Showing posts with label Sukarno. Show all posts
Showing posts with label Sukarno. Show all posts

1943 - Voorjaar 1943 deel 3 - op de vlucht

De beslissing van Julie om Bandoeng te ontvluchten werd mede ingegeven door grote veranderingen die niet alleen in Bandoeng hadden plaats gevonden.  In de nog niet geheel afgesloten wijken zag men nauwelijks nog vrije volwassen Europeanen. Soms nog wel verschrikt kijkende jonge blanke kinderen met een boodschappentas om ergens voedsel te kopen. Wat niet ongevaarlijk was omdat de Japanners handel drijven met de Europeanen hadden verboden. Waar geen Europeanen meer nodig waren werden hun plaatsen ingenomen door Indonesiërs. Er waren steuncomités opgericht voor vrouwen van gevangen gezette KNIL militairen en arme Indo-Europeanen. Er ontstonden gaarkeukens terwijl men op de inlandse markten zeer hoge prijzen voor voedsel moest betalen.



Er was in het voorjaar van 1943 een nieuwe ‘herwaardering’ van het Indo zijn doorgevoerd en veel Indo-Europeanen gingen alsnog de kampen in. Sommigen kozen voor vrijwillig verblijf omdat het op straat te gevaarlijk was geweest. Salarissen, pensioenen en eventuele banktegoeden werden al lang niet meer uitgekeerd. De propaganda machine van de Japanners was erop gericht om de Indonesiërs zo snel mogelijk te integreren in het verlichte Keizerlijke denken. Het ging om de gezamenlijke strijd  tegen de Engelsen en de Amerikanen.



Julie was na haar verhoor door de Kempeitai en haar korte verblijf in de gevangenis in een stad teruggekeerd die steeds meer vervuilde en verarmde. Zij werd nog steeds als verdachte beschouwd en zou elk moment opnieuw opgepakt kunnen worden. Er was inmiddels een nieuwe beweging opgericht. Pusat Tenaga Rakjat (PUTERA) ofwel het Centrum voor Volkskracht. O.a. geleid door de latere President Soekarno. Het was een stimuleringsprogramma om vrijwillig dienst te nemen als ‘hulpsoldaat’ (Heiho) of zich te melden als ‘werksoldaat’ (Romusha). Het animo onder de oudere bevolking was niet zeer groot. Bij de jeugd was de SEINANDAN een groter succes. Dit jeugdkorps was bedoeld voor jongeren van 14 tot 25 jaar en werd samen met de KEIBODAN ofwel hulppolitie voor 25 tot 35 jarigen opgericht. Zij werden vooral ingezet om de (snelle) Japanisering van de samenleving te bevorderen. Juist deze twee groeperingen waren vaak bijzonder agressief tegen de buiten de kampen verblijvende Indo-Europeanen.  



Julie realiseerde zich dat er een blijvend veranderings- proces op gang was gebracht. De nieuwe machthebbers waren de Japanners in nauwe samenwerking met de Indonesiërs. De vaak geromantiseerde beeldvorming van vóór de capitulatie in 1942 van de zo gunstige invloed die de Europeanen op de Indonesiërs gehad zouden hebben was binnen een jaar volledig verdwenen. De Indonesiërs dachten hun vrijheid te verkrijgen en de Japanners speelden het spel gedeeltelijk mee. De Djawa Hokokai was bedoeld als een overkoepelende ‘dienstbaarheid’ organisatie die niet anders was als een verdeel, heers en controle vehikel van de Japanners. Er werd in alle nieuwe Japanse gebiedsdelen onder de gehele bevolking een propaganda boekje verspreid waarin alle met Japan ‘samenwerkende’ volkeren werden afgebeeld als vrienden van elkaar en als eensgezind in de strijd tegen de vijandelijke mogendheden. 









voor de oorlog!

na de oorlog!

onafhankelijkheid en harmonie

Onze Commandant (De Keizer)

Nieuwe Hoop voor de Wereld

Het delen van culturen

Naast elkaar, naar voorspoed!

De Amerikanen maakten ook propaganda om het Amerikaanse volk te 
motiveren om deel te nemen aan de strijd tegen de Japanners



  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS

1950 deel 2 - 'Dank je wel 1950'.

In juni 1950 werd het derde kindje van Julie en Anton geboren. Een wolk van een baby met hoog blond haar en een witte huid. Het gezinnetje bestond nu uit zeven personen. Anton en Julie, de twee kinderen uit het eerste huwelijk van Julie van 9 en 8 jaar oud en de drie kinderen die zij samen hadden gekregen.  De taak die Julie zich zelf had opgelegd begon vorm te krijgen. Het nieuwe leven wat zij schonk zou de oude beelden van dood en verderf uit de oorlogsjaren in Indië moeten vervagen. Eigenlijk het liefst vervangen. De honger, de dorst, het vluchten, het verschuilen, de eenzaamheid, het slaan, de martelingen, de onthoofdingen. Het waren schrikbeelden in het hoofd van Julie die op de meest onverwachte momenten opdoken. Dat konden geluiden zijn van zware deuren, van stoelen die om vielen, van boze stemmen of waterkranen die druppelden in een stille ruimte die rook naar bitter zweet. Het geheugen van Julie haakte dan in op de vele stressmomenten uit het nog jonge verleden en maakte haar angstig en onzeker. Julie had zichzelf aangeleerd om deze herinneringen uit het verleden geen kans meer te geven door zichzelf veel en verschillende werkzaamheden op te leggen en deze dan doelgericht en uiterts geconcentreerd uit te voeren. 

Hoeveel moeders zoals Julie waren er niet in het Amsterdam of Bandoeng van begin jaren vijftig van de vorige eeuw? Moeders die wilden vergeten. Moeders hadden immers andere zorgen dan de vaders. In de jaren veertig waren veel vaders en zonen van huis gegaan of opgehaald. Om te dienen in een leger of om te werken in gevangenschap voor de vijand. Er waren ook vaders en zonen die machteloos achter hekwerken en tralies hun tijd uit hadden gezeten. Als zij het al hadden overleefd dan waren het niet meer de vaders en zonen van vroeger. Gevangen genomen vrouwen waren in de minderheid en vertelden veel minder over hun ervaringen. Zij hadden het overleefd en namen genoegen met het oppakken van de draad uit vorige levens. Vier en twintig uur per dag zorgen en beschermen tegen invloeden van buitenaf vraagt meer energie dan het huis of land verdedigen tegen aanvallen, dat is mannenwerk. Julie weefde een onzichtbaar cocon om haar groeiende gezin. Zij was zich bewust van de traumatische ervaringen die haar twee jongste kinderen in Indië hadden opgedaan. Zij wilde haar oudere kinderen laten vergeten door hen broertjes en zusjes te schenken en een veilig huis te bieden. Met een nieuwe vader, die ook hen zou beschermen.

Julie zorgde er voor dat er weinig ruimte was voor sentimenten in haar gedachtewereld. De zelfdwang van Julie kwam voort uit het opgelegde patroon van aanpassing en inpassing in een land waar zij niet was geboren en niet was opgeroeid. Net zoals het Zeeuws botermeisje uit Zeeland nooit zou kunnen aarden in Amsterdam voelden veel Indo-europese immigranten zich ontheemd in het land waar zij niet waren geboren en opgeroeid. In Nederland werd er na 1945 gesproken over Indische repatrianten maar dat geldt uiteraard niet voor personen die nooit eerder in Nederland waren geweest. De burgerlijke samenleving in Indië zoals Julie die had leren kennen was onvergelijkbaar met de levenswijze in het naoorlogse Nederland. Er waren weliswaar grote  overeenkomsten in taal en wetten. Maar de Nederlandse taal in Indië was er voor een zeer kleine minderheid van circa 350.000 personen die rond 1940 het Nederlands beheersten in een land met 70 miljoen inwoners. Het Indisch wetboekvertoonde grote verschillen met het Nederlands wetboek. Er golden voor de in Indië wonende oorspronkelijke inwoners andere wetten dan voor de door de overheid erkende Indo-europeanen en weer andere wetten voor de Nederlanders  die naar Indië waren verhuisd als ambtenaar, soldaat, ondernemer of als gelukzoeker.

Indo-europese kinderen met Nederlands bloed werden in Indonesië al vanaf 1600 geboren dus vanaf de eerste jaren dat de Nederlanders zich in Indië nestelden. De vader van Julie’s moeder werd op 30 april 1841 in het toenmalige Soeracarta geboren. Vandaag de dag heet deze stad Solo. Haar grootvader kreeg de naam Casper Frederik Deuning en hij was de zoon van een immigrant en een inlandse vrouw. Tien jaar later zou zijn jongste broer Ferdinandus Deuning geboren worden. Ferdinadus zou in het najaar van 1883 ter dood worden veroordeeld omdat hij een baby zou hebben vermoord. De civilisatie van Indië was noch niet afgerond en de ijverige ambtenaren uit de regio Semarang werkten nauw samen om aan te tonen dat zij de rechtsgang zeer serieus namen. De rechtsgang rond Ferdinandus wordt nauwkeurig beschreven door L.J. van Raalte in een uitgave uit 1884 omtrent de beginselen van ‘De Nederlandsch-indische Strafvordering’. Het recht op privacy bestond toen kennelijk nog niet, in deze uitgave worden alle partijen rond de rechtzaak met naam, toenaam en verblijf locatie genoemd. Hieruit komt ondermeer naar voren dat er nog een derde broer was. Frans Frederik Deuning die met zijn Njai Oerip samenleefde. In de stukken m.b.t. de rechtzaak word zij Oerip Deuning genoemd. Het a.s. boek over Julie zal als vertrekpunt de opzet van een boek zijn waar Julie aan begon te schrijven in 1996 tijdens een vakantie in Thailand. Onderaan het blog een gescande weergave in het handschrift van Julie met de hoofdpersonen uit haar beoogde publicatie. Het bleek niet al te moeilijk te zijn om de werkelijke personen achter de door Julie beschreven pseudoniemen te vinden.

De rechtzaak en het verlies van zijn broer moet vooral voor de degelijke Casper Frederik een zware slag zijn geweest.  Het was een landelijk schandaal en de naam Deuning was nu overbekend in de koloniale en Indo-europese kringen. Casper leefde sinds circa 1875 samen met zijn Njai Djeminem in het lieflijke Bojolali. Trouwen mochten zij pas na in 1893 een wetswijziging. Later zou Djeminem zich ook Raden Ajoe Sinem Istri Kamidjojo laten noemen. Vrij vertaald uit het oud Javaans ‘jonge vrouw uit Yogyakarta’. Samen zouden zij 14 kinderen krijgen. Tengevolge van de kraamvrouwenkoorts overleed Raden Ajoe ofwel Djeminem op 29 mei 1898. Hun vijftiende en jongste kindje zou enige dagen later overlijden. Charlotte, de moeder van Julie was toen net twee jaar oud.

Het zou toen nog drie jaar duren voordat de Ethische politiek rond 1901 Nederlands-Indië zou bereiken. Het zou voor een nieuw elan onder de koloniale ambtenaren zorgen want de nieuwe strategie was gericht op welvaart vergroting voor iedereen. Dus ook voor de inlanders en ook voor de niet door de regering erkende Indo-europeanen die in veel gevallen wel een sterk Hollands getinte opvoeding kregen. Alhoewel de investeringen in de Indische welvaart onvoldoende waren steeg het zelfbewustzijn onder de inlanders en Indo-europeanen die nu wél een kansen zagen om goed onderwijs te volgen. Ook Pa van der Steur rook nieuwe kansen voor zijn honderden vaak verweesde Indo-europese pleegkinderen. Het door hem in 1893 opgerichte ‘gesticht’ bevond zich in de kazernestad Magelang en het merendeel van de door hem opgenomen kinderen waren kinderen uit de soldaten wereld. De uit Nederland afkomstig soldaten mochten volgens de toenmalige wetten ook in Nederland niet getrouwd zijn en ook niet met inlandse vrouwen trouwen. De overheid wilde hiermee met name op pensioen verplichtingen besparen indien de militair om zou komen. De soldaten onderhielden veelal kort durende relaties met de inlandse vrouwen en de kinderen die hieruit werden geboren werden groeiden op in de kampongs in de nabijheid van een kazerne. De gouvernementele overheden lieten deze relaties oogluikend toe om de aanwas van bordelen en homoseksualiteit geen kans te geven.

Julie werd geboren uit ouders die weliswaar een gedeeltelijk Nederlandse achtergrond hadden maar volledig geïntegreerd waren in het Indië van vóór 1920. Na 1920 was door de sterk gegroeide vraag naar Indische producten, zoals suiker en olieproducten het aantal Nederlanders in Indië zeer toegenomen. Ondanks de Ethische politiek was de ongelijkheid in salariëring bepaald nog niet veranderd. De uit Nederland afkomstige kolonialen verdienden door achtergrond en opleiding veel meer dan de Indo-europeanen. De inlanders met een vergelijkbare opleiding verdienden wéér minder en hadden nog minder kans op promotie. Waardoor ook de welvaart verschillen in de gezinnen soms buiten proportioneel waren. De vader van Julie had weliswaar een aardig salaris als 2e machinist op een suikeronderneming maar had onvoldoende kunnen sparen om een eigen huis of een stuk land te kunnen kopen waardoor hij noodgedwongen door ontslag uit hun huurhuis op de onderneming moest vertrekken. Het was op het hoogtepunt van de grote economische wereldcrisis in 1931 toen hij zijn gezin in een veel kleiner huis in de buurt van de armenwijk in Bandoeng moest onderbrengen. Het was in die jaren dat Julie als jong meisje geconfronteerd werd met de zeer grote sociaal-culturele verschillen in de Indische samenleving. Het was als een piramide die uit veel steeds breder worden lagen bestond. In de punt de rijke planters en landeigenaren en de gouvernementele regeerders die samenspanden met de lokale sultanaten. Daaronder de koloniale hoofdambtenaren en hofambtenaren van de sultanaten. En weer een trede lager de ambtenaren met lagere rangen en de hoger opgeleide werknemers in de verschillende productie sectoren. Het laagst op de ladder stonden de inlandse dagloners, huisbedienden en de kampong bewoners

De zeden en gewoontes in Indië waren aldus als een Indische spekkoek in vele lagen in te delen waarbij racisme en afkomst eveneens een grote rol speelde. Het waren geen vastgelegde afspraken of regels maar men merkte snel genoeg hoe  men zich op basis van afkomst en welvaartsniveau diende te gedragen. Deze zelf opgelegde gedragscodes werden door de overheid voortdurend gewogen op de balansschaal van het profijtbeginsel. Als je geen persoonlijke bijdrage aan de (staats)winst bij droeg en je van de gebaande paden afweek was je aldus verliesgevend. Onder de Indo-europeanen was het hoogste streven een baan bij de overheid. Hierbij lonkte men stevig naar het gedrag van de uit Nederland afkomstige kolonialen en trachtte men relatief kritiekloos hun gedrag te imiteren. Hierdoor namen veel Indo-europeanen veelal ongewild afstand van hun inlandse afkomst. Eenmaal aangekomen in het kille en minder op hiërarchie ingestelde naoorlogse Nederland werden de oude gewoontes en gebruiken uit het oude Indië door veel Indo’s weer van stal gehaald worden om het ‘anders zijn’ te cultiveren door gebrek aan eigen identiteit. Met name de schrijver Tjalie Robinson kon zich zeer opwinden over de ‘overgave’ van de Indo’s aan de Nederlandse burgerlijkheid.

Julie had in november 1946 bij aankomst in Nederland een tegengestelde overlevingsstrategie uitgezet. Voor haar was Indië een afgesloten hoofdstuk. Zij besloot innerlijk en uiterlijk om zo Nederlands mogelijk te worden. Haar hoogblonde wolk van een baby die in juni 1950 werd geboren zou net als de eerder geboren twee kinderen haar eigen achternaam dragen. Haar vriend Anton erkende weliswaar de drie kinderen maar omdat hij nog in ‘scheiding lag’ werden de kinderen toch als Van Der Steur ingeschreven. Julie was al blij dat zij geen nieuwe rechteloze kinderen had zoals die bij duizenden bij haar oom Pa van der Steur waren ingeleverd. De draden van het cocon wat Julie spinde werden ook rond Anton gesponnen. Anton paste ook zo mooi in de strategie van Julie. Haar verleden wegwassen door zo Nederlands mogelijk te worden met een sterke Hollandse man die geen bindingen met Indië had. In het najaar van 1950 konden Julie en Anton verhuizen naar een bovenwoning aan de Blauwburgwal. Niet ver van de Herengracht en de Spuistraat. Het was hun eerste huis waar geen sociale controle door een inwonende huiseigenaar aanwezig was. Julie richtte zelf het huis in met hamer, zaag en hetgeen Anton via vrienden wist te regelen. Daarnaast dwong zij Anton in een nieuw gareel. Een baan in loondienst. Dwz het was een typisch Anton & Julie compromis wat zich in de komende jaren nog vele malen zou herhalen. Anton had een basissalaris met een omzetbonus. Hierdoor moest Julie ook een gedeelte van zijn werk doen. Anton ging zijn klanten af met kantoorartikelen en Julie beheerde het depot nam de bestellingen aan en verwerkte deze tot pakketten die vervolgens weer naar de klanten gebracht moesten worden. Eind februari 1951 merkt Julie dat zij opnieuw zwanger was. De polygoon journaals in de bioscopen sloten 1950 af met een veel zeggend ‘Dank je wel 1950’.

In 1995 maakt Julie een opzet voor een boek over haar familie in Indië. 
Na enige pagina's houd zij op.


In maart 1950 komt Prins Bernhard aan op Schiphol na een maandenlange 'zakenreis' 

1950 Schiphol - Diplomaten uit Indonesië arriveren om de kwestie Nieuw-Guinea te bespreken. In het kader van de grote wens van hun president 'Een volk, een land'

1950 - Amsterdam 29 april 
De Nederlandse vlag en de Indische urn, 
bevattende met bloed doordrenkte aarde van de slagvelden uit Indie, 
die wordt bijgezet in het Monument op het Damplantsoen

1950 Maart - President Sukarno met leden van het Worang Bataljon. 
Zij zouden later ingezet worden in Nieuw-Guinea

1950 - Bij DAF in Eindhoven worden nieuwe militaire voertuigen gebouwd

Kerstpakketten voor de in Indië verblijvende militairen. 
De laatste groepen militairen kwamen in 1951 terug. 
Velen reisden weer door naar Korea.  

1950 Ook de kinderen van Julie en Anton genieten van Sterovita melk

Veel naoorlogse baby's werden extra groot door de Trinose babyvoeding

Babies als beren! 
Vanaf 1953 kregen de kinderen van Julie kennelijk andere 
melk zij zijn aanmerkelijk minder lang dan de eerste vier kinderen

1950 als de gewone boter te duur was

In Amerika gingen ook baby's aan de Cola 'how soon is too soon'?

Polygoon, december 1950

Veel uit Indië teruggekeerde militairen vertrekken opnieuw.
Naar Korea 1950.


Wat deed Prins Bernard in 1950 in Indonesië?

  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS

1955 - Van Amsterdam naar Alkmaar en de verandering van Julie

Terwijl President Soekarno en Minister Luns van Buitenlandse zaken elkaar steeds onsympathieker vonden had Anton het idee opgevat om zijn oude beroep als tuinman weer op te pakken. Het gezin bestond inmiddels uit zes kinderen en Julie was inmiddels opnieuw zwanger. Een groter huis vinden in het door woningnood geplaagde Amsterdam was een bijna onmogelijke opgave. Politiek stonden Anton, Luns en Soekarno aan de zelfde kant. Zij hadden het Atlantisch denken omarmd en waren tégen de communisten. In geheel Nederland konden de communisten op steeds minder sympathie rekenen. Dat was bij Soekarno voorheen wel anders geweest maar zijn contacten met de Amerikanen brachten behalve meer politiek aanzien gewoonweg meer geld en opdrachten voor het Indonesische bedrijfsleven op. Ook de antikoloniale houding van de Amerikanen was voor Soekarno een mooi wapen tegen de onverwerkte sentimenten over het verlies van Indië in Nederland. 

Pas in 2000 zou premier Wim Kok geneigd zijn om de relatie met Indonesië in ander licht te willen stellen.  Zo niet Minister Joseph Luns die nam de opdracht om Nieuw Guinea voor Nederland te kunnen behouden in 1956 zeer serieus en moest ondanks grote tegenzin met de Indonesische regering aan de vergadertafel om de  Nederlandse (industriële) belangen in Indonesië niet in gevaar te brengen. Anton volgde via de radio en de kranten het politieke nieuws op de voet. Anton was zich hierdoor zeer bewust van het grote gevaar uit Rusland wat steeds dichterbij leek te komen door de Koude Oorlog. Hij luisterde veelal naar het avondnieuws op de radio terwijl hij het rekverband aan zijn onderbeen verwisselde. Het was een dichtgegroeide schotwond opgelopen tijdens een razzia door de Duitsers in de oorlogsjaren.

Anton had weinig sympathie gehad voor de acties van de Nederlandse communistische beweging tegen het optreden van het Nederlandse leger in het nieuwe Indonesië. De kaarten actie om de door de Indonesische regering aan Nederland uitgeleverd ‘overloper’ Piet van Staveren uit de gevangenis te bevrijden had hij ronduit belachelijk gevonden. Julie stond meer aan de kant van de pacifistische Koningin Juliana. Die had immers gezegd dat als de mensheid zich zo geweldig had ingespannen om de oorlog te winnen dan zouden zij toch ook met de zelfde inspanning ‘de vrede’ kunnen winnen. Ook Julie wist dat het op paleis van de koningin te Soestdijk niet altijd even gezellig was geweest. De gebedsgenezeres Greet Hofmans had een paar jaar grote invloed op Juliana gehad en Greet had zelfs een eigen kamer op het paleis gehad. Prins Bernhard had zich zeer verzet tegen de aanwezigheid van Greet maar anderzijds kwam de onrust in het paleis hem ook wel goed van pas zou hij vele jaren later toe geven. In 1952 werd zijn buitenechtelijke dochter geboren. De affaire Hofmans zou pas in 1956 door een artikel in het Duitse magazine Der Spiegel internationaal aandacht trekken. De Nederlandse pers had door zelf censuur weinig over de interne problemen op Soestdijk naar buiten gebracht. Juliana, Greet en Julie hadden met elkaar gemeen dat zij alle drie bewonderaar waren van Jidu Krishnamurti die zichzelf in 1929 zou bevrijden van de Theosofen. Vanaf 1925 zou Krishnamurti de door de Theosofen opgelegde volgelingen uitleggen dat hij die een ander volgt ophoudt de waarheid te volgen. Hij brak in 1930 met de Theosofen en begon de wereld af te reizen met lezingen om mensen ‘onvoorwaardelijk vrij te maken’. Julie herkende haar eigen wens naar innerlijke vrijheid in de woorden van Krishnamurti en zou haar leven lang om de zoveel tijd zijn boeken blijven lezen.

Het leven en werken als vertegenwoordiger in kantoorartikelen beviel Anton niet meer. Ondanks zijn huwelijk in 1940 met Tonia met wie hij al sinds 1938 had samengewoond was de oorlog de enige periode in zijn leven geweest waarin Anton zich het meest vrij had gevoeld. Nadat de Duitser Nederland hadden bezet in het voorjaar van 1945 had de Nederlandse samenleving zich aan moeten passen aan de nieuwe door de Duitsers opgelegde regels. Vanaf 1941 liet Anton zich steeds minder zien in zijn jonge gezin aan de Marco Polostraat. Hij wilde niet in Duitsland tewerkgesteld worden en was daarom ondergedoken geweest. Slechts sporadisch kon hij zijn moeder, zijn vrouw en zijn kinderen opzoeken die allen in de zelfde straat woonden. Hij leefde in die periode op tientallen ‘illegale’ adressen en verleende als zwarthandelaar hand en spandiensten aan personen die in het verzet zaten of goederen wilden ruilen voor extra voedsel. Tijdens de buitengewoon koude hongerwinter van 1944 had ook Anton grote problemen gehad om zijn kinderen, vrouw en moeder van extra voedsel en brandstof te voorzien. Ondanks alle spanningen die het heimelijk verzet tegen de Duitsers met zich mee had gebracht had Anton voor het eerst van zijn leven een doel gehad wat op een hoger niveau had gelegen dan de economische korte termijn oplossingen waar hij voor de oorlog mee te maken had gehad. Anton was machteloos geweest toen hij als 8jarige mee had moeten maken dat zijn moeder had willen scheiden en heimelijk vanuit Den Helder naar Amsterdam was gevlucht. Naar een bovenwoning in de Borgerstraat. Anton’s vader was in 1890 vanwege gedragsmoeilijkheden naar de Zeevaartschool in Leiden gestuurd en zou na 30 jaar dienst als marineman recht hebben op pensioen. Een veel lager pensioen vanwege de vele voorvallen die in verband hadden gestaan met dronkenschap en agressief gedrag. Anton’s vader was in februari 1920 voor zijn laatste reis naar Batavia vertrokken. Helena, de moeder van Anton wilde echter zelfstandig verder en niet meer samen zijn met een echtgenoot die vaak dronken was en dan gewelddadig werd. Zij voelde zich nog jong genoeg om werk in Amsterdam aan te nemen als huishoudster of anders als winkeljuffrouw. Na zijn terugkeer uit Indië had Anton senior in zijn boosheid over de scheiding besloten om eveneens woonruimte te huren in de Borgerstraat maar dan op de tweede etage. Kort daarna raakte hij bij een vechtpartij betrokken en werd in het Huis van Bewaring opgesloten. Het zou tussen Anton en zijn vader nooit meer goed komen. Het melancholische en dan weer flinke gedrag van zijn moeder en de autoritaire invloed van zijn oudere zuster Marie die met de veel afwezige onderzeeboot machinist Arie was getrouwd zou een grote rol spelen in zijn psychologische ontwikkeling en zijn respect voor vrouwen en visie op het moederschap. Anton werd vanaf zijn 8ste levensjaar telkens opnieuw ergens anders ondergebracht en heeft daardoor weinig stabiliteit in zijn jeugd gekend. Vanaf 1920 tot 1947 zouden ontelbare verhuizingen volgen. De persoonskaarten uit de vele gemeente archieven zijn hier stille getuigen van.

Pas tijdens de samenleving met Julie begon Anton te ervaren wat stabiliteit was. Na de relatief vrije periode in de oorlogsjaren en het mislukken van zijn huwelijk met Tonia wilde Anton ook aan zichzelf bewijzen dat hij als echtgenoot en vader van betekenis kon zijn. De zoektocht naar een ruimer huis kwam in een nieuw daglicht te staan toen Anton in 1954 had vernomen dat de oude kwekerij van de familie Doggenaar in Alkmaar te huur zou zijn. Anton kende de kwekerij nabij het oude centrum van Alkmaar zeer goed. In de vooroorlogse jaren had hij herhaaldelijk als los werkman klussen in de kwekerij gedaan die verbonden was aan een bloemisterij in de Alkmaarse Langestraat. Het was ook in die periode geweest dat Anton zich bewoog tussen twee vakgebieden. Hij was samen met zijn in Den Helder wonende oudere broer Jo een kantoorboekhandel begonnen die in 1934 failliet was gegaan. Hierdoor moest hij noodgedwongen weer aan het werk als tuinman maar kon door de economische crisis geen vast werk vinden. Nadat zijn eerste huwelijk op een scheiding van de moeder van zijn eerste zoon was uitgelopen en na een avontuurlijke maar weinig succesvolle periode als vertegenwoordiger van tuinkas verwarmingen in Zuid Frankrijk zou Anton zich ‘Tuinbouwkundige’ gaan noemen. Na de oorlog hadden de bloemen en planten kwekers een zeer moeilijke periode. De krappe beurs van de bevolking liet niet toe dat er veel bloemen en planten werden gekocht. Toen de economie zich vanaf het begin van de jaren vijftig leek te herstellen zag Anton nieuwe kansen en ook het ruime bovenhuis wat bij de kwekerij hoorde leek aantrekkelijk te zijn. In 1955 verhuisde het hele gezin naar Alkmaar en begon Anton de bouwvallige en verwilderde kwekerij nieuw leven in te blazen. 

Voor de reeds geboren kinderen van Anton en Julie was het veel ruimere bovenhuis een zegen en de tuinderij een klein paradijs. Zij konden heerlijk spelen in de oude plantenkassen en meehelpen met het wieden van de bloemenbedden die door lange betonnen randen van elkaar werden gescheiden. Voor de twee oudste kinderen van Julie was het wonen op de kwekerij minder leuk. Die werden al snel als ‘werknemers’ van Anton in gezet. Omdat de kwekerij geheel opnieuw opgebouwd moest worden en nog geen inkomsten genereerde moest Julie noodgedwongen op zoek naar een vaste baan die ook de ziektekosten verzekering voor de kinderen zou gaan dekken. Julie vond al snel werk bij een grote drukkerij in de oude binnenstad van Alkmaar (Drukkerij W.F. Slinger) niet ver van de Kaasmarkt. Al heel snel maakte zij promotie omdat bleek dat Julie behalve snel drukwerk correcties kon uitvoeren ook advertenties kon schrijven en van een grafische opmaak kon voorzien. Haar salaris steeg hierdoor zo vlot dat zij besloot om een gedeelte van haar salaris te besteden aan kunstschilderlessen o.a. in het atelier van een van de bekende Alkmaarse kunstschilder Koos Stikvoort bekend van het tekengenootschap Kunst Zij Ons Doel en later van de kunstenaarsvereniging 'Doorwerken'. Julie genoot van haar werk en de schilderlessen. Voor het eerst na haar aankomst in het Nederland van 1946 had zij het gevoel dat haar grafische werk op de drukkerij en de teken- en schilderlessen een brug over haar traumatische ervaringen op Java zou bouwen. Julie verdiende voldoende om ook een dienstbode-kindermeisje in te kunnen huren die overdag voor de kinderen zorgde en het eten zou koken terwijl Anton de kwekerij opknapte. Het gaf haar een nieuwe vrijheid zowel op financieel als artistiek gebied. De zelfstandigheid van Julie beviel Anton niet geheel. Julie was vijf dagen per week aan het werk en daarnaast volgde zij nog de schilderlessen. Er waren jaloerse ruzies die geregistreerd werden door de opgroeiende kinderen. En de conflicten tussen Anton en Julie's tweede, in Indië geboren zoon liepen steeds hoger op. 

Een persoonskaart uit het gemeente archief van Den Helder
Anton is in 1912 geboren (Joseph Luns in 1911)



Anton aan het werk als vertegenwoordiger in Amsterdam



Amsterdam 1955


In 1955 verhuizen Anton en Julie naar Alkmaar. Op de foto het huis waarvan zij de boven en zolder etage in gebruik zouden nemen. Aan de achterkant was er een houten trap die over de achtertuin van de buren toegang tot de de kwekerij zou geven die door Julie - Kwekerij Bloemenland - genoemd zou worden


Op de luchtfoto links boven het adres is een parkeerterrein waar te nemen wat aansluit op het park. Hier was de oude kwekerij gevestigd waar Julie en Anton van 1955 tot 1959 zouden wonen en werken.


Een oefenschilderijtje door Julie gemaakt in 1956 
het is een van de kinderen van Julie



De Rotterdamse communist Piet van Staveren (*1925), die zich als dienstplichtige 
tegen uitzending naar Indonesië verzet had maar er toch terecht kwam, 
liep in 1947 in Djokjakarta naar de republikeinse troepen over. 
Hij veranderde zijn naam in Pitojo en probeerde in radiouitzendingen 
Nederlandse soldaten over te halen de strijd te staken. Hij werd als communist 
door de regering Hatta gearresteerd en aan Nederland uitgeleverd, 
waar hij tot 1955 gevangen zat.




Alkmaar 1956 


In 1955 werd er een conferentie in Bandung georganiseerd, 

Een belangrijk onderdeel van het debat ging over de vraag, of het beleid van de Sovjet-Unie in Oost-Europa en Centraal-Azië op dezelfde manier benaderd moest worden als het westerse kolonialisme. Men bereikte er consensus over, dat "kolonialisme in al zijn verschijningsvormen" werd veroordeeld, wat impliciet inhield dat zowel de Sovjet-Unie als het Westen dit zich konden aantrekken.  


De Greet Hofmans affaire Soestdijk bracht het Koningshuis in gevaar 
en Bernhard zocht elders troost



“Ik loop met Luns over het Plein in Den Haag”, vertelt oud-premier Piet de Jong thuis in zijn woonkamer in Den Haag. “Zegt Luns tegen mij: 'Ik heb vannacht weer mijn mooie droom gehad'. Dus ik vraag hem waarover hij het heeft. 'Nou, we liepen hier, jij en ik. En er kwam een vrachtauto om de hoek en die reed jou aan'. 
Dus ik kijk hem verbaasd aan en zeg: 'Dat is nou ook wat!' Luns gaat verder: 'Je ligt op de grond en je laatste woorden zijn: 'Neem het over, Joseph! Neem het over!'”, grijnst De Jong. Luns droomde premier te worden. En vertelde De Jong dat hij die droom had in elk kabinet waarin hij tot dan toe zitting had.


Wilde Papoea stammen in het Nieuw Guinea van Joseph Luns


Sukarno 1955


Het eerste NTS journaal in 1956. 
Pas in 1959 zouden Anton en Julie 
hun eerste TV aanschaffen.

  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS

1960 – Voordeliger per dozijn? - en het Rode Gevaar tijdens de Koude Oorlog

Julie had een grote prestatie geleverd, haar 12dekind werd in de zomer van 1960 geboren. De eerste twee kinderen waren geboren in Indië in 1940 en 1941. De andere tien tussen 1948 en 1960 in Holland. In december van dat jaar zou Julie 40 jaar oud worden. Tijdens deze zwangerschap was Julie alweer begonnen aan een nieuwe opleiding. Reclame tekenen en marketing. Julie wilde graag weer aan het werk niet alleen om de huishoudpot aan te vullen maar ook omdat het bij haar temperament paste. Haar onafhankelijke geest was niet echt geschikt om 100% op te gaan in de altijd zorgende moederrol. Op het door Julie ontworpen geboorte kaartje was een kraantje te zien met druppels die in een emmer vielen. Er stond een regel boven: (dochter) J.... heeft het dozijntje vol gemaakt. Het leek zo te zijn dat Anton en Julie vonden dat het gezin met twaalf kinderen compleet zou zijn en dat er een nieuwe periode zonder zwangerschappen aan zou breken. Julie zou immers eind december 1960 veertig jaar oud worden en in die jaren werd veertig jaar al oud genoemd. 
 De zwangerschappen waren periodes van overdenken en het uitzetten van toekomst strategieën. Julie vond het ook haar taak om Anton voortdurend te motiveren om voldoende inkomen te genereren voor het grootste gezin in de wijk. Als Julie boos was dan kon zij nogal bijtend zeggen dat zij 'niets kocht' met het huiskamer socialisme van Anton als hij zich weer eens opwond over de communisten. Hiermee doelde Julie echter op een van de oude helden van Anton die misschien niet geheel toevallig de zelfde voornaam droeg van haar vader, Ferdinand van der Steur. 

Elke ochtend behalve op zondagen trok Anton een van zijn vertegenwoordiger kostuums aan. Een donkere broek met bijpassend jasje met een wit hemd en stropdas in de winter en in de zomermaanden een grijs kostuum soms met een ondeugend licht weefstreepje door de stof heen verwerkt. De grote schoenen werden gepoetst door een van de oudere kinderen en vader kon op stap. Anton deed dit alles zeer plichtsgetrouw en ondanks de moeilijke markt voor snijbloemen en vaste planten slaagde hij er in om het gezin weer draaiende te krijgen na het rampzalige 1959. De schoolgaande kinderen maakten voor elkaar over zichzelf het ochtendbrood met Bleu Band margarine klaar en vertrokken zo rond 08.00 naar school. De kleintjes werden door de grotere naar de kleuterschool gebracht. Julie bleef achter met de baby en de peuters. Het zal zeker veel organisatie talent gevergd hebben om naast de kinderen en de huishoudklussen ook nog tijd te vinden voor studie. Onopgemerkt door Julie en Anton ontwikkelde zich ook de eerste kleine barstjes in het zielenleven van de groter groeiende kinderen. Troost en aandacht gingen vanzelfsprekend uit naar de jongere kinderen. Maar de kinderen die tussen 1948 en 1954 waren geboren moesten het steeds vaker doen zonder affectie en voldoende aandacht. Julie en Anton gingen ook niet graag naar ouderavonden enerzijds door tijdgebrek en anderzijds door het onprettige en beklemmende gevoel wat Julie in dat soort gebouwen kreeg. Het deed haar te veel denken aan de vele benauwde uren die zij o.a. in de MULO school van Bandoeng had door moeten maken. Dat was het gebouw waar de Japanse Militaire Politie de Kempeitai was gevestigd tussen 1942 en 1945. Daar werd geslagen, geschreeuwd, diep gezucht en zacht gehuild. Het klonk weer na, door de lange betegelde gangen en spreekkamers van de scholen van Julie’s kinderen. Als het oude Indië op die wijze in Julie terugkeerde dan leek zij wel veel kleiner en luisterde met grote treurige ogen en beantwoordde vragen met een zachte stem. Daar werd je als kind stil van. Wat was er aan de hand met moeder?

Julie was innerlijk zeer geraakt en ontroerd nadat zij op 30 december haar broer Boy en zijn gezin had kunnen begroeten in de haven van Amsterdam waar het schip met repatrianten uit Indonesië was aangekomen. Zij was diep getroffen maar had ook een gevoel van gelijk hebben ondervonden na  zijn verhalen en moeilijkheden in de voorgaande jaren in het verre Indië wat alweer vijftien jaar Indonesië genoemd werd aangehoord te hebben. Toen Anton op 31 december 1959 voor de TV zat met de kinderen die op deze avond langer op mochten blijven sprong de Amerikaanse zanger Perry Como opeens door een levensgrote papieren gulden waar 1959 op was afgebeeld. Het was opeens 1960 en Perry zong en alles zou beter worden. Anton en Perry hadden iets gemeenschappelijks. Zij zijn beiden in 1912 geboren en Perry was een soort schoolvoorbeeld van de gewone Amerikaanse jongen die ondanks zijn succes ‘gewoon’ was gebleven. Wie gebruikte er in die jaren geen ‘Old Spice aftershave’ of anders het goedkopere merk ‘Tabac’ en natuurlijk hadden Perry en Anton een pot Brylcreem om het haar mooi nat te houden op het spiegelplankje bij de wasbak staan. Anton en Perry hadden meer gemeen met elkaar, beiden waren fel anticommunist en zouden voor geen geld een proletarisch vodkaatje met CPN Kamerlid Paul de Groot willen drinken. Er waren veel meer Nederlandse huisvaders die zich met de Amerikaanse mannen identificeerden. Daar woonden ook veel meer helden dan in het rode Rusland. Daar woonde eigenlijk maar één held en dat was kosmonaut Joeri Gagarin maar die werd pas in 1961 een held toen hij als eerste mens een ruimtereis zou maken. Het is niet duidelijk welke aftershave de leden van de steeds minder populaire Communistische Partij Nederland, de CPN gebruikten. De grote naoorlogse populariteit van de CPN die ook voor een onafhankelijk en vrij Indonesië hadden gestreden was naar een ongekend laag dieptepunt afgegleden. Met name de Hongaarse opstand van 1956 zou het ongelijk van de politieke standpunten van de CPN bewezen hebben. Pas vele jaren later zou de CPN enigszins gelijk gaan krijgen toen Nederland langzaam aan accepteerde dat Indië echt verleden tijd was en dat het imperialistische gedrag uit de koloniale periode het vertrek van menig communist naar Indië in de hand had gewerkt. Eenmaal in Indië aangekomen waren de contacten met de inlandse Nationalisten al snel gelegd en zou o.a. hun invloed de basis leggen voor de het latere succes van de PKI ofwel de Partai Komunis Indonesia met als collega van Paul de Groot (Ahmet) Dipa Nusantara Aidit die in 1965 onder  Sukarno geëxecuteerd zou worden. Een andere bijzondere Indonesiër was het eerste Indonesische kamerlid Roestas Effendi. Hij werd in 1946 door de Nederlandse CPN geroyeerd omdat hij geen rol had gespeeld in de illegaliteit tijdens de tweede wereldoorlog in Nederland. Hij zou in 1946 naar Indonesië terugkeren.

Al ver voor 1960 maakten de Amerikaan zich grote zorgen over de politieke ontwikkelingen in Indonesië. Sukarno zocht contact met de Russen om de grote economische problemen in Indonesië aan te kunnen pakken maar ook om zijn leger te kunnen versterken. Onze Minister Luns probeerde met het behoud van Nieuw Guinea tegelijkertijd de Amerikanen te paaien om mee te werken aan het behoud van Nieuw Guinea maar vond weinig gehoor bij de Amerikanen. Het naar binnen halen van Indonesië was voor de Amerikanen een veel grotere vis in de moddervijver die de ‘Koude Oorlog’ werd genoemd. Anton had een op z’n Amsterdams gezegd enorme ‘bloedhekel’ aan de communisten en stond meer aan de kant van de Amerikanen. De krantenfoto’s van Ahmed Soekarno met Nikita Chroesjtsjovbevestigde bij Anton het idee dat Indonesië bestond uit een steeds roder wordende (communistische) Stalinistische bende die een bedreiging zou vormen voor zijn grote gezin in Aalsmeer. Onder de Nederlandse jeugd was Chroesjtsjov behoorlijk populair nadat hij met zijn schoen op een lessenaar had gebeukt tijdens een vergadering van de Verenigde Naties.

Elke ochtend geurde Anton naar die mengeling van aftershave, haarvet, gepoetste schoenen en zijn eerste Arsenal sigaret. Hij kuste Julie en een paar van de kleinere dochters. Nooit de jongens, dat was niet stoer. Dan zouden het maar mietjes worden. Hij sloeg hen wel, veelal met een stok of met die grote vlakke hand.  En zeker niet onterecht want wij waren ondeugend maar ook wel jaloers op elkaar tijdens de strijd om aandacht van Anton of Julie. Het was voor Anton en Julie gewoonweg bijzonder moeilijk om aandacht en troost te schenken aan zo’n grote kinderschare terwijl er ook nog brood op tafel moest komen. De TV begon een steeds grotere rol te spelen in het gezin. Dwz bij Anton. Het merendeel van de kinderen was nog te jong om langer op te blijven dan tot circa half negen ’s avonds daarna was de huiskamer voor Anton terwijl Julie veelal aan haar schriftelijke cursus reclame werkte.  Het oude Indië kwam alleen op bezoek als oma Charlotte voor enige dagen of weken kwam logeren. Oma mocht niet echt Indisch koken. Enerzijds omdat Anton er niet van hield anderzijds omdat Julie niet wilde dat haar kinderen te veel zouden verindischen. Oma maakte echter wel heerlijke hapjes voor haarzelf waarvan Julie soms proefde als er veel sambal in zat. Dat was ook vaak het moment dat oma en Julie kort Maleis met elkaar spraken. Die bijzondere geheimtaal uit het verre Indië die allen door Julie en haar moeder werd gesproken. Het was meestal Charlotte die eerste een diepe zucht nam en dan ... Loh weet je en dan zacht pratend en meestal met een verwijtende of samenzweerderige toon de laatste nieuwtjes of roddels uit het Indische Den Haag vertelde waar Charlotte met meerdere zussen in een flatgebouw samen woonde. Haar zussen hadden allen hun echtgenoot verloren tijdens de Japanse bezetting. Behalve Charlotte, haar vriend was in een kamp omgekomen. Sommige zussen hadden ook hun kinderen verloren die als soldaat hadden gediend en in gevangenschap waren omgekomen. Daar werd echter zelden over gesproken. De kinderen van Julie vingen flarden geschiedenis op met een ondertoon van groot verdriet en heimwee. Niet veel verderop woonde een Indo familie. De grootmoeder was fors en Hollands en tegelijkertijd zeer Indisch. Charlotte en Julie hadden ooit andere familieleden van hen gekend. In de buurt van Magelang waar Pa van der Steur indertijd zijn Oranje-Nassau Stichting had gehad. De grote Indische oma buurvrouw had één zoon en die was getrouwd met Joyce en mooie jonge verlegen vrouw die duidelijk zwaar onder de plak van oma zat evenals de twee kinderen van haar schoondochter Joyce. De familie kon zo heerlijk luidruchtig Indisch zijn. Hard klinkende begroetingen bij aankomst en vertrek van hun vrienden. En zoals oma buurvrouw ‘sportief’ kon zeggen met die Indische nadruk op sp- en dan het rollende –ortief. Oma Charlotte haalde dan haar schouders afwijzend op en keek de andere kant op. Volgens onze oma waren de buren niet zoals wij. ‘Wat bedoeld u Oma, met zoals WIJ?’. Ach soedah zei Oma gewoon een andere klasse. Het was duidelijk dat oma een lagere klasse bedoelde. Maar uit welke klasse kwamen wij dan? Een paar blokken verder kwam een Molukse familie te wonen. Een keurig geklede vader en een moeder die wij zelden zagen ook niet in de winkels. Hun kinderen waren klein van stuk en zagen er exotisch uit. Prachtig zwart haar een donkere tint, ook in de winter. En witte tanden die voortdurend rond een plezierige lach zichtbaar waren. Door het grote raam van hun woning kon men zien dat er veel muziek werd gemaakt.

Ook op school waren er kinderen met een Indische uitstraling en bijna altijd waren de kinderen als repatrianten naar Nederland gekomen. Toch werd er op school zelden tot nooit over Indië gesproken. Wel over Afrika en over de missie die bedoeld was om arme zwarte kinderen te helpen met goed onderwijs en tot het geloof te brengen. Er kwamen zelfs speciale onderwijzers op school die vaak Pater of Non waren in Afrika. Er werden dan tekeningen of fotoboekjes rondgedeeld waarop zeer schaars geklede zwarte kinderen in hutten woonden of dicht naast elkaar in een overvolle klas met een tekenlei aan het schrijven waren. Maar nooit een woord over Indië en zeker niet over Indonesië. Uit de krant wisten wij dat Minister Luns zich vaak ergerde aan het gedrag van President Soekarno en dat er boosheid was over geld wat niet terugbetaald werd. Als kinderen werd ons wel voorgehouden dat koningin Juliana en Prins Bernhard een soort vader en moeder voor ons waren. En dat de prinsesjes een soort oudere zussen waren waar wij een voorbeeld aan moesten nemen. Toch waren er momenten dat Anton nogal smalend over Prins Bernhard sprak. Anton vond hem maar een playboy! Wat is een playboy Pa? Ach dat is iemand die dag en nacht feestviert. Wij keken elkaar aan. En die anjer dan? Die kwam toch uit Aalsmeer. Ja zei Pa: en die krijgt ie ook nog eens elke dag gratis en voor niets. Toch zagen wij hem zelden met zijn vrouw Juliana in een dure sportwagen of vliegtuig zitten. Hoe flikte Bernhard dat toch?  Vond hij haar soms te dik of zo? Er was een vriendje en zijn vader was beroepsmilitair. Het vriendje was trots en verdrietig. Zijn vader zou uitgezonden worden naar Nieuw Guinea voor een lange periode. Waarom dan? Hij zou de Papoea’s gaan beschermen tegen Indonesië. Tegen Indonesië? Ja want Nieuw Guinea was nog steeds van Nederland en Indonesië wilde het afpakken. Er klopte iets niet. Waarom werden sommige donkere Indische of Molukse vriendjes op straat uitgescholden voor aapjes en stomme Indo? Waarom werd er zo laagdunkend over het oude Indië gedaan. Als jonge kinderen stonden wij zeer regelmatig voor onbegrijpelijke raadsels omtrent geschiedenissen waar wij kennelijk geen weet van mochten hebben. Julie zei altijd bij vragen... ach laat ze maar schelden of dat vertel ik jullie later wel eens. Het zou de komende jaren vaker gebeuren. De kinderen hebben vragen maar krijgen geen antwoorden. En wat wisten de Nederlanders eigenlijk van Nieuw Guinea  of van het oude Indië? 

In 1960 zagen de kinderen van Anton en Julie voor het eerst een zwart/wit versie van een oude Amerikaanse speelfilm op de TV. Het was de in 1950 uitgebrachte speelfilm ‘Cheaper by the Dozen’ naar het boek van  Frank B. Gilbreth verschenen in 1948. in Nederland uitgebracht met de titel ‘Voordeliger per Dozijn’. De oudere kinderen van Anton en Julie hadden elkaar verbaasd aangekeken. De film liet een volledig ander beeld zien van een familie met twaalf kinderen. Wat een leuke vader en wat een zorgzame moeder!!! Wat een mooi huis en iedereen paste in de grote auto van de vader. En wat een liefde en humor was er tussen beide ouders. Wij verdachten er Julie onmiddellijk van dat zij zich in 1950 na een bioscoop bezoek had laten inspireren door deze film of misschien wel door het boek. Als in de film de gasmeteropnemer aan de vader vraagt of er soms een picknickfeestje is roept de vader trots. ‘Ze zijn allemaal van mij en geloof me dit is géén picknick’. De kinderen van Julie en Anton zijn nooit gezamenlijk gaan picknicken of op vakantie geweest. Wat voor auto had je in die periode nodig en waar kon je in Nederland naar toe met zoveel kinderen. Een camping? De kinderen van Anton en Julie zagen al snel in dat zij nooit in een vergelijkbare situatie zouden komen zoals vertoond in de film.

1960 - Julie met haar jongste dochter

Blue Band met caroteen, daar zou je een gezond kleurtje van krijgen. 
De kinderen van Anton en Julie hadden dat niet echt nodig. 
Het was duidelijk te zien dat zij een Indo huidje hadden. 


Cheaper by the Dozen - Voordeliger per Dozijn

1922- de echte familie Gilbreth in Nantucky USA

1960 - Negen kinderen van Anton en Julie - 
de twee oudsten waren toen niet thuis en de jongste lag fris in haar wiegje.

1959 -Oudjaarsavond TV programma met Perry Como

Jaren '60 - De geuren van Anton

Soms door Anton afgewisseld met Old Spice 

1960 - De pakken van Anton bij Peek .. 'twee halen, een betalen!'



Kreymborg een langdurige favoriet van Anton

1960 - Indië was naar de achtergrond verdrongen het werd o.a. Afrika

1960 - fietsen in Djakarta 

1960 - Nieuwbouw in Jakarta

1960 Sukarno en Chroesjtsjov 'neuken met sigaretjes' werd er toen gezegd.

Russische mannenmode eind jaren '50

Een van de weinige winkels met luxe artikelen in het Rusland van 1960





  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS