog in Amsterdam verbleef.

Kom vanavond met verhalen
hoe de oorlog is verdwenen, 

en herhaal ze honderd malen: 

alle malen zal ik wenen.

**
Toen de Japanners Nederlands-Indië binnengevallen waren, werd de in Batavia afgestudeerde wetenschappelijk onderzoeker en Dichter Leo Vroman (‘Liever heimwee dan Holland’) geïnterneerd en verbleef in verschillende kampen onder andere in Bandoeng, Tjilatjap, Batavia, Singapore, Osaka en Nagaoka. Na de oorlog ging hij in New York wonen en werken. Hij is een van de circa 50.000 personen die na gerepatrieerd te zijn buiten Nederland is gaan wonen.






We gaan op reis naar Tropisch Nederland






Het handschrift van Julie 1999 met de tekst die op de dossiermap staat













Pas op hoge leeftijd liet Julie iets méér los. 
Bijvoorbeeld in de binnenzijde van een boek


Hieronder een 'kladje' gevonden in een schrift. Circa 20 pagina's van een script wat een aanzet zou moeten worden tot een biografie in boekvorm. 

Julie is er in 1996 in Thailand aan begonnen. Zij schreef het in de Engelse taal. Vermoedelijk om 'emotioneel afstand' te kunnen houden van de 
pijnlijke ervaringen maar ook vanwege het grote gemis van haar 
geboorteland waar zij zo dichtbij was maar niet naar toe durfde te gaan. 


1996 - Het boek over Julie zal met deze pagina beginnen.

San Remo 8 december 2000 

Julie en haar vriend Carlo Maglitto in Bangkok 1996

1988 Amsterdam, Anton en Julie

1969 December - Julie met Marco de laatst geboren baby

Julie midden jaren '60 in haar kleine thuis-reclamebureau

Eind december 1959 komt na jaren van moeilijkheden het gezin van 
Gerard van der Steur vanuit Java in Amsterdam aan met de ss Zuiderkruis. 
Gerard is de broer van Julie en werd Boy genoemd. 
Het gezin was nooit eerder in Nederland geweest.  


1959 Aankomst in Amsterdam. Links Boy van der Steur en naast hem Julie. 
Boy en Julie hadden elkaar voor het laatst in Jakarta oktober 1946 gezien. 
Boy heeft van 1943 tot 1945 als Romusha - dwangarbeider onder 
de Japanse bezetters moeten werken. 

1959 December - Julie met negen kinderen. 
De oudste twee kinderen staan niet op deze foto en er zouden 
nog drie kinderen geboren worden in 1960, 1964 en 1969

Amsterdam 1952 Anton en Julie

Soerabaja - April 1940 William en Julie

1937 Julie aan de Merdikaweg - Bandoeng


Julie circa 1927 - In de buurt van Solo ofwel Soerakarta




het zal het enige recept in dit blog zijn!


1942 Oorlog

  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS

1932 - 1936 Julie groeit op 3

Julie was een rustige en onopvallende leerling op de Hogere Burger School in Bandoeng. Van 1932 tot 1933 fietste Julie elke ochtend vanuit haar woonwijkje bij het Andir vliegveld naar de Bilitonstraat in het centrum van Bandoeng. Een van haar beste vriendinnen was Nel Chevalier en ook haar nichtje Dorothea ofwel Deetje Heyligers zat in haar klas. Nauwelijks meer dan 10 jaar later zou een andere vriendin Marie en Deetje een belangrijke rol in het leven van Julie gaan in nemen. Het merendeel van de leerlingen op de dure HBS was van Europese afkomst. Blanke ouders met blanke gezinnen. Dat waren niet alleen Nederlandse maar konden ook Duitse, Engelse of uit andere Europese landen afkomstige kinderen zijn wier ouders of soms al hun grootouders zich op Java hadden gevestigd ver voor 1900 en succesvol waren geweest. Een veel kleiner percentage waren de ‘gemengd bloedigen’ of ‘Vreemde Oosterlingen’. 

Er waren kinderen van succesvolle Chinezen of uit Armeense gezinnen of andere gemengde kinderen met bijvoorbeeld Hollands/Indisch, Hollands/Japans, Hollands/Chinees,  Hollands/Arabies  bloed. Deze diversiteit gaf geen problemen zolang deze kinderen maar uitstekend Hollands spraken en ook duidelijk de zeden en gewoontes van de Hollandse gemeenschap hadden overgenomen via hun ouders.  Natuurlijk was het hoge schoolgeld eveneens een mooi selectie criterium. Voor gegoede 100% Indonesische kinderen was deze privé HBS geen voor de hand liggende keuze. Liever gingen de rijkere Indonesische kinderen naar scholen waar meer landgenoten op zaten. Alhoewel het Indische nationalisme bestreden werd door de aanwezige Nederlandse overheden broeide en bloeide het steeds opnieuw op. De Indonesiërs wisten onderwijl heel goed dat goed opgeleide landgenoten een sterk wapen tegen de 'Belanda onderdrukkers' zou kunnen zijn. 

Julie las wel in de kranten dat er soms problemen waren met de inlandse Nationalisten maar kon toen nog niet overzien waar het hen om ging. Pas toen zij haar moeder in Bandoeng tijdens een NSB optocht met gestrekte arm zag lopen was zij diep geschokt en ook beschaamd en ontwaakte er bij Julie een voorkeur voor de vredesbeweging en het bijbehorende pacifistische gedachtengoed.

Julie schrijft in 1999 aan haar broer


Julie’s vader Ferdinand, verbleef inmiddels in India en op de Filippijnen en moeder Charlotte voelde zich alleen en in de steek gelaten. In het voorjaar van 1933 begon zij een verhouding met een Indisch/Chinese ‘kaartlegger’ en nam steeds minder tijd voor haar kinderen. Haar bezoek aan India met Ferdinand was geen succes geworden. De liefde was uit het huwelijk verdwenen en Charlotte had grote moeite gehad met de mentaliteit van de Indiërs en de Engelsen in het verre Bengalen. Na een paar maanden kwam zij alleen terug naar Bandoeng. Eigenlijk wist Charlotte zich geen raad met haar twee kinderen. Zonder personeel en met een 'krappe beurs' voelde Charlotte zich enorm in haar vrijheid beperkt en vooral tekort gedaan door de mensen om haar heen die haar voortdurend verlieten. Haar moeder was gestorven toen zij twee jaar oud was en daarna was zij binnen haar familie voortdurend van hand tot hand gegaan om uiteindelijk als zevenjarige naar een strenge kloosterorde met interne meisjesschool gebracht te worden. Waar zij tot haar 17de levensjaar zou blijven. 

Later zou Julie schrijven dat Charlotte nooit liefde heeft gekend. Eigenlijk bedoeld Julie ook dat haar moeder niet in staat was geweest om liefde te geven.



Aan de rustige en landelijke opgroei periode op het suikerfabriek terrein omringd door de landerijen, de gezellige kampongs en de vele tempels was door het verhuizen naar Bandoeng een einde gekomen. Julie miste de verhalen van haar Baboe over de oude Javaanse Prinsen en Prinsessen over de inlandse tovenaars met hun geheimzinnige krachten. 

Zij miste de gezelligheid van haar vader. Zijn grapjes en wijze woorden en de verhalen die hij vertelde uit de vele boeken die hij las. De prachtige muziek uit zijn grammofoon en vooral zijn handen die lang en slank waren geweest en haar vaak hadden opgetild. De economische crisis bevond zich in 1934 op een hoogtepunt en bracht met name veel Indische families op de rand van de financiële afgrond door de draconische bezuinigingen op het overheidsapparaat. Ook de inlandse bevolking had het bijzonder zwaar. Telkens opnieuw zou Julie zich aan moeten passen aan de nieuwe regels in elk gezin waar zij (tegen betaling door vader Ferdinand) werd ondergebracht. Na één jaar op de privé HBS moest Julie vanwege geldgebrek vertrekken naar de minder goed bekend staande en zeer religieuze Zusters Ursulinen HBS bij het Pieterspark. 

Uit het Godsdienst onderwijs op die school heeft Julie vooral genoten van de brieven van Paulus en de verhalen over de kleine en grote Heilige Theresia. Maar ook de Max Havelaar van Multatuli sprak haar aan naast de vele jeugdboeken die zij met vriendinnen ruilde of in de bibliotheek leende. Hieronder een fragment uit de Paulus Brieven die ook veel later door Julie werden herlezen:

‘Wil iemand zich op iets beroemen, laat hij zich op de Heer beroemen,’ want niet wie zichzelf aanprijst is betrouwbaar, maar wie door de Heer wordt aangeprezen.


Het was deze laatste zin uit deze brief die de kern zou worden van een grote aversie in Julie tegen 'opscheppers' en mensen die zich groter maakten dan zij eigenlijk waren. Hierbij past het in Indië veel gebruikte woord 'branie'.
Julie werd in die periode op haar manier zeer religieus maar zij voelde toen al de 'politiek' die vanuit de Kerk(en) bedreven werd. Zonder haar ouders werden bepaalde heiligen in die periode haar geestelijk leiders. Hierdoor kreeg zij een soort innerlijke kracht om alsnog de HBS met zeer goed cijfers af te sluiten en de dagelijkse problemen te kunnen relativeren. In tegenstelling tot haar nichtje Dee want die was gezakt voor het examen. Hierdoor moest Julie vertrekken uit het gezin van Dee waar zij het laatste schooljaar had doorgebracht. Julie zou Dee te weinig hebben geholpen volgens de moeder van Dee. 

Religie was voor Julie geen doel maar een middel om de ‘kleine dagelijkse ellende’ te kunnen ontlopen. Als het tegen zat dan fietste (vluchtte) Julie graag naar de kerk om gewoon even tot rust te komen of haar verdriet te kunnen vergeten. Sociaal deed Julie net voldoende om niet in de problemen met haar omgeving te komen. Julie had zich zelf aangeleerd om zich ondanks de grote problemen om haar heen, volledig af te sluiten en geconcentreerd aan een door haar gekozen doel te wijden. 


Pas vanaf 1970 zou Julie een aantal religieus bepaalde denkbeelden verlaten, behalve haar principe van 'vergeven en vergeten'. Het waren met name de urenlange en hevige discussies in haar kantoor aan huis met Pater J. Creighton* oud hoofd redacteur van De Linie en zijn 'zieltjeswinnerij' zoals Julie het later noemde, die haar op andere gedachten hebben gebracht. Met name het feit dat bijvoorbeeld de katholieke kerk zo weinig voor de Molukkers tijdens de bezetting in Indië had ondernomen zat haar flink dwars. Haar kleine kantoor gaf Julie de ruimte die zij nodig had om zich af te sluiten voor haar grote gezin. Zij schreef aldaar haar teksten en werkte reclamecampagnes uit maar het gaf haar ook de ruimte om te mijmeren over zaken die haar pijn hadden gedaan in haar jeugd en in de periode daarna. Toen zij jarenlang op de vlucht was. En over de rol van de kerk. Een periode waar zij door Pater Creighton aan herinnerd werd.


Op 5 April 1935 bracht Gouverneur B.C. Jonge een werk bezoek aan Surakarta (Solo). De koelieordonantie was toen nog niet geheel afgeschaft. Het was deze Gouverneur die door Nederland "De kolonie is er voor het moederland en niet andersom" was aangesteld om grote bezuinigingen in Ned.-Indië door te voeren en zodoende het Staats Inkomen in Nederland met de jaarlijkse 400 tot 600 miljoen gulden uit Indië op peil te houden. De pracht en praal van zijn bezoek staat in schril contrast met de armoe lijdende inlandse bevolking. Waarvan er maar circa 6% naar school ging. Julie was nog te jong om te bevatten wat er eigenlijk gaande was maar vertelde later wel dat zij op school of thuis geen kritische vragen mocht stellen. Uitbuiting van de inlandse bevolking werd verdedigd met argumenten zoals nieuwe scholen (circa 180 Hollands-Inlandse scholen voor 30 miljoen kinderen?) en aanleg van een infrastructuur die vooral bedoeld was om nog makkelijker zaken te doen in het belang van de blanke bevolking en de Nederlandse regering. 


"Driehonderd jaar hebben wij hier al met klewang en knuppel geregeerd en over driehonderd jaar zullen we dat nog wel doen", aldus de gouverneur-generaal van Nederlands-Indië, jonkheer B J. de Jonge toen zijn ambtstermijn in 1936 erop zat." *Mijnheer de Jonge zou deze uitspraak later ontkennen.

   Yogyakarta 1934 

1935 Pandhuis ofwel Bank van Lening voor de zeer verarmde inlandse bevolking

    Europese School in Indië

Montessori school Malang

    Javaanse lagere school in Indië

Dessa (platteland) school in Indië

De straatnamen in Bandoeng zijn nu allemaal veranderd. Veel van de oude Hollandse gebouwen en huizen zijn nog immer aanwezig.

De eerste HBS van Julie is vanaf 1942 gebruikt als 
'voor internerings-gebouw' door de Japanners.

Luchtfoto van Bandoeng

De Groote Postweg Oost Bandoeng

De Grote Postweg - Julie zal later in Bandoeng, Batavia (Jakarta) en Soerabaja wonen. Tussen oktober 1945 en april 1946 verblijft Julie in de Oude Boei 'Boei Lama' gevangenis van Cheribon.

De toen nog landelijke Dagoweg




  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS

1936 - 1938 Julie groeit op 4

In 1937 woonde Julie tijdelijk bij haar moeder Charlotte aan de Merdikaweg. Zij had haar HBS diploma gehaald en de vraag was welke vervolgstudie het meest bij Julie zou passen. Ondertussen was de economie in Nederlands-Indië weer opgeleefd en de crisis leek voorbij te zijn. Haar ouders waren inmiddels al weer meer dan vier jaar gescheiden en Charlotte woonde samen met haar vriend Mijnheer de Block in een pand naast zijn grote wasserij. 

Charlotte en haar vriend waren tot grote ergernis van Julie nog steeds lid van de Indische NSB. Terwijl Julie zelf eerder aan gelijke rechten voor iedereen dacht. Ook omdat zij er bijna dagelijks aan herinnerd werd dat zij een 'Indo meisje' was. Julie was geen 'inlandse' maar ook geen Nederlandse.
Julie voelde zich min of meer gedwongen om het studieadvies van haar moeder op te volgen. Verpleegster worden zou al helemaal niet haar keuze geworden zijn. Julie hield van een liedje van Elsie Carlisle de tekst uit dat liedje zegt behalve iets over het gevoel voor humor ook wel iets over waar Julie werkelijk aan dacht. Anderzijds had zij al veel eerder haar respect voor Charlotte verloren. 

In de jaren ervoor was zij telkens opnieuw bij andere families ondergebracht waar zij zich ook vaak eenzaam had gevoeld. Haar broer verbleef in het Instituut van Pa van der Steur in Magelang omdat haar moeder niet voor hen beide zou kunnen zorgen vanwege haar werk op de wasserij en haar relatie met de eigenaar.
De opleiding die Julie ging volgen aan de Kweekschool ofwel de opleiding tot schooljuffrouw  werd geen succes. Achteraf bezien is dat opvallend voor een vrouw die later 14 kinderen zou krijgen maar geen affiniteit voelde met ‘liedjes zingen, spelletjes doen, enz. Nadat Julie aanvoelde komen dat zij geen carrière wilden maken als Juf solliciteerde zij buiten haar moeder om op het hoofdkantoor van de Post en kreeg vervolgens een opleidingsplaats met salaris. 

Julie werd viertalig stenotelegrafiste. Engels, Frans, Duits en Nederlands. Haar kennis van de inlandse talen kwam haar ook hier van pas omdat zij aan het loket herhaaldelijk inlandse en Chinese of Japanse klanten te woord stond die hun telegrammen in een buitenlandse taal verstuurd wilden hebben. Julie leerde lange teksten verkort weer te geven.

Doordat Julie al snel een salaris kreeg en het geld wat haar vader stuurde samen zou voegen kon zij zelfstandig gaan wonen en was dus niet meer van haar moeder afhankelijk. Net 17 jaar oud geworden huurde zij een kamer met kost en bewassing niet ver van het centrum van Bandoeng. 

’s Avonds studeerde  zij vlijtig haar talen en zij maakte al snel promotie binnen het Postkantoor. Zij raakte o.a. bevriend met commies Ukkie Sombeek een 10 jaar oudere vrouw met wie zij een hechte vertrouwensband op zou bouwen. Ook met een afdeling Chef Mijnheer Ingram had zij een plezierige werkrelatie.

In de avonduren en in de weekeinden bezocht zij haar vriendinnen ging vaak naar de bioscoop en las veel boeken onder andere de boeken van Eddy du Perron naast de vele romans en tijdschriften over mode uit Europa. Zij had ook leren naaien en verstellen en zij ontwierp toen al gedeeltelijk haar eigen kleding met de gevonden stoffen op de inlandse markten.  Verbitterd of boos op haar ouders was zij niet. Al vroeg had zij geleerd dat haar moeder een wat kille en gevoelsarme vrouw was die wel een beetje van roddelen en platvloerse grappen hield maar anderzijds voortdurend op haar hoede was om zo Europees mogelijk over te komen. 

Charlotte was geen moederfiguur die je met raad en daad bijstond. Haar boosheid en gebrek aan zelfreflectie over het ‘verlaten’ zijn door haar echtgenoot Ferdinand kon zij moeilijk voor zich houden als zij in contact was met haar twee kinderen.

Julie ontweek om die redenen haar moeder zoveel mogelijk. Noodgedwongen werd zij al heel vroeg zelfstandig. Julie richtte geheel en al haar eigen leven in zonder enige steun van haar moeder. Nog in 1937 ontmoette zij de nieuwe vrouw van haar vader in een hotel in Bandoeng. Julie vond het een aardige en lieve vrouw en zij zag dat haar vader heel gelukkig was. 

Hij vertelde dat hij zijn werk op de Filipijnen mogelijk zou gaan verruilen voor een nog betere positie in India. Terugkeren naar Java en werk vinden in de ingestorte suiker industrie was geen optie. Julie zo zich tijdens die fijne dagen met haar vader zo dichtbij niet realiseren dat zij hem voor het laatst zou zien.

Julie leek als 17jarige stabiel en zeker niet ongelukkig. Zij had haar werk bij de Posterij en zij was niet afhankelijk van haar moeder. Zij begreep dat de grote algemene crisis voor veel andere landgenoten noodlottig was geweest en zij had het gevoel dat zij er ondanks alle familie problemen er toch goed door heen was gekomen. Zij ging uit met groepjes vriendinnen en had in die periode geen vaste vriendschap met een van de jongens die mogelijk naar haar hand hadden gedongen. 

Haar gedrag was vergelijkbaar met het merendeel van de Katholieke meisjes uit haar oude school. Anderzijds zorgde het drukke werkschema bij de PTT en de avondstudie voor weinig vrije tijd en had Julie geen moeite met de nodige zelfdiscipline. Julie schreef trouw aan haar vader en zag haar broer Boy die in Magelang bij Pa van der Steur woonde regelmatig.

Er woonde een paar zussen van Charlotte in Bandoeng en ook de moeder van haar vader, Jeane Heijligers bezocht zij regelmatig. Soms ging zij met haar moeder op bezoek in het oude Deuning onderkomen in Boyolali. In 1938 werd Julie gepromoveerd en kan zij zich aanmerkelijk verbeteren door naar Batavia (Jakarta) te verhuizen waar inmiddels ook haar vriendin Nel Chevallier woonde in de wijk Meester Cornelis.

Ook in het veel grotere Batavia bezocht zij regelmatig de bioscopen waar haar favoriete Amerikaanse films draaiden en ’s avonds luisterde zij veel naar de Amerikaanse en Engelse liedjes op de radio. Vooral filmster Dorothy Lamour en de films met Fred Astaire en Ginger Rogers waren haar grote favorieten. Of Julie een saai en deugdelijk meisjes was in die periode? 

Zij was eerder een keurig Indo meisje wat hard werkte en zich makkelijk en zeer geconcentreerd kon verliezen in haar werk en daarnaast een grote belangstelling voor creatieve vaardigheden zoals kleding maken, schilderen, tekenen en muziek maken zoals zingen. Kwaliteiten en talenten waar zij in haar latere leven steeds opnieuw op kon terugvallen om indien nodig haar steeds groter groeiende gezin te onderhouden. 


Op de niet al te scherpe foto met Julie is een meisje te zien of anders gezegd een jonge vrouw op weg naar volwassenheid. Julie staat vooral met rechte recht en wat afgewend naar de fotograaf. Niet echt poserend maar meer alsof het dan maar even moet. Julie was circa 1.59 cm lang en had een meestal een vriendelijke blik in haar ogen die donkerder werd als zij ging nadenken of zich concentreerde. Qua temperament bewoog zij zich tussen flegmatiek en cholerische energie uitbarstingen. Zij wist haar gevoelens goed weg te drukken en kon soms scherp reageren op onrecht of onzin. 

Haar analytisch vermogen was al jong aangescherpt door de wijze waarop haar vader Julie in de gezinsproblemen had betrokken. Hij nam haar vaak in vertrouwen. Het is goed mogelijk dat hij Julie gebruikte als intermediair om via Julie bepaalde signalen ofwel zoals hij over verschillende zaken dacht aan Charlotte of haar broertje af te kunnen geven. Charlotte kon zich immers behoorlijk gevoelsarm en afwijzend op stellen en haar broer was nogal schuchter en soms onzeker. 


Toch had ook Julie het soms onbenaderbare gedrag van haar moeder. Zij bleef vriendelijk en luisterend maar écht naar binnen kwam je niet. Vermoedelijk spelen de scheiding van haar ouders en daarna verhuizingen naar de vele families waarin zij moest verblijven een rol in haar gevoelsleven ontwikkeling. Zij drukte eventuele onlustgevoelens en pijn weg door hard te werken en door positief te blijven denken.  Zij wist zich te beheersen en zorgde ervoor dat zij niet al te snel op problemen van anderen betrokken raakte. Julie leefde in Bandoeng, in een snel groeiende stad die haar best deed om zo Nederlands mogelijk te worden. Net zoals Julie.


Julie rond 1938 onderaan de foto is een waarmerk te zien van HELIOS een fotograaf 
die aan de Merdikaweg 11a was gevestigd, schuin t/o 
het woonhuis van moeder Charlotte en haar vriend.




       Jeugdhelden van Julie 
Dorothy Lamour en Ginger Rogers met Fred Astaire


De Orion Bioscoop / Preanger Theatre

Luchtfoto van Gedung Sate waar 
Julie in een van de bijgebouwen haar opleiding volgde



1936 Viering trouwdag Juliana en Bernard in Bandoeng

Postkantoor te Bandoeng

De Groote Postweg Bandoeng
   
Bandoeng 1939 Post en Telegraafkantoor 





  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS