Showing posts with label Nazi's. Show all posts
Showing posts with label Nazi's. Show all posts

1945 - Bersiap, Beriberi en Boei Lama gevangenis toen naar het Kramat kamp

Voor veel Nederlanders lijkt de bezetting van Java door de Japanners een einde gekregen te hebben nadat de bommen op Nagasaki en Hiroshima in augustus 1945 waren gevallen. In de Nederlandse dagbladen werd opgeroepen om de achter gebleven Nederlanders uit hun benarde positie te bevrijden en ook de toenmalige regering maakte plannen om hulptroepen en goederen naar Nederlands-Indië te sturen. Dat de Indonesiërs op 18 augustus 1945 de Indonesische onafhankelijk hadden geclaimd werd in Nederland nauwelijks serieus genomen het was immers 'Ons Indië'. Er zou een buitengewoon onrustige periode aanbreken die aan minstens 20.000 Nederlandse vrouwen en kinderen het leven zou kosten. En mogelijk nog meer levens onder de Indo's en Indonesiërs. 

Deze periode zou later de Nederlandse geschiedenis ingaan als de Bersiap. De Indonesiërs zijn nauwelijks bekend met deze benaming. Zij noemen het de Merdeka periode, de onafhankelijkheidsstrijd. De hierop volgende 'politionele acties' werden zo genoemd omdat de Nederlandse regering onder geen beding het toen impopulaire woord 'oorlog' wilden gebruiken. Bang als zij waren om de ruime Amerikaanse financiële opbouwhulp ofwel Marshallhulp kwijt te raken. 

Julie had zich in augustus 1945 na het vertrek uit het landhuis van Kapitein Tanaka als een schim door het opgewonden maar nog niet anti-Nederlandse Batavia bewogen. Er waren leuzen op muren en trams geschilderd waarin de nationalisten schreven dat zij onafhankelijk waren en dat zij de Nederlanders niet meer terug wilden zien. In 1941 was Julie na het krijgen van de twee kinderen wat voller geweest en had circa 55 kilo gewogen. Zij was gezond, zelfbewust en vooral gelukkig geweest met haar kinderen, haar echtgenoot en haar fijne huis in Soerabaya. Vier jaar later was zij alles kwijt en had alleen een zak met kleding. Bij haar moeder in Bandoeng lagen wat foto’s, brieven en haar trouwring verstopt. 

Julie woog in 1945 nauwelijks 40 kilo en kon ondanks de capitulatie van Japan nog niet naar Bandoeng afreizen om haar kinderen te zien. Het land was in rep en roer en leefde in een overwinningsroes. Straatbendes met bamboe speren en kapmessen beroofden de verslagen Japanners van hun wapens en goederen. In Batavia werden de Japanners uit de huizen gezet van de voormalige Nederlandse bewoners en ook deze huizen werden geplunderd. Er hadden zich straatbendes gevormd die het soms ook met elkaar aan de stok kregen of er waren wraakacties tegen Indonesiërs en Indo's waarvan vermoed werd dat zij met de Japanners hadden geheuld.

De nieuwe nationale leiders waren druk met het formeren van een nieuw leger en waren zich zeer bewust van het feit dat de Nederlanders  terug zouden komen om de oude orde te herstellen. Het werd daarnaast duidelijk dat de geïnterneerde Nederlanders maar ook de Indo’s groot gevaar liepen om uitgemoord te worden door met name de opgewonden en ongeorganiseerde Pemoeda’s. Soekarno en zijn collega’s wisten dat de Nederlanders snel in bescherming genomen moesten worden want anders zou hij met zijn nieuwe regering internationaal niet serieus genomen worden. De Engelsen en Australiërs waren weliswaar in kleine legereenheden o.a. in Batavia gearriveerd maar hadden niet het mandaat om het land over te nemen.

In sommige steden hadden de Japanners hun strijd nog niet opgegeven en werd er hevig gevochten.Ook hierdoor was het ook voor Julie onmogelijk om naar Bandoeng te komen. Opnieuw was Julie aangewezen op haar oude contacten in Batavia waar zij relatief veilig zou wachten op het afnemen van de spanningen in het land. Via de radio die nu in nationalistische handen was kon de bevolking vernemen welke nieuwe maatregelen werden genomen en er werd ook melding gemaakt van de situatie in Europa en in Japan. De Nazi’s waren in mei 1945 verslagen en er werd melding gemaakt van internationale herstelprogramma’s  en de oproep om nooit meer oorlog te voeren werd afgewisseld met nieuws over de consequenties van de atoombom en de vondsten van de vernietigingskampen in Duitsland en de massamoorden in Rusland en China.

De bewoners in de kampen van Bandoeng maar ook elders hadden te horen gekregen dat zij voor hun eigen veiligheid langer in de kampen moesten blijven. Voor hen was de oorlog dus zeker niet voorbij. In veel gevallen was het zelfs gevaarlijker geworden dan voorheen en moesten de Japanners hen nu beschermen tegen de onverhoedse aanvallen van de Indonesiërs. De spanningen liepen steeds hoger op en de situatie dreigde steeds meer uit de hand te lopen. Er werd door de Indonesiërs met moord en doodslag op de Europeanen gedreigd als er niet heel snel internationale erkenning zou komen van hun onafhankelijkheid. Men liet doorschemeren dat behalve de kampbewoners ook de Indo’s groot gevaar liepen en vermoord zouden worden als er niet naar de nieuwe machthebbers werd geluisterd.

Voor 18 oktober 1945 leek de rust in Batavia enigszins hersteld. Er werd echter ook een nationaal decreet uitgevaardigd waarin werd verteld dat alle Nederlanders in verzekerde bewaring genomen moesten worden voor hun eigen veiligheid. Dit bericht moet Julie kennelijk zijn ontgaan. Was haar verlangen naar haar kinderen sterker geweest? Of had zij gedacht dat als Indo niet tot de Nederlanders gerekend zou worden?  Julie werd op weg naar het treinstation aangehouden door een Indonesische politieagent en in een gereedstaande vrachtwagen vol met eveneens gearresteerde Europeanen en Indo's naar een verzamelpunt vlak bij het station gebracht. Aldaar werd zij ingedeeld voor transport naar Cirebon. Julie was opnieuw haar vrijheid kwijt en zou tot 25 april 1946 in de Oude Boei gevangenis verblijven.

De daarop volgende zeven maanden zou Julie met een groep van circa 20 andere vrouwen in een cel verblijven en volledig van de buitenwereld afgesloten de moeilijkste tijd van haar leven doormaken. Het moet deze periode geweest van honger en ellende geweest zijn die alle gebeurtenissen uit de voorgaande jaren in de schaduw zouden stellen. In Boei Lama heeft Julie noodgedwongen geleerd om te gaan met pijn, honger, eenzaamheid en is soms bijna krankzinnig geworden. Pas vele jaren later zou zij vertellen dat zij  heeft geassisteerd bij het afleggen en begraven van een medegevangene. Pas in 1998 en voor het eerst beschrijft Julie met weinig woorden haar verblijf in de oude gevangenis. Zij houdt tijdens het schrijven aan haar broer Boy rekening met zijn extreem moeilijk jaren als dwangarbeider aan de Birma spoorweg en relativeert haar eigen verschrikkelijke ervaringen.  

Na de voorgaande oorlogsjaren met spanningen en overlevingsstress zijn tijdens deze zeven gevangenis maanden een aantal emotionele uitlaatkleppen dicht gegaan die in het verdere leven van Julie zelden geopend zouden worden. Eenmaal in Nederland zou Julie zakelijk, doelbewust en flegmatisch over gaan komen. Pas in de laatste vijtien jaar van haar leven kwamen haar diepste gevoelens terug in haar soms zeer sombere schetsen en wandtapijten waar veel kerken in zwart, grijs en bruin werden afgebeeld. Gesloten, nutteloze kerken die niets deden voor de mensheid.

De omstandigheden in Boei Lama waren verschrikkelijk. Gebrek aan water, medicijnen, sanitaire voorzieningen en minder dan 800 gram rijst met een waterig groentesausje per dag zorgden ook bij Julie voor een ernstige beriberi. Het woord zegt het al en betekent ‘ernstige zwakte’ en is het gevolg van vitamine B1 tekort. Het was dat dagelijkse kommetje gepelde en gebroken rijst waar nauwelijks voedingstoffen in zaten en de ‘groentesaus’ waar Julie over schreef aan haar broer. Het waren de bladeren die langs de gevangenis muren groeiden of aan de randen van het afvoerkanaal van de toiletten die als basis voor de saus werden gebruikt. Met het weinige geld wat Julie bezat heeft zij af en toe kans gezien om kleine porties lombok rawit te kopen. Deze bijzonder hete kleine chilipepertjes bevatten veel vitamine C.

De kinderen van Julie zijn vele jaren later vaak getuige geweest van een snikkende Julie die met tranen in haar ogen kleine potjes met lombok rawit in het zuur geheel leeg zou eten. Pas vele jaren later begrepen haar kinderen dat Julie dit deed tijdens periodes van groot innerlijk verdriet en eenzaamheid. Julie leerde haar verdriet enigermate uiten toen zij rond haar vijftigste levensjaar in een volgens haar therapeut ernstige existentiële crisis raakte. De therapie duurde echter niet lang. De begripvolle dokter maakte aan Julie duidelijk dat hij nog nooit eerder een vrouw in behandeling had gehad die zoveel had meegemaakt in een land waarvan de cultuur nauwelijks bekend was en er vervolgens nog 12 kinderen bij had gekregen met daarnaast een drukke baan en een hypochondrische echtgenoot. Julie stond er opnieuw alleen voor en werd als moederfiguur steeds minder zichtbaar voor haar kinderen.

Op 25 april 1945 was er opeens veel rumoer in de verschillende afdelingen van Boei Lama. De bewakers hadden opdracht gegeven om te verzamelen op de oprit naar de gevangenis poort. Niemand was eerder op de hoogte geweest en enige uren later kregen de gevangen opdracht om in looppas naar een gereedstaande geblindeerde trein te lopen en in deze trein plaats te nemen. Bestemming onbekend. Pas de volgende ochtend en na veel oponthoud op donkere stations gingen de deuren open op station Batavia Manggarai. Buiten de trein stonden groepjes Nederlandse dames van het Nederlandse Rode Kruis te wachten met warme chocolademelk en kleine etenswaren. Julie leek vanuit de hel in het paradijs gekomen en woog minder dan 35 kilo. 

Julie begreep later dat haar verblijf in Boei Lama haar mogelijk beschermd zou hebben tegen de haat en het geweld tegen de Nederlanders door de Indonesiërs tijdens de Bersiap periode.

Luister hieronder naar een gesprek met Mary van Delden: 


Een gesprek met antropologe Mary van Delden over haar proefschrift. ‘De republikeinse kampen in Nederlands-Indië, oktober 1945 – mei 1947. Orde in de chaos?’- Mary van Delden, uitg. eigen beheer, mail: vandeldenmary@gmail.com ( €41,50 inclusief verzendkosten)





1946 Pemoeda jeugd - Pemuda

    Julie schrijft haar broer Boy in 1999


 Een foto van de Boei Lama gevangenis in Cheribon uit 1927

In de bijna 7 maanden dat Julie daar verbleef werd het 
een 'beschermingskamp' genoemd. 
Julie heeft later pas begrepen waarom zij daar met vele anderen was opgesloten. 
Het was er extreem smerig en had een groot gebrek aan werkend sanitair.






Plattegrond van Boei Lama waar circa 850 personen werden opgesloten 
tijdens de Bersiap periode


René Louis Persijn (1938) schrijft in zijn blog over Boei Lama. 

De gebouwen die als kamp werden gebruikt waren vaak niet op die grote aantallen berekend. Veel kampen waren veel te vol. Dus te weinig toiletten, te weinig water, te weinig voeding. Ik kan me ook nog herinneren dat in de regentijd het hele kamp blank lag omdat de riolering het vele regenwater niet kon verwerken. De WC’s (gewoon een gat in de grond) liepen over en de menselijke uitwerpselen dreven rond en langs je (betonnen) bed. Om eten te halen ( één maal per dag en meestal wat rijst met gekookte waterplanten) moest je dan als kleine jongen tot aan je borst door dat water waden en je etenskommetje boven je hoofd zien droog te houden.



Oude Gevangenis Boei Lama te Cheribon op een luchtfoto 2011



 








Op 26 april 1946 kwam de trein waarin ook Julie een plaats had gekregen uit 
Cheribon  in Batavia aan. Op station Mr. Cornelis. 

Door stonden Nederlandse dames van het Rode Kruis met koekjes en warme chocolade maar ook de fotograaf van de Nederlandse propaganda dienst.






Na de ontvangst op het treinstation was er een transport naar het Kramat kamp 
waar Julie circa 4 weken zou verblijven

Kramat kamp Batavia


Vervolging en berechting van Japanners


Van mei 1946 tot november 1948 werden de 28 voornaamste Japanse oorlogsleiders, met uitzondering van de keizer, berecht door het Tribunaal van Tokio, officieel het International Military Tribunal for the Far Eastgeheten. Het ging hier om zogeheten A war criminals die werden aangeklaagd voor misdaden tegen de vrede. Daarnaast werden in de diverse geallieerde gebieden nog plaatselijke processen gevoerd tegen circa 4.000 Japanse oorlogsmisdadigers van de categorieën B en C: plegers van conventionele oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid.




  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS

1958 – Titus Brandsma, de Belle Bambino wordt geboren en nog meer rampspoed

Terwijl er vanaf eind 1957 een nieuwe stroom repatrianten uit Indonesië gedwongen naar Nederland vertrok leek de kwekerij van Anton in de lente van 1958 wat succes te gaan krijgen. Ondanks de problemen met Indonesië leek het steeds beter te gaan met de economie in Nederland. Het aan de straatkant gelegen entree van de kwekerij was het visitekaartje van de ‘zaak’ geworden. Een mooi aangelegde bordes met een kleine vijver en veel fris ogende met vaste planten en kleine boompjes. Rechts de ingang voor een auto of kleine vrachtwagen en links van het hek het paadje naar de achterkant van het bovenhuis waar men via een soms glibberige lange houten trap op het balkon naast de keuken uit kwam. De voordeur aan de straatkant werd zelden door de kinderen gebruikt. Er waren een aantal lage en open bloemen- en planten bedden met een betonnen rand en er was de hoge en ruime glazen kas met vaste planten, pot planten en een veelheid aan bloemsoorten. 

Voor de kleine kinderen een paradijs maar voor de grotere kinderen die mee moesten helpen een kleine zoet/zuur ruikende hel met veel onkruid en brandnetels. De verkoop van bloemen en planten bracht echter veel te weinig op om het gezin te kunnen onderhouden. Julie moest blijven werken bij de drukkerij maar een gedeelte van haar inkomen ging op aan de onderhoudskosten van de kwekerij. Er moest iets bedacht worden waar wél geld mee verdiend kon worden. Julie had via de drukkerij contacten met de toen sterk expanderende Albert Heijn organisatie. Men had bedacht dat er op kleine schaal bloemen en planten verkocht zouden worden in de grotere AH supermarkten. Om logistieke redenen koos men in eerste instantie niet voor bloemen maar voor kleine plantjes die voor een laag bedrag ‘meegnomen’ konden worden bij de dagelijkse boodschappen.

Julie bedacht een (verdien)concept. Een klein keramiek potje gevuld met mooie tuinaarde afgedekt met vers ruikend groen mos waarin een stuk boomschors van circa 20 cm lengte en circa 8 cm breed rechtop geplaatst zou worden. Vervolgens werd er een kleine Hedera Helix ofwel klimopplant van circa 15 centimeter hoog in het potje geplant die zich aan het boomschorsje zou hechten om na verloop van tijd overgeplant te kunnen worden in een grotere pot. Het door de toen zeer bekende Meindert Zaalberg ontworpen potje zou dan als sierkeramiek een tweede bestaan krijgen. Julie en Anton hadden eerst voor een andere plant gekozen de Alocasia Bambino. Maar die bleek te lange wortels te hebben voor het kleine potje. Het werd toen de kleine sierklimop en de naam van het setje werd Belle Bambino gedoopt. Het geheel werd verpakt in een cellofaan zak die met goudkleurige inkt bedrukt zou worden. Een plastic zakje bedrukken was een nieuwe techniek in Nederland en daardoor nog zeer duur. Julie is verschillende keren naar het AH hoofdkantoor in Zaandam af gereisd voor overleg. En eindelijk was er groen licht voor een eerste partij beeldschone “Belle Bambino’s”.

Het is een ramp geworden. Albert Heijn had als echte kruidenier het financiële risico bij de producent gelegd. Het boomschors en het mos moesten illegaal in het nabijgelegen Bergense bos door de oudste zoon per fiets opgehaald worden. Hij nam vaak een van de kleinere kinderen mee want die konden met hun kleinere vingers het mos makkelijker in grote stukken loswerken. In weer en wind werd er op en neer naar het bos gereden om de fietstassen tot aan de rand te vullen. Dan volgde het vullen van de potjes, het plantje werd geplaatst het schorsje ernaast en toen de veel te duur uitgevallen goudbedrukte zak. Samen met Anton vormden de kinderen die mee konden helpen een productielijntje. Nadat de eerste 500 Belle Bambino’s waren afgeleverd kwam er slecht nieuws. Albert Heijn had moeite om de te duur uitgevallen Belle Bambino’s te verkopen aan de toen nog zuinige klant. Er volgde nog een contractuele bestelling en toen was het afgelopen. De dozen met bedrukte plastic zakken hebben nog lang onder een tafel gestaan. De resterende sierklimopjes werden in vierkante hout gevlochten bakjes gepoot en door Anton op markten en aan bloemisterijen in de regio verkocht. Het zou niet de enige ramp in 1958 blijven.

Anton maakte lange dagen en de oudere kinderen moesten veel meewerken na schooltijd. Terwijl Julie aan het werk was werden de twee kleine meisjes met een tuigje en circa 2 meter koord onder de bloemenkar vastgebonden terwijl Anton met zijn klanten onderhandelde. Het kwam voor dat Anton zo druk was dat hij de kleine meisjes wel eens vergat die dan uitgedroogd in hun tuigjes hangend door de andere kinderen na schooltijd werden gevonden. In het voorjaar werden de twee jongste dochters van Anton en Julie opgenomen in het St. Elisabeth Gasthuis Ziekenhuis van Alkmaar, beiden met een zware longontsteking. Julie moest onbetaald verlof nemen om de meisjes te kunnen verzorgen. Terwijl de kwekerij juist beter begon te draaien. Na enige weken kwamen de meisjes weer thuis en leek het voorjaar nieuwe klanten naar de kwekerij te trekken. Anton had steeds minder tijd om te wieden en experimenteerde met zelfbedachte onkruidverdelger.

Het was een mengsel van restanten vloeibare onkruidverdelger die Anton liet gisten in verschillende flesjes en op zou bergen in de gereedschapkast op het grote balkon naast de keukendeur. De schrijver van dit blog is zeven jaar oud en komt in het warme voorjaar om 12.00 uur uit school om vervolgens de keukendeur op slot te vinden. Oma Charlotte was kennelijk weg voor boodschappen of aan het wandelen met de kleine kinderen en Anton was elders op de kwekerij. De kleine jongen opent de gereedschapkast om de sleutel van de keuken te zoeken en ziet een bijna vol flesje met chocolademelk staan. Dwz door de bruine kleur van het flesje ziet hij niet dat er geen chocolademelk in zit. Hij pakt het flesje en neemt een ferme slok, en dan nog een grote slok. Nee, het smaakt niet lekker.

Na enige tijd doet oma Charlotte de keukendeur open, zij is weer terug en de kleine jongen zegt dat hij zich niet lekker voelt. Vlak voor de middagboterham krijgt hij een zware stuip terwijl hij op schoot van de in paniek geraakte Charlotte wordt gehouden. Er komen kinderen en de snel gehaalde Anton om heen staan. De kleine jongen verliest na verloop het bewustzijn en zal per ambulance opgehaald worden terwijl niemand weet wat de reden van zijn plotselinge ziekte is. Als Julie in het ziekenhuis aankomt verteld de dokter haar dat het zeer ernstig is en dat haar zoon in een zware coma ligt. De artsen hebben echter geen idee wat de oorzaak kan zijn en Julie moet voor zijn leven vrezen. Het wordt Julie te veel zij is weer terug in het oude Bandoeng. Het oude katholieke ziekenhuis doet haar denken aan de meisjes MULO aan de Heetjansweg in Bandoeng. Het gebouw werd tijdens de Japanse bezetting in gebruik genomen door de gevreesde Japanse militaire politie de  Kempeitai. Julie is daar langdurig verhoord en heeft in de lange schoolgang door de half openstaande deuren veel andere slachtoffers gehoord en gezien die zwaar waren toegetakeld. 

Urenlang blijft Julie naast het bed van haar zoon en weet zich geen raad. Anton komt haar ophalen want de andere kinderen hebben haar ook nodig. Julie komt kort naar huis en bespreekt de situatie met haar moeder. Julie vertrekt weer naar het ziekenhuis want de artsen hebben gezegd dat het een aflopende zaak is. De pastoor van de katholieke Sint Dominicuskerk wordt gewaarschuwd. Hij kende Julie en Anton goed. Grote katholieke gezinnen waren immers populair binnen de katholieke kerk. De pastoor  belooft langs te komen en ook hij wordt somber van het verslag van de artsen. Hij adviseert Julie om te bidden. Iedereen moet bidden. Thuis en ook op de inmiddels op de hoogte gestelde katholieke school van het jongetje wordt hevig gebeden. Het jongetje ligt aan een infuus maar ademt rustig. Julie blijft in het spaarzaam verlichte ziekenhuis en slaapt in de badkuip van de kamer waar haar zoon ligt. Om de zoveel tijd komt er een zuster kijken en fluistert Julie bemoedigende woorden toe. Julie heeft een bidprentje gekregen van de pastoor. Het is een dubbel gevouwen kaftje met een afbeelding van de in Dachau omgekomen Karmeliet en hoogleraar Titus Brandsma. Aan de binnenzijde van het kaft is een gebed afgedrukt en onder een uitgesneden venstertje is een stukje witte katoen stof aangebracht. Het zou een stuk van de witte pij van Titus Brandsma zijn en was zelfs gezegend door het Vaticaan.

De in februari 2012 overleden Frits Staal werd in 1967 bekend door zijn artikel in De Gids ‘Zinvolle en zinloze filosofie”. Hij verrichte lokale studies naar rituele handelingen en In 1975 deed hij met collega’s een wetenschappelijk onderzoek rond het twaalf dagen durend Vedische vuuroffer ritueel in Kerala (India). In zijn boek Drie bergen en zeven rivieren komt hij nog eens terug op zijn wetenschappelijk onderzoek naar rituelen. Hij stelt dat rituelen geen enkele magische of geheime kracht hebben maar eigenlijk wel ‘leuk’ zijn of troost kunnen bieden. Julie had in 1942 de katholieke kerk vaarwel gezegd. De pastoor in Bandoeng had haar gezegd dat het huwelijk met de ongelovige William een huwelijk in zonde zou zijn. Julie was razend geweest. In 1945/46 keerde haar geloof weer terug. Maandenlang zong Julie ’s avonds mee met de christelijke liederen die werden gezongen in de Boei Lama gevangenis van Cheribon waar zij met vele anderen was opgesloten tijdens de roerige Bersiap periode. 

Nadat Julie eind april 1946 was vrijgekomen en naar was Batavia vervoerd heeft zij herhaaldelijk de Theresiakerk in Jakarta bezocht om te bidden voor het terug zien van haar in Bandoeng verblijvende kinderen en voor een goede afloop. De Heilige Theresia had haar gebeden kennelijk verhoord uiteindelijk kon Julie veilig met haar kinderen naar Nederland vertrekken. Titus Brandsma was een overtuigd Karemelieten bestudeerde niet alleen de Heilige Theresia maar waarschuwde al vroeg voor de gevolgen van het nationaalsocialisme, rassenhaat en ophitsing (populisme). Na zijn arrestatie door de Duitse bezetters werd hij met veel andere geestelijken naar concentratiekamp Dachau vervoerd en is op 26 juli 1942 door een kamparts met een dodelijke injectie vermoord. Het bidprentje van Titus Brandsma en een kleine biografie over de Heilige Theresia gaven Julie tijdens de vele uren in de ziekenkamer veel steun. 

De gebeden van Julie zouden opnieuw verhoord worden. De kleine jongen had weliswaar reeds de ‘Laatse Heilige Sacrementen’ toegediend gekregen en op zijn school was al verteld dat hij niet meer terug zou komen maar er geschiede na circa tien dagen een klein wonder uit onverwachte hoek. Anton had lang nagedacht en had het half lege Fosco flesje gevonden. Nadat hij dit bekend had gemaakt werd de maag van het jongetje volgestopt met Norit en andere ontgiftende middelen. Al nu enige uren kwam hij langzaam bij uit zijn dagenlange coma. ‘Dag Mam ik ben er weer’ zou hij gezegd hebben. Frits Staal kreeg gelijk, rituelen kunnen verlossing betekenen maar rationeel denken biedt eerder een échte oplossing. Pas vele jaren later zou Julie de ‘Kerk’ loslaten. In haar grote wandkleden werden de kerken als statische gebouwen ‘die niets deden voor de wereldvrede’ in somber grijs en zwart afgebeeld. Julie voelde zich in die periode zeer verbonden met de Argentijnse Dwaze Moeders.

Het was niet makkelijk voor de familie en het jongetje om de draad weer op te pakken. Het jongetje leek geen zichtbare schade opgelopen te hebben maar heeft meer dan twee jaar last gehad van zware soms misselijk makende migraine’s die in de loop der jaren zouden veranderen in korte perioden van niet door zijn omgeving herkende manische depressiviteit. Julie wist dat zij speciaal dit jongetje in de gaten moest houden maar werd na enige weken alweer opnieuw naar het ziekenhuis geroepen omdat de anderhalf jaar oudere broer van het jongetje met een zware hersenschudding in het ziekenhuis was opgenomen. Hij was van de hoge achtertrap gegleden en meer dan vier meter naar beneden gevallen met zijn hoofd boven op het stalen voetenveeg matje. Na enige tijd kwam hij met veel hoofdverband uit het ziekenhuis. Ja, zei hij; de dokter heeft gezegd dat ik een kop als een tartaartje had. In het najaar van 1958 kwamen er Deurwaarders. 

Er waren veel onbetaalde rekeningen en het bleek dat Anton al meer dan twee jaar de pacht van de kwekerij niet had betaald. Julie had hier niets van geweten. Er werd een regeling getroffen en Julie had ergens gelezen dat er in Aalsmeer nieuwe huizen op afbetaling en met subsidie gebouwd zouden worden. In maart 1959 is het gehele gezin naar Aalsmeer verhuisd en in april is het 9de kind van Anton en Julie geboren. Een mooie dochter met een Indische uitstraling. 

1958 Ook in Budel waren de repatrianten welkom

1958 Zeeland en het Tropenmuseum

1958 In Den Haag hadden Indo jongeren ruzie met Hollandse jongeren

1958 Een Zaalberg tentoonstelling in Amsterdam. 
Julie was een groot bewonderaar van Meindert Zaalberg

Boomschors met een Sterklimop

Het St. Elisabeth Gasthuis Ziekenhuis in Alkmaar



1958 Het door Anton achteraf vermalijde Fosco flesje





1938 De Theresia kerk in Batavia

2011 De zelfde Theresia kerk in Jakarta

2007 Er is een verklaring zoek
Frits Staal ook voor Indo's 



1958 Koningin Juliana bezoekt het woonoord Vaassen voor Ambonezen in de 
gemeente Epe, waarbij ze bloemen krijgt van de 13-jarige Juliaantje Sinay. 
Samen met Marga Klompé, minister van Maatschappelijk Werk, bekijkt ze 
oa de kantine en in de schoolbarak worden ze toegezongen door kleuters.


Een ontroerend verhaal uit Nieuw Guinea waar de katholieke 
Minister Joseph Luns waarschijnlijk niet blij mee was 


  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS