Showing posts with label een Indisch meisje. Show all posts
Showing posts with label een Indisch meisje. Show all posts

San Remo 5 juni 2001 - afscheid van Julie

Met Julie aan de borrel in haar huisje in San Remo was het altijd gezellig zo rond 5 uur in de namiddag. Soms vertelde zij dan over haar dromen. Hardop mijmerend vertelde zij graag met een ironische ondertoon dat zij een reïncarnatie zou zijn van de Romeinse Keizer Hadrianus die samen met zijn geliefde Antinous regelmatig de gezonde lucht van San Remo was komen opsnuiven. Deze ironische toon was meteen een steek onder water naar Anton (Antinous), haar ex man en de vader van hun 12 kinderen. Anton zou graag de Keizer hebben gespeeld in hun leven met Julie als Antinous aan zijn zijde. De droom van Julie zou moeten vertellen dat het eigenlijk precies andersom was geweest tijdens hun huwelijk.

Julie had dat wel vaker gedaan in haar leven, haar dromen vertellen als een soort ironische uiting van wat er zich in haar ‘geest’ zoal afspeelde. Het waren ook momenten die om oplettendheid vroegen. Julie sprak dan in gedroomde metaforen maar vertelde eigenlijk kleine stukjes uit haar verleden. Het is goed mogelijk dat Julie zich heeft laten inspireren door de boeken van de Franse schrijfster Marguerite Yourcenar. Yourcenar stond bekend als een feministe maar ook als aanhangster van het humanisme en het individualisme. Julie voelde zich om die redenen sterk verbonden met Yourcenar. 

In 1951 was het boek ‘Herinneringen van Hadrianus’ verschenen en vanwege de toenemende populariteit opnieuw in druk genomen. Julie was nooit zo mededeelzaam over haar gevoelens en emoties geweest. Als zij veel drank op had, was het niet zeker wat waarheid en fictie was. Haar nalatenschap is als een grote puzzel van duizenden stukjes waarvan een groot gedeelte een onbestemde kleur heeft. Toen Julie was gestorven, werden haar schamele persoonlijke bezittingen op een kleine tafel uitgespreid zodat de kinderen en kleinkinderen een keuze konden maken. Het stelde niet veel voor. Het waren wat broches, kettingen en andere kleinigheden van weinig waarde. Versiersels waar Julie eigenlijk niet aan gehecht was. 

De puzzelstukjes bestaan merendeels uit een grote hoeveelheid verhalende anekdotes en een 30tal oude foto’s en een aantal brieven. De kleine collectie schilderijen en wandkleden die over Nederland en Duitsland zijn verspreid vertellen meer over haar grote artistieke talent dan over Julie’s leven. Een leven dat verteld kan worden vanaf haar grootouders in Nederlands Indië circa 1840 en zo’n 130 jaar laten zal ophouden als Julie haar laatste kind krijgt. In de periode daarna zal Julie zich steeds onafhankelijker gaan opstellen en zich in 1992 laten scheiden van Anton die zij in 1947 heeft leren kennen.

Julie was volgens de dokter die enige uren later langskwam, rond de maandagnacht van 4 op 5 juni gestorven. Het kon ook iets vroeger zijn geweest. Het lichaam van Julie had het een tijdje terug al laten afweten. Haar lever was door een cirrose enorm gaan zwellen en hield veel vocht vast. Van het ziekenhuis wilde zij echter niets weten. Ook niet van pijnstillers zoals morfine. Julie had haar eigen technieken om met pijn om te gaan. Zij ging er met haar wilskracht ‘omheen’. Zo deed zij dat al jaren. Zij was met deze vorm van ‘pijnbestrijding’ al heel vroeg in haar leven begonnen. Als Julie 'pijn' had dan was zij eigenlijk onbereikbaar. Als haar kinderen pijn hadden dan probeerde zij eerder haar pijnbestrijding techniek over te brengen dan hen te troosten. Of is troosten je eigen pijn leren te bestrijden? 

Julie was al enige dagen voor haar overlijden heel kalm en berustend. Nog op zaterdag moesten er veel boodschappen gedaan worden. Dat leek onnodig want de schappen in de keuken stonden overvol met Italiaanse en Indonesische pakjes en potjes en ook de koelkast leek overvol. 'Je weet maar nooit wie er allemaal langskomen' vertelde Julie. Op maandagochtend 4 juni was Julie stiller dan voorheen. Haar blikken naar buiten gericht door het raam met zicht op de groene heuvels stonden vaak op oneindig. Waar ben je Julie? 'Oh, ik denk aan mijn vader en moeder en aan mijn broer'. Julie was kennelijk weer terug in Indië. Carlo, haar vriend, was zeer onrustig geweest en liep veel in en uit. Hij moest tot rust gemaand worden. Het is goed Carlo, Julie is aan het loslaten werd hem gezegd. ’s Avonds rond negen uur zei Julie: “ik ben moe, ik ga nu slapen”.


Een gedicht dat aan Hadrianus is toegeschreven terwijl hij stervende was:

"Dierbaar teer en zwevend zieltje, metgezel van mijn lichaam, dat je gastheer was, je zult straks dalen naar die bleke, harde en kale oorden en afstand moeten doen van al je speelsheid van weleer".


Julie voelde om 7 uur de volgende ochtend al wat koud aan. Met haar arm achter haar hoofd lag zij wat naar boven opgeschoven op haar hoofdkussen. Zo lag zij vaker tijdens de ochtenden. Op die manier kon zij uitkijken over de groene heuvels en naar de Middellandse Zee kijken. Onder haar vergezicht kon zij dan het ontwakende San Remo horen. Naast haar lag het pakje sigaretten waar zij bijna 2 dagen niet meer van had gerookt. Zij vertelde op deze zaterdag dat roken eigenlijk heel ongezond was en dat zij er mee was opgehouden. Ook met haar dagelijkse drankjes zoals Campari Blanco rond het middaguur en dan de rode wijn bij het middageten. Zelfs de dagelijkse whisky die zij altijd voor het donker dronk was de afgelopen dagen in de fles gebleven. 

Met een warm washandje kon een beetje opgedroogd bloed in haar mondhoek makkelijk weggenomen worden. Julie was kennelijk niet geheel rustig ingeslapen. Maar nu lag zij er vredig en ontspannen bij. In de dagen erna lag Julie opgebaard in een open kist met ijskoeling en een zacht zoemende ventilator. ‘Julie On the rocks’ werd er gekscherend gefluisterd. De voorbereidingen voor een korte mis in het kerkje op 500 meter afstand van haar huis gingen vergezeld van het koken en eten van al de potjes en andere voorraad op de keukenplanken en in de koelkast. Julie had kennelijk voorzien dat er veel eten nodig was na haar overlijden. Het was eigenlijk helemaal niet zeker dat Julie een kerkmis had gewild. Wel was zij duidelijk geweest over haar crematie en het uitstrooien van haar as.

Eigenlijk kon je aan haar kleine kouder wordende lichaam helemaal niet zien dat zij 14 kinderen had gekregen. De miskramen niet meegeteld. Er zijn ook verhalen over een kind verwekt door een Japanse arts tijdens de bezetting periode toen Julie door deze arts als vluchtelinge was opgenomen in zijn huis  in Bandoeng.  Hij had haar geboeid aan zijn fiets meegenomen. Dat zij een kind van hem heeft gekregen heeft zij altijd als ‘wat een grote onzin’ afgedaan. Er waren ook goede Japanners geweest had zij verteld. 

Eerst kreeg Julie twee zoons van haar eerste man en later nog twaalf kinderen van Anton die in 1995 was overleden.  Hij had haar de avond van zijn overlijden nog gebeld. Zij wist dat het Anton was, maar Julie had de telefoon niet opgenomen. Julie had geen boodschap meer aan hem. In de laatste jaren was zij van 159 cm naar circa 155 cm geslonken. Haar Indische trekken waren altijd goed zichtbaar gebleven en toch was zij niet het typische Indische vrouwtje. Zij was heel duidelijk geen Nederlandse. Dat werd haar ook meteen verteld toen zij in 1946 in Nederland aankwam. Maar wat was zij dan wel. Een kind uit twee culturen. Of waren het er drie of nog meer?

De weinige foto’s en de vaak nog levendige herinnering aan hetgeen Julie wél kwijt wilde tijdens spaarzame momenten gaven soms een blijmoedig, soms een verontrustend beeld van een jong meisje en later jonge vrouw die onder buitengewoon moeilijke omstandigheden al heel jong volwassen moest worden. De tranen welden op bij Julie als zij vertelde over de verschrikkingen tijdens haar gevangenschap in de gevangenissen van Bandoeng. Of als zij kort maar hevig ontsteld vertelde over de verhoren op het kantoor van de Japanse Militaire Politie, de zo gevreesde Kempeitai. Ook de verhalen van haar moeder Charlotte, de Indische tantes en bezoeken aan Indonesië lijken een beeld te geven. Net zoals de vele boeken met en zonder foto’s over Indonesië die nog steeds aangevuld worden met nieuwe boekwerken, films en documentaires. Maar tijdens elke reconstructie zijn er soms belangrijke of onbelangrijk lijkende bouwstenen zoek. Kassian (-sorry in het Maleis), dat moet de lezer mij vergeven of anders waar mogelijk zelf aanvullen. 


1920 - Julie op de armen van haar moeder Charlotte Deuning. 
Pas na de geboorte van Julie zou Charlotte met Ferdinand trouwen


Julie, tweede van links. 1926 omgeving Klaten, Java



Julie samen met haar broer Boy - Bandoeng 1933


Julie in haar tuin te San Remo rond 1997



December 2000 San Remo - Julie over haar geboorte

  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS

1940 Soerabaya 1 - Julie en William en hun eerste kindje

Terwijl Julie en William in de herfst van 1939 hun eerste ontmoetingen beleefden in het warme Soerabaya met zijn zwoele avonden onderging Nederland al de mobilisatie. Vanaf eind augustus 1939 was het wachten op een oorlog die uiteindelijk in mei 1940 Nederland in alle heftigheid zou bereiken. De Duitse invasie in Polen had vanaf september 1939 meer dan 280.000 gemobiliseerde Nederlanders in de wachtstand gezet. 

In geheel Indië woonden rond 1940 circa 350.000 Europeanen waarvan circa 200.000 met gemengd bloed. Indo’s dus. De totale bevolking was circa 70 miljoen. Voor de circa 100.000 blanken was alles duidelijk, zij behoorden tot de toplaag en hadden de touwtjes in handen. Er was formeel sprake van ‘indeling naar landaard’ . Heden zouden wij dit gewoonweg ‘apartheid’ noemen. Alle niet blanken waren ‘Nederlandsch onderdaan, geen Nederlander zijnde’.

Julie was van gemengd bloed maar William niet. Toch was William met dat ‘leuke Indische meisje’ getrouwd en het was denkbaar dat dit zijn carrière zou kunnen schaden. De blanke gemeenschap was immers zeer gesloten en het is maar de vraag of de blanke dames Julie opgenomen zouden hebben in hun ‘hogere’ kringen.  Het jonge paar zou zich gaan vestigen in een vrijstaande woning aan de Niasstraat niet ver van het centrum van Soerabaja. William kreeg het vanaf mei 1940 steeds drukker als marineman want de regering in Batavia zette alle middelen in om de defensie te versterken. Hierbij lag het accent op orde en handhaving van de rust. Terwijl de Japanners hun militairen juist trainden op offensieve tactieken. De Nederlanders in  Indië lieten zich leiden door berichten van o.a. de Engelsen dat het Japanse leger niet veel voorstelde. Anderzijds trachtte de regering in Batavia de Japanners te imponeren met veel openbare militaire demonstraties waarbij de Japanse Ambassadeur met zijn gevolg als toeschouwers werden uitgenodigd.

Toen Julie en William vanaf maart 1940 zeker wisten dat er een kindje op komst was zullen zij net als vele andere jonge echtparen gewoonweg blij geweest zijn en met de voorbereidingen begonnen om de baby in een warm nest te kunnen ontvangen. Julie’s creativiteit en handigheid moet een grote geruststelling geweest zijn voor William die lange dagen  op de Marine basis maakte vanwege de opgelopen internationale politieke spanningen met Japan. 


Julie richtte het huis grotendeels zelf in. Naaide de gordijnen, maar kon ook goed met de verfkwast, hamer en zaag overweg. Ook in haar tweede huwelijk met Anton Deijmann was het Julie die altijd het voortouw én de hamer op nam bij verbouwingen in de steeds groter wordende huizen voor haar bijna jaarlijks groeiende gezin. Julie zou haar laatste baby in 1969 krijgen. Het zou haar veertiende kind zijn en Julie werd in dat jaar 49 jaar oud. Julie hield van al haar baby’s. De zwangerschappen gingen haar gemakkelijk af. Net zoals de zwangerschappen van haar grootmoeder van haar moeders kant Joanna Deuning die het merendeel van haar kinderen in het grote huis bij Bojolali zou baren. Joanna werd pas zo genoemd nadat zij in 1892 tot christenvrouw was gedoopt. Haar echtgenoot was Casper Frederik Deuning die pas op 9 september 1893 met Joanna ofwel Djeminem zou trouwen. Er waren toen al 11 kinderen geboren. Na 1893 volgenden er nog 3 kinderen. Henri, Charlotte (de moeder van Julie) en Marie. De kleine Marie werd op 23 mei 1898 geboren. Het moet een zware bevalling geweest zijn. Joanna zou enige dagen later overlijden.

Het was 29 mei 1898 dat Casper het droeve nieuws aan zijn kinderen zou gaan vertellen dat moeder Djeminem in haar laatste kraambed was gestorven. De vrouw met wie Casper vanaf 1875 had samen gewoond op het terrein van Suikerfabriek Tjokro-Toelong en later na zijn pensionering in Bojolali een wijk in de heuvels niet ver bij Soerakarta (Solo) vandaan. Djeminem zal niet ouder dan 46 zijn geweest toen zij het leven liet. Casper was net 55 jaar oud geworden toen hij alleen met 14 kinderen achter bleef. Julie heeft altijd het kleine portretje gekoesterd van haar sterke grootmoeder. Haar volledige naam was Raden Ajoe Sinem Istri Kamidjojo.

Charlotte de moeder van Julie sprak altijd met zachte stem en diep respect over haar moeder 'de Prinses' voor Charlotte was haar moeder op het zelfde niveau als het Nederlands Koninklijk Huis. Raden Ajoe zou zoveel betekenen als Prinses in het Maleis. Veel inlandse vrouwen lieten zich echter ook Raden Ajoe noemen vanaf het moment dat zij samenleefde met een Europeaan. Maar eigenlijk waren zij een ‘bijzit’ een njai zonder rechten. Het siert Casper Frederik dat hij al zijn kinderen erkend heeft. Met Djeminem getrouwd is en ook toestemde in haar doop waardoor zij de laatste jaren van haar leven als Johanna door het leven kon gaan.

De moeder van Julie, Charlotte was de dochter van Casper en Johanna. Charlotte heeft haar ouders nauwelijks gekend. Haar moeder overleed toen Charlotte twee jaar oud was en in 1905 stierf haar vader Casper. Het gezin Deuning viel min of meer uit elkaar, een ieder had zijn eigen bezigheden en Charlotte woonde vanaf 1905 jarenlang in het weeshuis van de Zusters Franciscanessen in Semarang waar zij onderwijs genoot en tot circa haar 18de levensjaar zou verblijven. Charlotte moest misschien wel een ideaal beeld rond haar overleden ouders ontwikkelen om de eenzaamheid en het gemis van haar ouders in het weeshuis te kunnen overwinnen. Charlotte heeft mogelijk nooit geweten dat haar moeder een ‘inlandse bijzit’ was. Of wilde Charlotte het soms niet weten? Indertijd zal Charlotte niet vermoed hebben dat haar dochter Julie zoveel naar haar inlandse grootmoeder Djeminem zou gaan aarden. De moeder van de vader van Julie (Ferdinand Pieter van der Steur) heette, toeval of niet ook Joanna (Heijligers). Djeminem en Charlotte hebben beiden 14 ‘erkende’ kinderen gekregen. De eventuele miskramen zijn niet meegeteld. Waarom Djeminem  aan zoveel kinderen het leven schonk is niet duidelijk. Was het wederzijdse liefde tussen Casper en Djeminem? Casper had immers goed verdiend als beheerder en administrateur van Suikerfabriek Tjokro-Toelong en het grote publieke schandaal waar hij door zijn broer in 1882 op werd betrokken waarbij een pas geboren baby heimelijk werd vermoord had schande over de Deunings gebracht. Wilde Casper door de komst van de vele kinderen bewijzen dat hij niet zoals zijn broer was? 


De kinderen die Julie na de oorlog zou baren zouden volgens Julie geboren worden als representatie van onthoofde medegevangenen. Onthoofdingen die Julie op straffe van onthoofding met open ogen moest aanzien van de Japanners toen zij in 1943 in de gevangenis van Bandoeng was opgesloten wegens haar verzetsactiviteiten in de KNIL wijk Tjiateul.

Auteur Reggie Baay heeft in 2008 een zeer leesbaar boek gepubliceerd over het fenomeen ‘de njai’. Reggie Baay is een Indo man die met zijn boek bewijst dat Indo’s wel degelijk iets te vertellen hebben over hun verleden.



Djeminem de njai en later echtgenote van Casper Frederik Deuning rond 1896
Zij was de moeder van Charlotte en de grootmoeder van Julie


klik op het boek voor een korte beschrijving van het boek


Een illustratie uit het boek De njai; Moeder van alle volken

Machine fabriek 'De Volharding'. Hier begon de Engelse grootvader van William C. Dobson aan zijn eerste baan in Soerabaja rond 1870

Gezicht op Soerabaya

Het marine vliegveld van Soerabaya in opbouwfase 1927

1940 - Een onderzeeboot in de haven van Soerabaya

Leslokaal van de Artsen opleiding in Soerabaya

Consultatiebureau en opleiding voor verloskundigen

Een foto uit 1991 van Niasstraat 40 in Soerabaya

Glas in lood eveneens in de Niasstraat 40 Soerabaya 
- foto's zijn van Hans R vd Woude





  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS

1943 - Bandoeng voorjaar 1943-deel 2 - Julie verlaat onvrijwillig haar kinderen om hen te beschermen

Het was alsof het bloed uit Julie’s lichaam weg vloeide. De warme geur van zweet en angst in de wit geverfde schoolgang mengde zich met de geluiden uit de verschillende klaslokalen en kamers die zij passeerde. Geluiden van soms geanimeerde gesprekken in het Japans dan weer gebroken Engels of Maleis en Nederlandse woorden. Dan weer geschreeuw, zacht praten het geluid van diepe zuchten en ingehouden pijn uit een half openstaande deur waar Julie in een flits zag dat iemand werd afgetuigd. Het waren allemaal mannen die zij in de schoolgangen zag. Japanse officieren, Japans-Koreaanse soldaten en Indonesiërs die minder goed gekleed waren dan hun meerderen. Ook Japanse mannen in burger kleding passeerden haar. Met dossiers in hun handen. Even dacht zij de eigenaar van de Japanse fotowinkel aan de Bragaweg te herkennen.

Julie werd naar het haar leek, urenlang ondervraagd in een kleine kamer met openstaande deuren naar de tuin van de school. Toegeschreeuwd en dan weer kalm en afgemeten pratend door verschillende Japanners en leden van de Indische Politie. Voor wie zij zou werken, hoe zij aan het geld en de goederen kwam. Meer dan één naam kon zij niet geven. En Mijnheer Ingram had zij al weken niet meer gezien. De hulpgoederen en de enveloppen met geld werden immers ’s nachts op het parkeerterrein naast de wasserij van haar moeder onder een zeil geplaatst. Julie werd in haar gezicht geslagen en er werd met een zwaard gezwaaid voor haar ogen wat telkens weer neer werd gelegd op het bureau en waar zij naar moest kijken. Nooit eerder had Julie zich zo leeg en angstig gevoeld. Zij had het gevoel dat haar ziel een prop was die diep in haar lichaam verstopt zat. Haar lichaam leek wel af te koelen door het angstzweet. De mannen ondervroegen en sloegen haar in het gezicht of op haar lichaam. Julie was onder de 160 centimeter lang. Bijna even groot als het merendeel van haar ondervragers. Die waren kennelijk niet gewend om vrouwen te ondervragen. Zij hadden veel meer te maken gehad met langere en grof gebouwde blanke Nederlanders of tanige Ambonezen die bij het KNIL dienden.

Julie huilde en herhaalde kermend dat zij niets meer wist dan hetgeen zij reeds vele malen had verteld. Later vertelde Julie dat zij tijdens het verhoor alleen maar aan haar kinderen had gedacht en zich zelf had ingepraat ‘blijf leven, blijf leven’. Nadat Julie verschillende keren was flauw gevallen werd zij naar buiten gedragen en op de koel aandoende tegels van het terras aan de tuinkant van de school neer gelegd. De mannen overlegden met elkaar. Soms lachend dan weer stoer pratend. Toen Julie weer enigermate bij haar positieven kwam dacht zij aan haar fiets die zij tegen de heg naast de school ingang had geplaatst. Na verloop van tijd stond zij schielijk op en rende door de tuin naar de uitgang van de school. Haar fiets stond er nog en razend van angst en opluchting fietste Julie naar de wasserij aan de Merdikaweg waar haar moeder ongerust had gewacht Laat op de avond werd Julie alsnog afgevoerd naar de Soekamiskin gevangenis aan de Grote Postweg. Deze gevangenis was onderwijl in een kamp veranderd en er was een gesloten afdeling met politieke gevangenen waar met name Ambonese KNIL soldaten in afzondering werden gehouden. In deze afdeling zou Julie circa twee maanden verblijven.

De Japanners hadden tijd nodig om meer onderzoek te doen naar de ‘positie’ die Julie had gehad binnen de verzetsgroep waarvan de Japanners dachten dat Julie deel van had uitgemaakt. Het verzet in Bandoeng werd zeer hard en stelselmatig de kop ingedrukt. Zo moeilijk was dat ook niet. De Indonesische bevolking hielp immers goed mee. Blanke Nederlandse mannen waren al uit het straatbeeld verdwenen en ook de Nederlandse vrouwen en kinderen werden langzaam maar zeker geïnterneerd. Indo’s zoals Julie werden voorlopig met rust gelaten maar moesten zich zeer bescheiden en terughoudend opstellen want verraad en geroddel waren aan de orde van de dag. De Bandoengse Soekamiskin gevangenis werd rond 1930 onder Nederlands bewind gebouwd. Na de capitulatie in 1942 werden daar o.a. gouverneur-generaal Starkenborch en zijn staf geïnterneerd. Het inheems gevangenis personeel stond vanaf maart 1942 onder leiding van een Japanse kampcommandant geassisteerd door Koreaanse bewakers en Indonesisch politie personeel. 

Na circa 8 weken werd Julie vrijgelaten. D.w.z. zij moest beschikbaar blijven voor eventuele nieuwe verhoren. Zij trok weer in bij haar moeder Charlotte aan de Merdikaweg waar ook de twee kinderen Billy en Ted verbleven. Julie was sterk vermagerd maar was vooral zeer aangeslagen door de gebeurtenissen in de gevangenis. De martelingen die haar celgenoten hadden moeten ondergaan. Het verzorgen van hen die wél terug kwamen uit de verhoren. Het stille treuren om hen die niet terug kwamen na de verhoren. Het samen bidden en het stille zingen tijdens deze donkere dagen en doorwaakte nachten zou haar voor de rest van haar leven verbinden met het lot van de Ambonezen die zo trouw zouden blijven aan het Koningshuis. Nog in de jaren ’90 schreef Julie protest brieven en verzocht o.a. Amnesty Internationaal om hulp voor de Ambonezen. In het laatste jaar van haar leven waren de beelden uit de gevangenis bijna dagelijks bij Julie terug gekomen. Kort na haar thuiskomst bij moeder Charlotte besloot Julie dat het veiliger voor iedereen zou zijn als zij zo snel mogelijk uit Bandoeng zou vertrekken. Welke andere keuzes had Julie in het voorjaar van 1943? Wie, in Bandoeng had haar verraden? Wie kon zij nog vertrouwen? Zij was op de vlucht voor de Japanse Kempeitai vanwege verzetsdaden. 

Julie had twee jonge kinderen en een moeder die noodgedwongen de kleding van Japanners waste in de wasserij van haar vriend die al in april 1942 in een kamp was opgesloten. Julie kon niet bij haar moeder wonen in een huis waar voortdurend Japanners in en uit liepen. Overal was gevaar en haar grootste tegenstander was haar afkomst. Een goed opgeleid Indo-Europees meisje, getrouwd met een KNIL-Marine officier. Op welke manier kon zij het beste haar twee jonge kinderen beschermen? Hoe zou zij aan middelen moeten komen om haar kinderen te kunnen verzorgen?


Bandoeng Soekamiskin gevangenis rond 1930




op de website geheugenvannederland.nl kan men 
een grote serie tekeningen vinden uit de periode Bandoeng 1943


Op de tekening zijn het Indonesische bewakers die de vrouw straffen omdat zij na 9 uur 's avonds nog op straat geweest zou zijn.



vanaf 1943 werd de Indonesische jeugd getraind



uit een Japans fotoboek; Japanse familie op Java


Ook in de Indische bioscopen werden naast de propaganda films 
Japanse cartoons vertoond. De spin in het filmpje is een 'engerd' 
afgebeeld als een neger met een pijp.

De filmbeelden zijn met name interessant omdat er geen blanke Nederlanders 
op te zien zijn. Die waren immers allen opgesloten in de kampen




  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS

1945 - Bersiap, Beriberi en Boei Lama gevangenis toen naar het Kramat kamp

Voor veel Nederlanders lijkt de bezetting van Java door de Japanners een einde gekregen te hebben nadat de bommen op Nagasaki en Hiroshima in augustus 1945 waren gevallen. In de Nederlandse dagbladen werd opgeroepen om de achter gebleven Nederlanders uit hun benarde positie te bevrijden en ook de toenmalige regering maakte plannen om hulptroepen en goederen naar Nederlands-Indië te sturen. Dat de Indonesiërs op 18 augustus 1945 de Indonesische onafhankelijk hadden geclaimd werd in Nederland nauwelijks serieus genomen het was immers 'Ons Indië'. Er zou een buitengewoon onrustige periode aanbreken die aan minstens 20.000 Nederlandse vrouwen en kinderen het leven zou kosten. En mogelijk nog meer levens onder de Indo's en Indonesiërs. 

Deze periode zou later de Nederlandse geschiedenis ingaan als de Bersiap. De Indonesiërs zijn nauwelijks bekend met deze benaming. Zij noemen het de Merdeka periode, de onafhankelijkheidsstrijd. De hierop volgende 'politionele acties' werden zo genoemd omdat de Nederlandse regering onder geen beding het toen impopulaire woord 'oorlog' wilden gebruiken. Bang als zij waren om de ruime Amerikaanse financiële opbouwhulp ofwel Marshallhulp kwijt te raken. 

Julie had zich in augustus 1945 na het vertrek uit het landhuis van Kapitein Tanaka als een schim door het opgewonden maar nog niet anti-Nederlandse Batavia bewogen. Er waren leuzen op muren en trams geschilderd waarin de nationalisten schreven dat zij onafhankelijk waren en dat zij de Nederlanders niet meer terug wilden zien. In 1941 was Julie na het krijgen van de twee kinderen wat voller geweest en had circa 55 kilo gewogen. Zij was gezond, zelfbewust en vooral gelukkig geweest met haar kinderen, haar echtgenoot en haar fijne huis in Soerabaya. Vier jaar later was zij alles kwijt en had alleen een zak met kleding. Bij haar moeder in Bandoeng lagen wat foto’s, brieven en haar trouwring verstopt. 

Julie woog in 1945 nauwelijks 40 kilo en kon ondanks de capitulatie van Japan nog niet naar Bandoeng afreizen om haar kinderen te zien. Het land was in rep en roer en leefde in een overwinningsroes. Straatbendes met bamboe speren en kapmessen beroofden de verslagen Japanners van hun wapens en goederen. In Batavia werden de Japanners uit de huizen gezet van de voormalige Nederlandse bewoners en ook deze huizen werden geplunderd. Er hadden zich straatbendes gevormd die het soms ook met elkaar aan de stok kregen of er waren wraakacties tegen Indonesiërs en Indo's waarvan vermoed werd dat zij met de Japanners hadden geheuld.

De nieuwe nationale leiders waren druk met het formeren van een nieuw leger en waren zich zeer bewust van het feit dat de Nederlanders  terug zouden komen om de oude orde te herstellen. Het werd daarnaast duidelijk dat de geïnterneerde Nederlanders maar ook de Indo’s groot gevaar liepen om uitgemoord te worden door met name de opgewonden en ongeorganiseerde Pemoeda’s. Soekarno en zijn collega’s wisten dat de Nederlanders snel in bescherming genomen moesten worden want anders zou hij met zijn nieuwe regering internationaal niet serieus genomen worden. De Engelsen en Australiërs waren weliswaar in kleine legereenheden o.a. in Batavia gearriveerd maar hadden niet het mandaat om het land over te nemen.

In sommige steden hadden de Japanners hun strijd nog niet opgegeven en werd er hevig gevochten.Ook hierdoor was het ook voor Julie onmogelijk om naar Bandoeng te komen. Opnieuw was Julie aangewezen op haar oude contacten in Batavia waar zij relatief veilig zou wachten op het afnemen van de spanningen in het land. Via de radio die nu in nationalistische handen was kon de bevolking vernemen welke nieuwe maatregelen werden genomen en er werd ook melding gemaakt van de situatie in Europa en in Japan. De Nazi’s waren in mei 1945 verslagen en er werd melding gemaakt van internationale herstelprogramma’s  en de oproep om nooit meer oorlog te voeren werd afgewisseld met nieuws over de consequenties van de atoombom en de vondsten van de vernietigingskampen in Duitsland en de massamoorden in Rusland en China.

De bewoners in de kampen van Bandoeng maar ook elders hadden te horen gekregen dat zij voor hun eigen veiligheid langer in de kampen moesten blijven. Voor hen was de oorlog dus zeker niet voorbij. In veel gevallen was het zelfs gevaarlijker geworden dan voorheen en moesten de Japanners hen nu beschermen tegen de onverhoedse aanvallen van de Indonesiërs. De spanningen liepen steeds hoger op en de situatie dreigde steeds meer uit de hand te lopen. Er werd door de Indonesiërs met moord en doodslag op de Europeanen gedreigd als er niet heel snel internationale erkenning zou komen van hun onafhankelijkheid. Men liet doorschemeren dat behalve de kampbewoners ook de Indo’s groot gevaar liepen en vermoord zouden worden als er niet naar de nieuwe machthebbers werd geluisterd.

Voor 18 oktober 1945 leek de rust in Batavia enigszins hersteld. Er werd echter ook een nationaal decreet uitgevaardigd waarin werd verteld dat alle Nederlanders in verzekerde bewaring genomen moesten worden voor hun eigen veiligheid. Dit bericht moet Julie kennelijk zijn ontgaan. Was haar verlangen naar haar kinderen sterker geweest? Of had zij gedacht dat als Indo niet tot de Nederlanders gerekend zou worden?  Julie werd op weg naar het treinstation aangehouden door een Indonesische politieagent en in een gereedstaande vrachtwagen vol met eveneens gearresteerde Europeanen en Indo's naar een verzamelpunt vlak bij het station gebracht. Aldaar werd zij ingedeeld voor transport naar Cirebon. Julie was opnieuw haar vrijheid kwijt en zou tot 25 april 1946 in de Oude Boei gevangenis verblijven.

De daarop volgende zeven maanden zou Julie met een groep van circa 20 andere vrouwen in een cel verblijven en volledig van de buitenwereld afgesloten de moeilijkste tijd van haar leven doormaken. Het moet deze periode geweest van honger en ellende geweest zijn die alle gebeurtenissen uit de voorgaande jaren in de schaduw zouden stellen. In Boei Lama heeft Julie noodgedwongen geleerd om te gaan met pijn, honger, eenzaamheid en is soms bijna krankzinnig geworden. Pas vele jaren later zou zij vertellen dat zij  heeft geassisteerd bij het afleggen en begraven van een medegevangene. Pas in 1998 en voor het eerst beschrijft Julie met weinig woorden haar verblijf in de oude gevangenis. Zij houdt tijdens het schrijven aan haar broer Boy rekening met zijn extreem moeilijk jaren als dwangarbeider aan de Birma spoorweg en relativeert haar eigen verschrikkelijke ervaringen.  

Na de voorgaande oorlogsjaren met spanningen en overlevingsstress zijn tijdens deze zeven gevangenis maanden een aantal emotionele uitlaatkleppen dicht gegaan die in het verdere leven van Julie zelden geopend zouden worden. Eenmaal in Nederland zou Julie zakelijk, doelbewust en flegmatisch over gaan komen. Pas in de laatste vijtien jaar van haar leven kwamen haar diepste gevoelens terug in haar soms zeer sombere schetsen en wandtapijten waar veel kerken in zwart, grijs en bruin werden afgebeeld. Gesloten, nutteloze kerken die niets deden voor de mensheid.

De omstandigheden in Boei Lama waren verschrikkelijk. Gebrek aan water, medicijnen, sanitaire voorzieningen en minder dan 800 gram rijst met een waterig groentesausje per dag zorgden ook bij Julie voor een ernstige beriberi. Het woord zegt het al en betekent ‘ernstige zwakte’ en is het gevolg van vitamine B1 tekort. Het was dat dagelijkse kommetje gepelde en gebroken rijst waar nauwelijks voedingstoffen in zaten en de ‘groentesaus’ waar Julie over schreef aan haar broer. Het waren de bladeren die langs de gevangenis muren groeiden of aan de randen van het afvoerkanaal van de toiletten die als basis voor de saus werden gebruikt. Met het weinige geld wat Julie bezat heeft zij af en toe kans gezien om kleine porties lombok rawit te kopen. Deze bijzonder hete kleine chilipepertjes bevatten veel vitamine C.

De kinderen van Julie zijn vele jaren later vaak getuige geweest van een snikkende Julie die met tranen in haar ogen kleine potjes met lombok rawit in het zuur geheel leeg zou eten. Pas vele jaren later begrepen haar kinderen dat Julie dit deed tijdens periodes van groot innerlijk verdriet en eenzaamheid. Julie leerde haar verdriet enigermate uiten toen zij rond haar vijftigste levensjaar in een volgens haar therapeut ernstige existentiële crisis raakte. De therapie duurde echter niet lang. De begripvolle dokter maakte aan Julie duidelijk dat hij nog nooit eerder een vrouw in behandeling had gehad die zoveel had meegemaakt in een land waarvan de cultuur nauwelijks bekend was en er vervolgens nog 12 kinderen bij had gekregen met daarnaast een drukke baan en een hypochondrische echtgenoot. Julie stond er opnieuw alleen voor en werd als moederfiguur steeds minder zichtbaar voor haar kinderen.

Op 25 april 1945 was er opeens veel rumoer in de verschillende afdelingen van Boei Lama. De bewakers hadden opdracht gegeven om te verzamelen op de oprit naar de gevangenis poort. Niemand was eerder op de hoogte geweest en enige uren later kregen de gevangen opdracht om in looppas naar een gereedstaande geblindeerde trein te lopen en in deze trein plaats te nemen. Bestemming onbekend. Pas de volgende ochtend en na veel oponthoud op donkere stations gingen de deuren open op station Batavia Manggarai. Buiten de trein stonden groepjes Nederlandse dames van het Nederlandse Rode Kruis te wachten met warme chocolademelk en kleine etenswaren. Julie leek vanuit de hel in het paradijs gekomen en woog minder dan 35 kilo. 

Julie begreep later dat haar verblijf in Boei Lama haar mogelijk beschermd zou hebben tegen de haat en het geweld tegen de Nederlanders door de Indonesiërs tijdens de Bersiap periode.

Luister hieronder naar een gesprek met Mary van Delden: 


Een gesprek met antropologe Mary van Delden over haar proefschrift. ‘De republikeinse kampen in Nederlands-Indië, oktober 1945 – mei 1947. Orde in de chaos?’- Mary van Delden, uitg. eigen beheer, mail: vandeldenmary@gmail.com ( €41,50 inclusief verzendkosten)





1946 Pemoeda jeugd - Pemuda

    Julie schrijft haar broer Boy in 1999


 Een foto van de Boei Lama gevangenis in Cheribon uit 1927

In de bijna 7 maanden dat Julie daar verbleef werd het 
een 'beschermingskamp' genoemd. 
Julie heeft later pas begrepen waarom zij daar met vele anderen was opgesloten. 
Het was er extreem smerig en had een groot gebrek aan werkend sanitair.






Plattegrond van Boei Lama waar circa 850 personen werden opgesloten 
tijdens de Bersiap periode


René Louis Persijn (1938) schrijft in zijn blog over Boei Lama. 

De gebouwen die als kamp werden gebruikt waren vaak niet op die grote aantallen berekend. Veel kampen waren veel te vol. Dus te weinig toiletten, te weinig water, te weinig voeding. Ik kan me ook nog herinneren dat in de regentijd het hele kamp blank lag omdat de riolering het vele regenwater niet kon verwerken. De WC’s (gewoon een gat in de grond) liepen over en de menselijke uitwerpselen dreven rond en langs je (betonnen) bed. Om eten te halen ( één maal per dag en meestal wat rijst met gekookte waterplanten) moest je dan als kleine jongen tot aan je borst door dat water waden en je etenskommetje boven je hoofd zien droog te houden.



Oude Gevangenis Boei Lama te Cheribon op een luchtfoto 2011



 








Op 26 april 1946 kwam de trein waarin ook Julie een plaats had gekregen uit 
Cheribon  in Batavia aan. Op station Mr. Cornelis. 

Door stonden Nederlandse dames van het Rode Kruis met koekjes en warme chocolade maar ook de fotograaf van de Nederlandse propaganda dienst.






Na de ontvangst op het treinstation was er een transport naar het Kramat kamp 
waar Julie circa 4 weken zou verblijven

Kramat kamp Batavia


Vervolging en berechting van Japanners


Van mei 1946 tot november 1948 werden de 28 voornaamste Japanse oorlogsleiders, met uitzondering van de keizer, berecht door het Tribunaal van Tokio, officieel het International Military Tribunal for the Far Eastgeheten. Het ging hier om zogeheten A war criminals die werden aangeklaagd voor misdaden tegen de vrede. Daarnaast werden in de diverse geallieerde gebieden nog plaatselijke processen gevoerd tegen circa 4.000 Japanse oorlogsmisdadigers van de categorieën B en C: plegers van conventionele oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid.




  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS