Showing posts with label Linggadjati. Show all posts
Showing posts with label Linggadjati. Show all posts

1945 – 2012 : Bersiap-Merdeka-Revolusi Sosial: de Tante van Julie overleefde het niet


Een van de grootste inschattingsfouten van de elkaar opvolgende naoorlogse regeringen in Nederland was het weigeren van de uitdrukkelijke wens van de Indonesiërs om na de Japanse bezetting van Indië, onafhankelijk van Nederland te mogen zijn. Onbegrijpelijk. Na een bezetting van vijf jaar door de Duitsers en de internationaal steeds luider klinkende roep om het koloniale bezit terug te geven aan de respectievelijke volken. Heeft het uiterst verzwakte Nederland in 1945 de hulp nodig van de Engelsen om Indië zo snel mogelijk weer in te kunnen nemen. Er was immers veel geld nodig om Nederland weer op te kunnen bouwen. En daar had Indië vroeger ook al zou goed aan meegeholpen. In Nederland was de stemming verdeeld. Wel of niet de onafhankelijkheid accepteren en tegelijk was er de bezorgdheid over de grote groep in kampen geïnterneerde Nederlanders. 

Over de veel grotere groep Indo-Europeanen die buiten de kampen hadden weten te overleven maakt men zich aanmerkelijk minder zorgen. De Nederlandse regering had grotere zorgen, de schatkist was immers leeg. Om de schatkist weer aan te vullen werd de propaganda machine opgestart met berichten over het zware lot van de gevangen Nederlanders en negatieve berichtgeving over Soekarno die met de Jappen gecollaboreerd zou hebben en nu een communistische staat van Indië wilde maken. De onderliggende doelstelling (geld) werd zo goed mogelijk uit de publiciteit gehouden. Dat gebeurde al eerder. O.a. in 1902 toen het Rhemrev-rapport vakkundig in een onvindbare ‘openbare lade’ van een ministerie werd opgeborgen. Het Rhemrev-rapport werd omstreeks 1985 ‘herontdekt’ door de Amsterdamse hoogleraar Jan Breman. Het gaf hem aanleiding tot het schrijven van zijn boek ‘Koelies, planters en koloniale politiek’. Het Rhemrev-rapport en het protest pamflet  van Mr. J. van den Brand 'De miljoenen van Deli’ zijn integraal in Bremans boek opgenomen en geven een verschrikkelijk beeld van de arbeidstoestanden op de plantages van Sumatra's Oostkust.

Onlangs verklaarde demissionair minister Rosenthal dat zijn regering geen geld (3 miljoen) beschikbaar zou stellen voor een nieuw Indië-onderzoek. Het NIOD, het NIHM en het KITLV hadden vlot uitgerekend dat zij met dat bedrag onderzoek konden doen naar het door Nederland gebruikte geweld tijdens de dekolonisatie periode. Hiermee werd bedoeld onderzoek naar de gevolgen van de aanwezigheid van Nederlandse militairen die pas vanaf maart 1946 op o.a. Java de positie van de Engelsen over mochten nemen. Het gezamenlijke onderzoek zou dus vanaf maart 1946 tot aan de laatste coup poging door ex-kapitein Raymond Westerling in januari 1950 met zijn eigen legermacht(je) de APRA. In hoeverre het door Nederland gebruikte geweld tot aan de overdracht van Nieuw-Guinea in 1962 onderzocht zou worden is niet duidelijk. 

Er was echter nóg een periode waarin veel geweld werd gebruikt en vooral veel mensen zijn vermoord. Door de arrogante en onverzoenlijke houding van de Nederlandse regering veranderde de feestelijke stemming in Indië over de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945  in geweld acties en moordpartijen  op de nog in Indië aanwezige Nederlanders, Indo-Europeanen en Indonesiërs die er van verdacht werden met de Nederlanders te heulen. De Indonesiërs wilden een duidelijk signaal afgeven aan de geallieerden én aan de Nederlandse regering dat zij onder geen beding terug wilden naar de jaren van weleer. De onlusten in de verschillende steden op Java begonnen in september 1945. Die drie miljoen Euro die nodig zijn voor het onderzoek zijn vermoedelijk te weinig als je het dan toch samen met de Indonesiërs gaat doen. Als al die onderzoeksbeperkingen bij het niet zo heel openbare Nationaal Archief worden opgeheven komt er genoeg nieuw geld binnen voor een veel groter onderzoek. Het onderzoek kan dan  na een korte voorgeschiedenis beginnen vanaf 18 augustus 1945. Dus ruim voor de terugkeer van het Nederlands gezag en ruim voor dat de politionele acties opgestart werden.

De periode na 18 augustus 1945 was de door de Nederlanders genoemde Bersiap-periode een term die nauwelijks bekend is onder de Indonesiërs. De Indonesiërs beschouwen deze periode en de aanwezigheid van de Nederlandse militairen vanaf maart 1946 als de Merdeka of de Revolusi Sosial. De twee belangrijkste nationalistische leiders Soekarno en Hatta proclameren op 17 augustus de onafhankelijkheid van Indonesië terwijl de hoofdbewoner van de villa, de Japanse Admiraal Maeda Tadashi op de bovenetage lag te slapen. Alhoewel de nationalisten al in 1944 waren begonnen met voorbereidingen was er in augustus 1945 nog geen sprake van goed georganiseerde nationale eenheid. De door de Japanners getrainde jongeren tussen 14 en 30 jaar waren geen betrouwbare en goed bewapende legereenheid die de nieuwe rechtsorde zou kunnen implementeren. Voor de nationale communicatie werd het voormalige Japanse radiostation gebruikt maar deze zender bereikte niet iedereen. 

Er was nationale verwarring en er ontstonden lokale interpretaties over de wijze waarop de onafhankelijkheid bereikt moest worden. Islamitische fundamentalisten en communistische groeperingen die radicaler waren dan de vaak wat oudere nationalisten die de weg van de dialoog voor stonden, werden geïntimideerd en tot onlusten en rooftochten aangezet. Veelal onder aanvoering van de lokale onderwereldfiguren die als kleine ‘warlords’ ook tijdens de Japanse bezetting en in de vele jaren daarvoor de onderkant van het sociale leven op geheel Java hadden bepaald. Het waren juist deze kleine bendeleiders die een grote invloed hadden op de bevolking van de vele kampongs en daarmee ook van grote invloed waren op de moorddadige gebeurtenissen die zich tijdens de Bersiap-periode zouden afspelen. Soekarno en zijn regering hadden nauwelijks invloed op hen en de invloed van de bendeleiders zou pas in de jaren ’80 van de vorige eeuw afnemen. 

De bevolking van het door de Japanners uitgemolken en verzwakte land hadden echter één gezamenlijk doel. De grote hongersnood op Java in 1944 zou meer dan 3 miljoen mensen het leven kosten en lag nog fris in het geheugen van de overlevenden die allen wel een of meerdere familieleden waren verloren. De doelstelling van de nationalisten was duidelijk. Géén terugkeer naar de dagen toen de Hollanders de dienst uitmaakten. Het is uiteraard een theoretische vraagstelling, maar hoe zou de geschiedenis verlopen zijn als de Nederlandse regering terstond en onvoorwaardelijk de onafhankelijkheid van Indonesië op 18 augustus 1945 had erkend? Vanwege de slechte radioverbinding in die periode had dat natuurlijk ook 19 augustus mogen zijn. Maar stel dat! Zouden dan die 5000 Nederlandse soldaten niet zijn gevallen tussen 1946 en 1949. Zouden dan die mogelijk meer dan 200.000 Indo-Europeanen die niet in de kampen zaten het overleefd hebben? Zouden de in de kampen geïnterneerden dan werkelijk weer vrij zijn geweest na 18 augustus 1945 waardoor zij eerder geholpen hadden kunnen worden met voeding en medicijnen. En zou de exodus van meer dan 350.000 personen naar Nederland en andere landen dan anders zijn verlopen? Deze vragen zouden eveneens afgewogen kunnen worden in het onderzoek wat (voorlopig) door de huidige regering is afgewezen. Mogelijk komt uit het onderzoekresultaat naar voren dat een van de belangrijkste oorzaken van de geweldsexplosie vanaf oktober 1945 juist door de starre houding van de toenmalige Nederlandse regering is veroorzaakt.

Op 18 oktober 1945 nam Julie van der Steur een ‘Andong’ (rijtuig) vanuit de wijk Mr. Cornelis in Batavia. Zij was op weg naar het treinstation om naar Bandoeng te kunnen reizen. In de jaren ervoor had Julie zich op de vlucht voor de Japanse militaire politie schuilgehouden in Batavia. En weten te overleven door zich in het hol van de leeuw te bewegen. Haar vroegere schoolvriendin Marie was met een op Java geboren en tot Nederlander genationaliseerde Japanner getrouwd en samen met haar echtgenoot werkte Marie in een Sakurai Kantoor. Een handelsonderneming waar de Japanse militairen en ambtenaren hun uit Japan afkomstige boodschappen konden halen of laten bezorgen. Het kantoor was gevestigd in de zeer bevolkte handelswijk Mr. Cornelis. De bevolking bestond als vanouds uit veel Chinezen, gemengdbloedigen (Euro-Aziaten) en een laag percentage Nederlanders. Julie had zich goed schuil kunnen houden in de nauwe straatjes achter de grote markt. 

Julie had haar Indische uiterlijk mee. Zij had haar verschijning weten te benadrukken door haar diep zwarte haar strak naar achteren te kammen en een haar staart tot een knotje te vormen. Zij droeg kleding zoals bij de inlandse vrouwen gebruikelijk was en liet niet merken dat zij uitstekend Nederlands sprak. Door haar kleine en magere gestalte onderscheidde zich nauwelijks van de inlandse vrouwen. Toch was het in het voorjaar van 1945 bijna mis gegaan. Waren het haar ogen die gemiddeld groter waren dan de ogen van de Javaanse vrouwen? Of was het haar angstige oogopslag die een dienstdoende Indonesische politie agent alarmeerde? Julie werd staande gehouden terwijl zij voor een boodschap op de bedrijfsfiets van Marie onderweg was. De politieagent vertrouwde haar antwoorden niet en boeide haar met een hand aan haar fiets. Onderweg naar het politiebureau waarschuwde Julie omstanders zo vaak als mogelijk om Marie op de hoogte te stellen van haar arrestatie. Julie werd opgesloten in een vochtige donkere cel in afwachting van verhoor door de leidinggevende Japanse politie. Julie heeft er twee dagen en nachten door gebracht. Het angstzweet had plaats gemaakt voor koud zweet en een longontsteking. Toen de celdeur werd geopend kreeg Julie het bevel om mee te komen. Zij werd in een auto geplaatst en tot haar grote verbazing naar de achterkant van een groot landhuis gereden. 

Het was niet ver van Kampong Makassar. Achteraf zou blijken dat Marie een goed woordje voor Julie had gedaan bij de hoofdbewoner van het grote oude koloniale landhuis. De hoofdbewoner was Kapitein Tanaka Kentaro een goede klant van het Sakura Kantoor. Marie had verteld dat Julie tuberculose had en Kentaro wilde haar om die redenen niet opsluiten in het nabij gelegen burgerkamp Bunsho I Kamp 9. Julie zou tot eind augustus 1945 in de kleine bijkeuken van het grote landhuis verblijven. Zij hielp de inlandse Kokkie met hand en span diensten in de keuken en kroop weg als de Japanse medewerkers van Kentaro zich op de terrassen ophielden. Pas eind augustus durfde Julie de bijkeuken en het terrein te verlaten. De geruchten over de Japanse overgave bleken waar te zijn. Julie wandelde angstig en onzeker naar Mr. Cornelis terug, de wijk waar haar vrienden zich zouden bevinden.  De huizen, wegen en zijstraten waren de voorgaande jaren slecht onderhouden en veel tuinen en perken waren als groentetuin in gebruik genomen. Er was veel volk op straat. Opgewonden strijdkreten roepend. De volwassenen en jongeren zagen er mager en onverzorgd uit en de vele straatkinderen trachten met bedelen hun kostje bij elkaar te scharellen. Nog geen zeven weken later werd Julie opnieuw vastgenomen en per vrachtwagen en trein naar de Oude Boei gevangenis in Cheribon vervoerd. Julie zou daar zeven maanden en onder zeer zware omstandigheden verblijven.

Een tante van Julie zou de Bersiap-periode niet overleven. Onlangs werden er twee uitzendingen uitgezonden door Omroep Max. Het betreft een tweedelige documentaire-serie die op zondag 12 en 19 augustus werden uitgezonden. De documentaire begint met een historisch overzicht van de periode vóór de Bersiap-periode die vanaf de tweede week van augustus 1945 die het gehele eiland van diverse brandhaarden zou voorzien. De documentaire is gemaakt door Pia Media. Op hun verzorgde website www.archiefvantranen.nl kan men het uitgebreide dossier lezen wat de aanleiding zou zijn naar nog meer research en uiteindelijke de tweedelige documentaire. Op de website word vermeld (ik citeer) dat er naar schatting 20.000 Nederlandse mannen, vrouwen en kinderen werden vermoord door Indonesische extremistische strijdgroepen, de pemoeda’s, die zich gevormd hadden na het uitroepen van de onafhankelijkheid op 17 augustus 1945 – Het is aldus een schatting, gemaakt op basis van diverse tellingen en bronnen. Er zouden echter veel meer slachtoffers genoemd kunnen worden. Er werden immers ook veel Indonesiërs vermoord omdat men hen er van verdacht bevriend te zijn met Nederlanders.

In deel twee van de sobere en soms zeer aangrijpende documentaire wordt o.a. de moord op Oma Deuning besproken en er word op locatie gefilmd in de afgelegen Desa Ngadireso. Victorine Deuning woonde in de buurt van de bijna volledig uitgemoorde familie Engelenburg. Hans Vervoort heeft hier eerder al eens over geschreven. En er moet wat rechtgezet worden. In de documentaire word gesteld dat Oma Deuning géén eigen kinderen zou hebben. Victorine was de weduwe van Georgius Gerardus Deuning. Georgius was enige jaren eerder overleden. Georgius was een oudere broer van de moeder van Julie van der Steur, Charlotte Deuning. Victorine Deuning was eerder getrouwd geweest met Albert Karel Frederik Le Febre. Een huwelijk waarin zij vier kinderen zouden krijgen waarvan er twee reeds op jonge leeftijd overleden. 

Het huwelijk hield geen stand en in 1907 is de scheiding uitgesproken. In 1909 trouwde Victorine met Georgius, zover bekend hebben zij samen geen kinderen gekregen. Dochter Pauline uit het eerste huwelijk van Vicorine trouwde met Lodewijk L. Leenderts. De eerst geboren dochter van Lodewijk en Pauline werd Sonja genoemd. In de documentaire komt Sonja van der Hoff-Leenderts aan het woord en doet levendig verslag van haar contacten met haar eigen grootmoeder die in de documentaire haar kinderloze stiefmoeder wordt genoemd. Deze kleine details doen verder niets af aan wijze waarop de dramatische ontwikkelingen in beeld worden gebracht. Het bewijst echter ook hoe moeilijk het is om gedetailleerd onderzoek te doen naar de gebeurtenissen op Java tussen 1942 – 1949. In een land waar de gemeente en kerk registers en veel andere documenten en foto/filmmateriaal door de opgewonden Indonesiërs in brand zijn gestoken.

Julie en haar moeder Charlotte hadden na hun aankomst in Nederland geen fotoboeken of brieven van ‘vroeger’ in hun schamele bagage, zij hadden niets meer. Hun huizen en andere bezittingen waren geconfisqueerd of in brand gestoken. Van enige compensatie is nooit sprake geweest. De nieuwe Nederlandse regering liet beleefd weten dat het gebeurde in Indië onder een volstrekt andere regering had plaats gevonden. Het Nederlandse volk liet weten dat zij toch wel zo veel meer hadden geleden dan de repatrianten. Ja, daar wordt je wel stil van. Charlotte kwam uit een gezin van 15 kinderen en is opgeroeid in het landelijke Boyolali in de omgeving van Solo. Door trouwerijen ontstond een familie die in 1942 bijna honderd personen telde. Meer dan zeventig familieleden hebben de bezetting en de Bersiap niet overleefd. Hun stoffelijk overschotten liggen over Java, Sumatra, Thailand, Japan, Singapore en veel andere buitenplaatsen verspreid. 

Niet allen zijn (her)begraven op de vele oorlogskerkhoven en erevelden. Victorine is op 27 oktober 1945 vermoord omdat zij een Nederlandse achtergrond zou hebben. Als ik naar de prachtige sawa beelden van Michiel Praal kijk dan hoop ik dat de geest van Victorine in de buurt van haar huisje en bij de verstilde sawa’s alsnog rust heeft gevonden. In 1948 groef de Nederlandse Opsporingsdienst Overledenen 39 slachtoffers op die in de omgeving van het huisjes van Oma Deuning werden vermoord. De slachtoffers zijn herbegraven op Ereveld Kembang Kuning. Toen ik de beelden in de documentaire zag en de mensen hun soms zeer emotionele verhaal hoorde vertellen hoorde ik in de verte het ingehouden verdriet van mijn moeder Julie. Dan weer stil en dan soms wat luider. Het was diep weggestopt verdriet over ‘vroeger’. Verdriet waar zij niet over kon praten. Maar waarom leeft dat verdriet en verlies ‘van vroeger’ ook zo in mij? 


Tijdens de Atjeh periode 1874- 1918 werd door de 
Nederlandse militairen veel geweld gebruikt. 




Het blauwe deel van de Nederlandse vlag werd verwijderd







De villa waar de proclamatie werd voorgelezen is heden een museum


K. Wilhelmina laat ondertussen blijken dat zij er geen snars van begrepen heeft. 








Victorine Deuning-Anthonio voor haar huisje

1948 Ereveld Kembang Kuning Soerabaja


roosjeroos.nl

  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS

1946 - Julie, 25 jaar oud. Op weg naar Nederland - Een tussenbalans

In de haven van Tandjong Priok wacht  oktober 1946 de Ms. Klipfontein om Julie met haar kinderen en moeder naar Nederland te vervoeren. Vanuit Nederland waren inmiddels vele schepen met militairen aangekomen. Militairen die vanaf 1947 onder de vreemd aandoende noemer "politionele acties" ingezet zouden worden om 'de orde' te herstellen. De lege schepen werden ingezet om repatrianten naar hun vaderland te vervoeren. Julie behoorde echter niet bij de groep repatrianten die terugkeerden naar het vaderland. Zij was er immers nooit eerder geweest. Julie voelde zich eerder vluchteling. De aanstaande serie blogberichten kan gelezen worden als de tweede episode uit het leven van Julie. Ook in deze tweede levensfase van Julie wordt telkens terug gekeken naar historische ontwikkelingen in Indië en Nederland vanaf circa 1730 tot het begin van de jaren '70 van de vorige eeuw toen Koningin Juliana als eerste lid van het Koningshuis een bezoek bracht aan Indonesië en Julie haar laatste baby had gekregen. In de documentaire 'Vrijwillig  voor het vaderland' onderzoekt Pia van der Molen hoe het met haar vader was vergaan die als vrijwilliger en deelnemer aan de politionele acties naar Indië was afgereisd. 

Julie is in november 1946 in Nederland aangekomen en was de eerste 25 jaar van haar leven in vele kleine en grote dramatische ontwikkelingen betrokken. Welke invloed hebben de eerste 25 jaren van Julie's leven op haarzelf en haar nieuwe gezin in Nederland gehad? Hoe was het met haar gezondheid? Hoe had zij zich psychologisch ontwikkeld? Welke trauma’s had Julie bij zich na die noodlottige jaren vol onzekerheden, honger en apathie? Heeft Julie de verborgen pijn waar zij niet aan kon of wilde werken misschien gecompenseerd met het krijgen van 12 kinderen? Wat stond haar de volgende 25 jaar te wachten in het kille Nederland? Wie was zij eigenlijk, een Indo meisje in een land waar cultuurverschillen bijna altijd als achterstand worden beoordeeld? Waren INDO's een nieuw ras die zich moesten inburgeren net zoals de huidige allochtonen of immigranten in het Nederland van vandaag?

Nederlanders behoefden zich kennelijk niet in te burgeren als zij in Indië arriveerden. Als het mis ging was er voldoende 'opvang' in de verschillende sanatoriums of anders in de gevangenissen verspreid over geheel Java. Als men te veel kritiek had op de handel en wandel van de Nederlandse overheid dan was er sprake van gebrek aan burgerzin of zelfs een geestesziekte. Als Indo moest je helemaal oppassen, want bij welke bevolkingsgroep hoorde je eigenlijk? Na de dood van Multatuli, in 1887, werd het stilzwijgen doorbroken en barstte de kritiek los. De aanzet daartoe werd in 1888 gegeven door een neef van Multatuli, de arts Dr. Swart Abrahamsz. Die schreef in dat jaar een stuk in het tijdschrift De Gids, niet over het werk, maar over de persoonlijkheid van Multatuli. Met die persoonlijkheid bleek iets ernstigs aan de hand. Op grond van medische en ‘zielkundige’ analyse was Swart Abrahamsz tot de slotsom gekomen, dat Multatuli geestelijk niet in orde was en als gevolg daarvan niet verantwoordelijk kon worden gesteld voor wat hij deed en schreef. 

Het resultaat van het onderzoek werd gepubliceerd in De Gids onder het veelzeggende opschrift: ‘Eene Ziektegeschiedenis’. Douwes Dekker leed — volgens de diagnose van Swart Abrahamsz — aan een zenuwziekte, die ten gevolge van zijn verblijf in Nederlands-Indië zeer ernstige vormen had aangenomen. 

Was hij in Nederland gebleven, dan zou de patiënt er minder slecht aan toe zijn geweest, want hier zouden ‘de eischen der Europeesche samenleving en voornamelijk de eisch van beroepskeuze’ een matigende uitwerking op zijn ziekte hebben gehad. Aan zijn verblijf in de tropen was het toe te schrijven, dat het met de zenuwlijder helemaal de verkeerde kant op ging. 

Het onderzoek dat Swart Abrahamsz had ingesteld, wees uit dat Douwes Dekker een ongevaarlijke neurasthenicus was. Doordat hij nogal tenger was uitgevallen, had de maatschappij niets van hem te vrezen. Je moest dus een gezonde sterke jongen zijn als je naar Indië vertrok. Julie’s oom, Pa van der Steur was in 1933 opnieuw zeer bezorgd over de toekomst van Nederland in Indië want de Nederlanders brachten hun 'geslacht' over;


Pa van der Steur spreekt in het krantenknipsel uit Het Vaderland van 13 mei 1933 over het wetenschappelijk werk van prof. Kohlbrugge  een Indië kenner en kritische tijdgenoot van prof. Lodewijk (Louis) Bolk;
"Hoe ruimer zou onze opvatting van het leven zijn, indien het ons gegeven ware dit eens te bestuderen met verkleinglazen."
Een uitspraak van anatoom Louis Bolk die rond de eeuwwisseling van de vorige eeuw met veel collega’s antropologisch onderzoek deed middels schedelmeting (Craniometrie). De ontwikkeling van de antropologie in Nederland stond nog in de kinderschoenen en was nauw verweven met de onderzoeken in Nederlands-Indië. Ook de 'Frenologie' ofwel ‘gelaatskunde’ was populair.  Bepaalde knobbels zouden zelfs kunnen wijzen op bijzondere talenten zoals een wiskundeknobbel of een talenknobbel. Later zouden Freud en Jung serieuze aandacht krijgen met hun theorieën over de ziel en de geest. Dr. Swart Abrahamsz had inderdaad bijzondere ideeën over geestesziektes die mede door het aanwezig zijn in Indië versterkt zouden worden. Neem anders zijn opmerking over Chinezen in zijn artikel over Multatuli :



Opmerkenswaardig is het in elk geval, dat de breedgeschedelde (brachycephale) volken, zooals b.v. de Chineezen, een zeer weinig ontwikkeld voorstellingsvermogen hebben, bij groote intelligentie en krachtigen wil.



Dr. Swart Abrahamsz is nog niet helemaal klaar met Multatuli;



Voorts zijn er onzes inziens nog enige factoren, die schadelijk inwerken op het zenuwgestel van den Europeaan in Indië, en die ook bij Douwes Dekker hun invloed niet hebben gemist. In de eerste plaats werkt het klimaat verzwakkend. Is deze invloed al niet dadelijk merkbaar op het individu, dat zij op de progenituur nimmer geheel uitblijft, pleit ontegensprekelijk voor haar bestaan. 



Wij gelooven niet te veel te zeggen, door te beweren dat nakomelingen in het vierde geslacht van Europeanen - geheel onvermengd - in de tropen niet voorkomen. Waar het tegendeel verzekerd wordt is de bewering verdacht en niet te bewijzen en mocht het wèl het geval wezen, dan zijn de gevallen toch zeldzaam. Doch meestal is de schadelijke invloed wèl merkbaar bij het individu en mocht men zelf er ook niets van meenen te bespeuren, zoolang men in Indië is, dan komen de neurasthenische verschijnselen toch te voorschijn, zoodra men zich naar Europa verplaatst. - 

Zoowel de bekende ‘apathie’ als de ‘irritabiliteit’ van onze Indische landgenooten zijn verschijnselen van zenuwverzwakking. -

Was dit een visionaire opmerking van Swart Abrahamsz? Heeft hij het over de 'Indische Zwijgzaamheid'?

In Nederlands-Indië werd in die jaren ook veel ‘materiaal’ verzameld. Bijvoorbeeld schedels en sleutelbenen van verschillende volken of er werden organen gewogen. Men vergeleek bijvoorbeeld Europeanen met Maleiers en andere lokale volkeren. Al gauw ontstond het idee dat de Europeanen toch wel superieur waren. Er werden in Indië immers veel minder 'knobbels' gevonden bij de inheemse bevolking.

Julie’s vader Ferdinand Pieter van de Steur werd in november 1900 in Surabaya geboren uit Nederlandse ouders. Zijn vader Adriaan Hendrik van der Steur (1868 Amersfoort) was machinist bij de Indische Marine en zou in 1899 trouwen met Joanna Carolina Heijligers. De Heijligers woonden al enige generaties in Indië. Het was geen gelukkig huwelijk. Adriaan leed aan depressie's en is verschillende keren opgenomen geweest in een sanatorium in de omgeving van Soerabaya. In 1907 is hun echtscheiding uitgesproken. Julie’s moeder Charlotte Deuning (1896) was geboren uit een relatie die haar vader Casper Frederik Deuning (Soerakarta 1842) was aangegaan met een ‘Javaansche vrouw’ die Djeminem werd genoemd. Djeminem was geboren in de omgeving van Yogyakarta en behoorde zoals zoveel meisjes bij de Kraton (terrein waar de Koning woont) van de Sultan van Yogyakarta. Dat maakt haar nog geen Prinses maar zij moet voldoende aantrekkelijk geweest zijn om door Casper als Njai (bijzit) rond 1875 geaccepteerd te worden. Casper zou haar trouw blijven en toen het wettelijk mogelijk was zijn Casper en de vele jaren jongere Djeminem, die inmiddels tot Johanna was gedoopt op 29 mei 1898 in het huwelijk getreden.

Er waren inmiddels al meer dan 12 kinderen geboren in het prachtig gelegen Bojolali. Telkens opnieuw werd de nageboorte en de navelstreng in een klein kruikje begraven in de achtertuin van de glooiende en vruchtbare aarde van het huis in de buurt van Suiker Onderneming Tjokro Toelong waar Casper zoveel jaren als gewaardeerd administrateur had gewerkt. Julie's moeder Charlotte verloor haar beide ouders al heel jong en werd op 9 jarige leeftijd naar een klooster gebracht. Julie’s Indische achtergrond was aldus een vermenging van Duits/Nederlands en Javaanse bloed. Vanuit (sociaal) Darwinistisch standpunt bekeken  was Julie niet al te mooi samengesteld. Zeg maar 75% Nederlands en 25% Javaans. Hoe kwam het toch dat Julie er zo Indisch uitzag? De biologie kent rassen. Als je dat idee echter op mensen toepast krijg je racisme.

Met hulp van o.a. een neef van Charles Darwin, Sir Francis Galton de grondlegger van de weinig wetenschappelijk gefundeerde eugenetica (rasverbetering) die later ook door Adolf Hitler werd gebruikt om zijn ideeën over de Joden vorm te geven en met hulp van de psychometrie (bijvoorbeeld de IQ test) kon Darwin door werken aan zijn ideeën omtrent de evolutie. Hij koos hierbij voor de overtuiging dat ‘de sterkeren overleven’ op basis van natuurlijke selectie.

In de Wikipedia staat het als volgt omschreven:

*  zichzelf vermenigvuldigen
*  de kopieën moeten lijken op het origineel
*  (3) variatie: de kopieën wijken af van het origineel (mutatie)
* selectie: geërfde kenmerken moeten de mogelijkheid van reproductie beïnvloeden

Op sommige punten ging dit kennelijk mis in Nederlands-Indië. Djeminem en Julie vallen onder groep 3 net zo als de 14 kinderen die zij beiden zouden baren.

Een andere onderzoeker was Gregor Mendel ook wel de vader van de geneticagenoemd ofwel de erfelijkheidsleer. Die zag een mutatie niet zo negatief als Darwin dat soms beleefde. Het darwinisme werd zeer populair en de Ethische Politiek die rond 1900 in Nederlands-Indië werd ingevoerd hoorden als broer en zus bij elkaar en zouden veel wetenschappelijk onderzoekers waaronder Louis Bolk en veel van zijn tijdgenoten inspireren. Kritische geluiden waren er ook. Prof. Dr. J.H.F. Kohlbrugge (1865-1941) had het niet zo op het Darwinisme. Jacob Kohlbrugge was in een orthodox protestants gezin geboren en zou zich tijdens zijn gehele leven sterk verbonden blijven voelen met de christelijke ethiek en de mens vooral blijven zien als goddelijk schepsel. Het darwinisme conflicteerde reeds tijdens zijn studie met de christelijke gedachtegang van Kohlbrugge;

'Geen mijner leermeesters begreep dat ik eigenlijk een koekoeksei was, dat ik alleen studeerde en onderzocht om de geestesrichting af te breken (het Darwinisme) die alle mijne leermeesters voorstonden'

Kohlbrugge zou als jonge arts vanaf 1892 veel ervaring op doen in Sanatorium Tosari een hoog gelegen herstellingsoord voor Europeanen. Naast uitgebreid wetenschappelijk onderzoek maakt hij ook veel tijd vrij voor de kosteloze behandeling van de inheemse bevolking. Zijn lange reeks van publicaties maakte het mogelijk om het darwinisme aan te vallen. Ondanks de dappere kritische pogingen van o.a. Kohlbrugge werden door het koloniaal imperialisme  de politieke structuren, de traditionele economie en de cultuur ernstig aangetast. Zij moesten wijken voor winstgevendheid en nieuwe infrastructuren die de export zouden verhogen. Hierdoor werd ook Java afhankelijk van de wereldeconomie en zou daardoor diep getroffen worden door o.a. de beurskrach van 1929.

Vanaf de VOC tijd tot ver na de politionele en militaire acties tot aan begin jaren '60. Werden de duizenden veelal ongehuwde Europeanen die naar Indië kwamen tégen de toen geldende wettelijke regels, opgenomen in de bescheiden en op beleefdheid gebaseerde culturen van de zeer diverse Javaanse of andere inheemse volkeren op een van de vele eilanden. D.w.z. er werd ’s nachts geslapen met inheems vrouwen die vervolgens ‘gemengd bloedige’ kinderen ter wereld brachten. Zo ontstond een nieuwe bevolkingsgroep waar ook Kohlbrugge en Pa van der Steur zich zo’n zorgen om zouden maken. Vele jaren later werden zij de Indo’s genoemd. Als groepering zouden zij pas na vele moeilijke jaren enigszins erkend worden. Maar een ‘eigen identiteit’ zouden zij nooit ontwikkelen want daar zijn de onderlinge verschillen te groot voor.

Julie en haar broer Boy stonden in 1946 voor een keuze. Boy koos er voor om Indonesiër te worden en Julie maakte werk van haar officiële Nederlanderschap. Geen van beide, hierbij geholpen door het door Darwin aangereikte darwinisme werd daarna als échte Nederlander of échte Indonesiër beschouwd. Eens een Indo altijd een Indo. Oma Charlotte zou zich vanaf 1947 telkens over de wieg van de nieuwe baby’s van Julie buigen. De eerste 3 baby’s waren blond en fors. De 4de was donkerharig en had een getinte huid. Dat wordt niets mompelde Charlotte hoofdschuddend terwijl zij de baby doordringend aan keek. In een soort walstempo volgende er nog acht baby’s.  Telkens weer donker dan weer licht. Maar vooral innerlijk zouden alle baby’s ook Indo bloed hebben en aldus geen volbloed Nederlander worden. Dat had ook Julie nooit verwacht. Of juist wel? Hoe heet dat ook alweer? mutatis mutandis"nadat veranderd is wat veranderd moet worden". Was dit Julie’s antwoord op Charlotte en Darwin? 

Net als Kohlbrugge geloofde Julie sterk in de zoektocht naar het goddelijke in de mens, als 'loutering' en brenger van (innerlijke) vrede. Als je maar zocht, zei Julie dan.


Schedelmeting - Craniometrie


Phrenelogie - gelaatskunde



Tosari 


Tosari 2


Tosari 3

Tosari 4

Sanatorium Tosari, Java

Tosari in kleur

De weg naar Tosari 

Terug naar het vaderland

De politiek van Drees
Meer dan 100.000 soldaten stuurde de Nederlandse regering, direct na de oorlog, naar Indonesië Het doel? De revolutie van de Indonesische revolutionairen in de kiem te smoren. Maar... kan een leger wat bereiken als het door de bevolking ter plaatse als bezetter wordt gezien?



  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS