Showing posts with label Soekarno. Show all posts
Showing posts with label Soekarno. Show all posts

1932 - 1936 Julie groeit op 3

Julie was een rustige en onopvallende leerling op de Hogere Burger School in Bandoeng. Van 1932 tot 1933 fietste Julie elke ochtend vanuit haar woonwijkje bij het Andir vliegveld naar de Bilitonstraat in het centrum van Bandoeng. Een van haar beste vriendinnen was Nel Chevalier en ook haar nichtje Dorothea ofwel Deetje Heyligers zat in haar klas. Nauwelijks meer dan 10 jaar later zou een andere vriendin Marie en Deetje een belangrijke rol in het leven van Julie gaan in nemen. Het merendeel van de leerlingen op de dure HBS was van Europese afkomst. Blanke ouders met blanke gezinnen. Dat waren niet alleen Nederlandse maar konden ook Duitse, Engelse of uit andere Europese landen afkomstige kinderen zijn wier ouders of soms al hun grootouders zich op Java hadden gevestigd ver voor 1900 en succesvol waren geweest. Een veel kleiner percentage waren de ‘gemengd bloedigen’ of ‘Vreemde Oosterlingen’. 

Er waren kinderen van succesvolle Chinezen of uit Armeense gezinnen of andere gemengde kinderen met bijvoorbeeld Hollands/Indisch, Hollands/Japans, Hollands/Chinees,  Hollands/Arabies  bloed. Deze diversiteit gaf geen problemen zolang deze kinderen maar uitstekend Hollands spraken en ook duidelijk de zeden en gewoontes van de Hollandse gemeenschap hadden overgenomen via hun ouders.  Natuurlijk was het hoge schoolgeld eveneens een mooi selectie criterium. Voor gegoede 100% Indonesische kinderen was deze privé HBS geen voor de hand liggende keuze. Liever gingen de rijkere Indonesische kinderen naar scholen waar meer landgenoten op zaten. Alhoewel het Indische nationalisme bestreden werd door de aanwezige Nederlandse overheden broeide en bloeide het steeds opnieuw op. De Indonesiërs wisten onderwijl heel goed dat goed opgeleide landgenoten een sterk wapen tegen de 'Belanda onderdrukkers' zou kunnen zijn. 

Julie las wel in de kranten dat er soms problemen waren met de inlandse Nationalisten maar kon toen nog niet overzien waar het hen om ging. Pas toen zij haar moeder in Bandoeng tijdens een NSB optocht met gestrekte arm zag lopen was zij diep geschokt en ook beschaamd en ontwaakte er bij Julie een voorkeur voor de vredesbeweging en het bijbehorende pacifistische gedachtengoed.

Julie schrijft in 1999 aan haar broer


Julie’s vader Ferdinand, verbleef inmiddels in India en op de Filippijnen en moeder Charlotte voelde zich alleen en in de steek gelaten. In het voorjaar van 1933 begon zij een verhouding met een Indisch/Chinese ‘kaartlegger’ en nam steeds minder tijd voor haar kinderen. Haar bezoek aan India met Ferdinand was geen succes geworden. De liefde was uit het huwelijk verdwenen en Charlotte had grote moeite gehad met de mentaliteit van de Indiërs en de Engelsen in het verre Bengalen. Na een paar maanden kwam zij alleen terug naar Bandoeng. Eigenlijk wist Charlotte zich geen raad met haar twee kinderen. Zonder personeel en met een 'krappe beurs' voelde Charlotte zich enorm in haar vrijheid beperkt en vooral tekort gedaan door de mensen om haar heen die haar voortdurend verlieten. Haar moeder was gestorven toen zij twee jaar oud was en daarna was zij binnen haar familie voortdurend van hand tot hand gegaan om uiteindelijk als zevenjarige naar een strenge kloosterorde met interne meisjesschool gebracht te worden. Waar zij tot haar 17de levensjaar zou blijven. 

Later zou Julie schrijven dat Charlotte nooit liefde heeft gekend. Eigenlijk bedoeld Julie ook dat haar moeder niet in staat was geweest om liefde te geven.



Aan de rustige en landelijke opgroei periode op het suikerfabriek terrein omringd door de landerijen, de gezellige kampongs en de vele tempels was door het verhuizen naar Bandoeng een einde gekomen. Julie miste de verhalen van haar Baboe over de oude Javaanse Prinsen en Prinsessen over de inlandse tovenaars met hun geheimzinnige krachten. 

Zij miste de gezelligheid van haar vader. Zijn grapjes en wijze woorden en de verhalen die hij vertelde uit de vele boeken die hij las. De prachtige muziek uit zijn grammofoon en vooral zijn handen die lang en slank waren geweest en haar vaak hadden opgetild. De economische crisis bevond zich in 1934 op een hoogtepunt en bracht met name veel Indische families op de rand van de financiële afgrond door de draconische bezuinigingen op het overheidsapparaat. Ook de inlandse bevolking had het bijzonder zwaar. Telkens opnieuw zou Julie zich aan moeten passen aan de nieuwe regels in elk gezin waar zij (tegen betaling door vader Ferdinand) werd ondergebracht. Na één jaar op de privé HBS moest Julie vanwege geldgebrek vertrekken naar de minder goed bekend staande en zeer religieuze Zusters Ursulinen HBS bij het Pieterspark. 

Uit het Godsdienst onderwijs op die school heeft Julie vooral genoten van de brieven van Paulus en de verhalen over de kleine en grote Heilige Theresia. Maar ook de Max Havelaar van Multatuli sprak haar aan naast de vele jeugdboeken die zij met vriendinnen ruilde of in de bibliotheek leende. Hieronder een fragment uit de Paulus Brieven die ook veel later door Julie werden herlezen:

‘Wil iemand zich op iets beroemen, laat hij zich op de Heer beroemen,’ want niet wie zichzelf aanprijst is betrouwbaar, maar wie door de Heer wordt aangeprezen.


Het was deze laatste zin uit deze brief die de kern zou worden van een grote aversie in Julie tegen 'opscheppers' en mensen die zich groter maakten dan zij eigenlijk waren. Hierbij past het in Indië veel gebruikte woord 'branie'.
Julie werd in die periode op haar manier zeer religieus maar zij voelde toen al de 'politiek' die vanuit de Kerk(en) bedreven werd. Zonder haar ouders werden bepaalde heiligen in die periode haar geestelijk leiders. Hierdoor kreeg zij een soort innerlijke kracht om alsnog de HBS met zeer goed cijfers af te sluiten en de dagelijkse problemen te kunnen relativeren. In tegenstelling tot haar nichtje Dee want die was gezakt voor het examen. Hierdoor moest Julie vertrekken uit het gezin van Dee waar zij het laatste schooljaar had doorgebracht. Julie zou Dee te weinig hebben geholpen volgens de moeder van Dee. 

Religie was voor Julie geen doel maar een middel om de ‘kleine dagelijkse ellende’ te kunnen ontlopen. Als het tegen zat dan fietste (vluchtte) Julie graag naar de kerk om gewoon even tot rust te komen of haar verdriet te kunnen vergeten. Sociaal deed Julie net voldoende om niet in de problemen met haar omgeving te komen. Julie had zich zelf aangeleerd om zich ondanks de grote problemen om haar heen, volledig af te sluiten en geconcentreerd aan een door haar gekozen doel te wijden. 


Pas vanaf 1970 zou Julie een aantal religieus bepaalde denkbeelden verlaten, behalve haar principe van 'vergeven en vergeten'. Het waren met name de urenlange en hevige discussies in haar kantoor aan huis met Pater J. Creighton* oud hoofd redacteur van De Linie en zijn 'zieltjeswinnerij' zoals Julie het later noemde, die haar op andere gedachten hebben gebracht. Met name het feit dat bijvoorbeeld de katholieke kerk zo weinig voor de Molukkers tijdens de bezetting in Indië had ondernomen zat haar flink dwars. Haar kleine kantoor gaf Julie de ruimte die zij nodig had om zich af te sluiten voor haar grote gezin. Zij schreef aldaar haar teksten en werkte reclamecampagnes uit maar het gaf haar ook de ruimte om te mijmeren over zaken die haar pijn hadden gedaan in haar jeugd en in de periode daarna. Toen zij jarenlang op de vlucht was. En over de rol van de kerk. Een periode waar zij door Pater Creighton aan herinnerd werd.


Op 5 April 1935 bracht Gouverneur B.C. Jonge een werk bezoek aan Surakarta (Solo). De koelieordonantie was toen nog niet geheel afgeschaft. Het was deze Gouverneur die door Nederland "De kolonie is er voor het moederland en niet andersom" was aangesteld om grote bezuinigingen in Ned.-Indië door te voeren en zodoende het Staats Inkomen in Nederland met de jaarlijkse 400 tot 600 miljoen gulden uit Indië op peil te houden. De pracht en praal van zijn bezoek staat in schril contrast met de armoe lijdende inlandse bevolking. Waarvan er maar circa 6% naar school ging. Julie was nog te jong om te bevatten wat er eigenlijk gaande was maar vertelde later wel dat zij op school of thuis geen kritische vragen mocht stellen. Uitbuiting van de inlandse bevolking werd verdedigd met argumenten zoals nieuwe scholen (circa 180 Hollands-Inlandse scholen voor 30 miljoen kinderen?) en aanleg van een infrastructuur die vooral bedoeld was om nog makkelijker zaken te doen in het belang van de blanke bevolking en de Nederlandse regering. 


"Driehonderd jaar hebben wij hier al met klewang en knuppel geregeerd en over driehonderd jaar zullen we dat nog wel doen", aldus de gouverneur-generaal van Nederlands-Indië, jonkheer B J. de Jonge toen zijn ambtstermijn in 1936 erop zat." *Mijnheer de Jonge zou deze uitspraak later ontkennen.

   Yogyakarta 1934 

1935 Pandhuis ofwel Bank van Lening voor de zeer verarmde inlandse bevolking

    Europese School in Indië

Montessori school Malang

    Javaanse lagere school in Indië

Dessa (platteland) school in Indië

De straatnamen in Bandoeng zijn nu allemaal veranderd. Veel van de oude Hollandse gebouwen en huizen zijn nog immer aanwezig.

De eerste HBS van Julie is vanaf 1942 gebruikt als 
'voor internerings-gebouw' door de Japanners.

Luchtfoto van Bandoeng

De Groote Postweg Oost Bandoeng

De Grote Postweg - Julie zal later in Bandoeng, Batavia (Jakarta) en Soerabaja wonen. Tussen oktober 1945 en april 1946 verblijft Julie in de Oude Boei 'Boei Lama' gevangenis van Cheribon.

De toen nog landelijke Dagoweg




  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS

1936 - 1938 Julie groeit op 4

In 1937 woonde Julie tijdelijk bij haar moeder Charlotte aan de Merdikaweg. Zij had haar HBS diploma gehaald en de vraag was welke vervolgstudie het meest bij Julie zou passen. Ondertussen was de economie in Nederlands-Indië weer opgeleefd en de crisis leek voorbij te zijn. Haar ouders waren inmiddels al weer meer dan vier jaar gescheiden en Charlotte woonde samen met haar vriend Mijnheer de Block in een pand naast zijn grote wasserij. 

Charlotte en haar vriend waren tot grote ergernis van Julie nog steeds lid van de Indische NSB. Terwijl Julie zelf eerder aan gelijke rechten voor iedereen dacht. Ook omdat zij er bijna dagelijks aan herinnerd werd dat zij een 'Indo meisje' was. Julie was geen 'inlandse' maar ook geen Nederlandse.
Julie voelde zich min of meer gedwongen om het studieadvies van haar moeder op te volgen. Verpleegster worden zou al helemaal niet haar keuze geworden zijn. Julie hield van een liedje van Elsie Carlisle de tekst uit dat liedje zegt behalve iets over het gevoel voor humor ook wel iets over waar Julie werkelijk aan dacht. Anderzijds had zij al veel eerder haar respect voor Charlotte verloren. 

In de jaren ervoor was zij telkens opnieuw bij andere families ondergebracht waar zij zich ook vaak eenzaam had gevoeld. Haar broer verbleef in het Instituut van Pa van der Steur in Magelang omdat haar moeder niet voor hen beide zou kunnen zorgen vanwege haar werk op de wasserij en haar relatie met de eigenaar.
De opleiding die Julie ging volgen aan de Kweekschool ofwel de opleiding tot schooljuffrouw  werd geen succes. Achteraf bezien is dat opvallend voor een vrouw die later 14 kinderen zou krijgen maar geen affiniteit voelde met ‘liedjes zingen, spelletjes doen, enz. Nadat Julie aanvoelde komen dat zij geen carrière wilden maken als Juf solliciteerde zij buiten haar moeder om op het hoofdkantoor van de Post en kreeg vervolgens een opleidingsplaats met salaris. 

Julie werd viertalig stenotelegrafiste. Engels, Frans, Duits en Nederlands. Haar kennis van de inlandse talen kwam haar ook hier van pas omdat zij aan het loket herhaaldelijk inlandse en Chinese of Japanse klanten te woord stond die hun telegrammen in een buitenlandse taal verstuurd wilden hebben. Julie leerde lange teksten verkort weer te geven.

Doordat Julie al snel een salaris kreeg en het geld wat haar vader stuurde samen zou voegen kon zij zelfstandig gaan wonen en was dus niet meer van haar moeder afhankelijk. Net 17 jaar oud geworden huurde zij een kamer met kost en bewassing niet ver van het centrum van Bandoeng. 

’s Avonds studeerde  zij vlijtig haar talen en zij maakte al snel promotie binnen het Postkantoor. Zij raakte o.a. bevriend met commies Ukkie Sombeek een 10 jaar oudere vrouw met wie zij een hechte vertrouwensband op zou bouwen. Ook met een afdeling Chef Mijnheer Ingram had zij een plezierige werkrelatie.

In de avonduren en in de weekeinden bezocht zij haar vriendinnen ging vaak naar de bioscoop en las veel boeken onder andere de boeken van Eddy du Perron naast de vele romans en tijdschriften over mode uit Europa. Zij had ook leren naaien en verstellen en zij ontwierp toen al gedeeltelijk haar eigen kleding met de gevonden stoffen op de inlandse markten.  Verbitterd of boos op haar ouders was zij niet. Al vroeg had zij geleerd dat haar moeder een wat kille en gevoelsarme vrouw was die wel een beetje van roddelen en platvloerse grappen hield maar anderzijds voortdurend op haar hoede was om zo Europees mogelijk over te komen. 

Charlotte was geen moederfiguur die je met raad en daad bijstond. Haar boosheid en gebrek aan zelfreflectie over het ‘verlaten’ zijn door haar echtgenoot Ferdinand kon zij moeilijk voor zich houden als zij in contact was met haar twee kinderen.

Julie ontweek om die redenen haar moeder zoveel mogelijk. Noodgedwongen werd zij al heel vroeg zelfstandig. Julie richtte geheel en al haar eigen leven in zonder enige steun van haar moeder. Nog in 1937 ontmoette zij de nieuwe vrouw van haar vader in een hotel in Bandoeng. Julie vond het een aardige en lieve vrouw en zij zag dat haar vader heel gelukkig was. 

Hij vertelde dat hij zijn werk op de Filipijnen mogelijk zou gaan verruilen voor een nog betere positie in India. Terugkeren naar Java en werk vinden in de ingestorte suiker industrie was geen optie. Julie zo zich tijdens die fijne dagen met haar vader zo dichtbij niet realiseren dat zij hem voor het laatst zou zien.

Julie leek als 17jarige stabiel en zeker niet ongelukkig. Zij had haar werk bij de Posterij en zij was niet afhankelijk van haar moeder. Zij begreep dat de grote algemene crisis voor veel andere landgenoten noodlottig was geweest en zij had het gevoel dat zij er ondanks alle familie problemen er toch goed door heen was gekomen. Zij ging uit met groepjes vriendinnen en had in die periode geen vaste vriendschap met een van de jongens die mogelijk naar haar hand hadden gedongen. 

Haar gedrag was vergelijkbaar met het merendeel van de Katholieke meisjes uit haar oude school. Anderzijds zorgde het drukke werkschema bij de PTT en de avondstudie voor weinig vrije tijd en had Julie geen moeite met de nodige zelfdiscipline. Julie schreef trouw aan haar vader en zag haar broer Boy die in Magelang bij Pa van der Steur woonde regelmatig.

Er woonde een paar zussen van Charlotte in Bandoeng en ook de moeder van haar vader, Jeane Heijligers bezocht zij regelmatig. Soms ging zij met haar moeder op bezoek in het oude Deuning onderkomen in Boyolali. In 1938 werd Julie gepromoveerd en kan zij zich aanmerkelijk verbeteren door naar Batavia (Jakarta) te verhuizen waar inmiddels ook haar vriendin Nel Chevallier woonde in de wijk Meester Cornelis.

Ook in het veel grotere Batavia bezocht zij regelmatig de bioscopen waar haar favoriete Amerikaanse films draaiden en ’s avonds luisterde zij veel naar de Amerikaanse en Engelse liedjes op de radio. Vooral filmster Dorothy Lamour en de films met Fred Astaire en Ginger Rogers waren haar grote favorieten. Of Julie een saai en deugdelijk meisjes was in die periode? 

Zij was eerder een keurig Indo meisje wat hard werkte en zich makkelijk en zeer geconcentreerd kon verliezen in haar werk en daarnaast een grote belangstelling voor creatieve vaardigheden zoals kleding maken, schilderen, tekenen en muziek maken zoals zingen. Kwaliteiten en talenten waar zij in haar latere leven steeds opnieuw op kon terugvallen om indien nodig haar steeds groter groeiende gezin te onderhouden. 


Op de niet al te scherpe foto met Julie is een meisje te zien of anders gezegd een jonge vrouw op weg naar volwassenheid. Julie staat vooral met rechte recht en wat afgewend naar de fotograaf. Niet echt poserend maar meer alsof het dan maar even moet. Julie was circa 1.59 cm lang en had een meestal een vriendelijke blik in haar ogen die donkerder werd als zij ging nadenken of zich concentreerde. Qua temperament bewoog zij zich tussen flegmatiek en cholerische energie uitbarstingen. Zij wist haar gevoelens goed weg te drukken en kon soms scherp reageren op onrecht of onzin. 

Haar analytisch vermogen was al jong aangescherpt door de wijze waarop haar vader Julie in de gezinsproblemen had betrokken. Hij nam haar vaak in vertrouwen. Het is goed mogelijk dat hij Julie gebruikte als intermediair om via Julie bepaalde signalen ofwel zoals hij over verschillende zaken dacht aan Charlotte of haar broertje af te kunnen geven. Charlotte kon zich immers behoorlijk gevoelsarm en afwijzend op stellen en haar broer was nogal schuchter en soms onzeker. 


Toch had ook Julie het soms onbenaderbare gedrag van haar moeder. Zij bleef vriendelijk en luisterend maar écht naar binnen kwam je niet. Vermoedelijk spelen de scheiding van haar ouders en daarna verhuizingen naar de vele families waarin zij moest verblijven een rol in haar gevoelsleven ontwikkeling. Zij drukte eventuele onlustgevoelens en pijn weg door hard te werken en door positief te blijven denken.  Zij wist zich te beheersen en zorgde ervoor dat zij niet al te snel op problemen van anderen betrokken raakte. Julie leefde in Bandoeng, in een snel groeiende stad die haar best deed om zo Nederlands mogelijk te worden. Net zoals Julie.


Julie rond 1938 onderaan de foto is een waarmerk te zien van HELIOS een fotograaf 
die aan de Merdikaweg 11a was gevestigd, schuin t/o 
het woonhuis van moeder Charlotte en haar vriend.




       Jeugdhelden van Julie 
Dorothy Lamour en Ginger Rogers met Fred Astaire


De Orion Bioscoop / Preanger Theatre

Luchtfoto van Gedung Sate waar 
Julie in een van de bijgebouwen haar opleiding volgde



1936 Viering trouwdag Juliana en Bernard in Bandoeng

Postkantoor te Bandoeng

De Groote Postweg Bandoeng
   
Bandoeng 1939 Post en Telegraafkantoor 





  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS

1939 - Julie verhuisd van Batavia naar Soerabaya

Zo rond augustus 1939 is Julie haar koffers aan het pakken om naar Soerabaya te verhuizen. De stad waar haar vader is geboren in 1900. In de voorgaande maanden was er een nerveuze stemming in Batavia ontstaan. De berichten uit Nederland waren zeer verontrustend. De mobilisatie van de bevolking in Nederland was inmiddels op gang gekomen vanwege het dreigende gevaar uit Duitsland. In Batavia werden voortdurend militaire oefeningen gehouden. Er werd ook geld verdiend aan de opkomende oorlogsindustrie. Er was veel vraag naar rubber, katoen, touwvezels, kapok voor kledingvulling en matrassen. De prijzen stegen echter met de dag vanwege het gebrek aan transportschepen en de verhoogde verzekeringspremies.  Sommige handelaren verdienden vlot grote bedragen maar de arbeiders moesten opnieuw voor hun baan vrezen omdat er ook tekorten aan grondstoffen ontstonden. 

De pogingen van het Indisch Gouvernement om ‘in gesprek’ te blijven met de Japanners liepen vaak op niets uit. Dwz er werd overleg gevoerd maar er werd vooral een ‘stoere houding’ aangenomen door de Nederlanders. Tegelijkertijd realiseerden veel anderen dat het bijna onmogelijk was om met het relatief kleine leger de meer dan 40.000 kilometer kust te verdedigen. Julie volgde de berichten in de kranten en de conversaties met vrienden en bij kennissen. Maar kon er geen conclusies voor haarzelf aan verbinden ze had het zoals zoveel gewone mensen te druk met de kleine en grote dagelijkse beslommeringen. Mogelijk had zij een ongerust gevoel wat was te vergelijken met de periode 1930 – 1932 toen zij als klein meisje geconfronteerd werd met de gevolgen van de wereldcrisis die haar vader en moeder ook zouden treffen. Verhuizingen, zichtbare armoede onder de inlandse bevolking later zelfs honger. Charlotte haar moeder die haar altijd optimistische echtgenoot de schuld gaf van de armoede in het kleine gezin. Vrienden van vader Ferdinand die op bezoek kwamen in de economisch zeer moeilijke periode van 1930 tot 1932 en met elkaar spraken over de grote gevolgen van het ontslag uit de eens zo veilige werkomgeving binnen de suikerindustrie.

De werkeloosheid in Indië bereikte in de beginjaren ’30 een recordhoogte terwijl tegelijkertijd de salarissen met meer dan 50% werden verlaagd. Nederland bleef zich als een uitzuigend hongerig beest opstellen en had de inkomsten uit Indië hard nodig om de staatskas in Nederland aan te vullen. De bezuinigingen troffen  ook de Inlandse bevolking en er ontstond met name buiten de grote steden hongersnood. Minister-president Colijn vond indertijd 2 ½ cent salaris per dag al te hoog voor de koelies. Julie was pas 10 jaar oud maar kon zich de toen zichtbare armoede nog wel goed herinneren. Evenals de arrestatie in Bandoeng van nationalistenleider Soekarno en eind december 1930 en zijn daarop volgende pleitrede. Het verhoogde de spanningen tussen de Europeanen en de lokale bevolking die naar meer autonomie snakten maar de spanningen had ook gevolgen voor de Indo’s die net iets lager stonden dan Nederlanders maar weer wat hoger dan de inlanders. Zij zaten er tussen in. Maar welke keuze hadden zij? Voor Nederland of voor Indië?

De oorlogsdreiging uit Europa zorgde ook in de residentie voor een politieke verharding in het woelige 1939. Nederland weigerde Indië opnieuw meer autonomie te geven. Er werd zeer streng opgetreden tegen de Nationalisten en politici die zich wilden voorbereiden op de mogelijke komst van de Japanners. De petitie van Soetardjo die in 1936 was ingediend en in 1938 werd afgewezen zou in 1939 leiden tot de oprichting van de GAPI. De Gabungan Politik Indonesia waarin bijna alle Indonesische politieke partijen zich zouden verenigen en aanstuurden op een volwaardig Indonesisch parlementair  bestuur. Gouverneur-generaal Tjarda van Starkenborg Stachouwer wees dit namens de Nederlandse regering van de hand. Hij zou hierop na jaren van gevangenschap door de Japanners persoonlijk op terugkomen. Hij was na (misschien al tijdens?) de oorlog een groot voorstander van de soevereiniteitsoverdracht zonder ‘neven oogmerken’ geworden.

In de voorgaande maanden in 1939 had Julie gewerkt als serveerster en had haar zangcarrière een kleine vlucht genomen. Zij lakte nu dagelijks haar nagels, gebruikte make-up en droeg de laatste mode die zij hoofdzakelijk zelf maakte  of zij liet zich helpen door de vele kleine naaiateliers in de buurt van de Chinese wijk waar zij op kamers woonde  bij een Chinese familie die uit intellectuelen bestond. Een familie waar zij onder geheel andere omstandigheden in 1943 als onderduikster opnieuw voor enige maanden terecht zou kunnen.

Julie zou in december 1939 negentien jaar oud worden. Als 18jarige was zij al volkomen zelfstandig en nam zij haar eigen beslissingen zonder invloed door haar ouders. De scheiding van haar ouders en de jaren die zij in gastgezinnen had door moeten maken hadden haar een soort innerlijke en uiterlijke zelfstandigheid gegeven. Zij had ook in moeilijke omstandigheden geleerd om voor zichzelf te zorgen. Door haar Indische uiterlijk kon zij zich in alle lagen van de bevolking bewegen. Haar zo precieze en accentloos gesproken Nederlands charmeerde weer de Nederlanders die dan vroegen waar zij zo goed Hollands had leren spreken. Julie wist dan precies hoe zij op charmante wijze de verbazing over de ‘Hollandsche welsprekendheid van zoo’n donker Indisch meisje ‘ weg kon nemen. Julie sprak ook uitstekend Engels, Duits en Frans en niet te vergeten Maleis en andere lokale dialecten. De wijze waarop de Europeanen omgingen met de Indo’s en de inlanders wekte soms haar irritatie of schaamte op en de wijze waarop zij haar baan bij de PTT was kwijtgeraakt kon haar in latere jaren nog boos maken. Maar wie en wát ben je als 18jarig Indo meisje in een land aan de vooravond van een wereldwijde tragedie. Julie was 1.58 lang en woog circa 54 kilo en rook vaak naar Boldoot of Patschuli. In september 1939 kwam Julie in Soerabaya aan. Het was de derde grote stad op Java waar Julie kwam te wonen. Tot haar twaalfde levensjaar had zij ‘landelijk’ gewoond. Opgroeiend op het terrein van een suikerfabriek die temidden van eeuwenoude Hindoe tempelcomplexen was gebouwd. Met Chinese tempels en de vele grote en kleine moskeen in de directe omgeving. Bezocht door mensen die alleen Maleis of een andere lokale taal spraken maar geen Nederlands zoals zij thuis en op school leerde. 

Java heeft een indrukwekkend en sterk glooiend tropisch landschap met eeuwen oude vulkanen zoals de Merapi die Julie in 1930 nog angsten hadden bezorgd na een enorme uitbarsting en waar zij met haar vader en broer nog is gaan kijken. De natuur zorgde op gezette tijden voor een enorme bloempracht met sterke geuren na een forse regenbui met daarna de warme zon. Haar moeder had haar voortdurend gewaarschuwd voor de enge bossen met verborgen geesten. Voor de sterk stromende rivieren die kinderen meesleurden. Voor de grote beelden in en rond de tempel complexen die opeens tot leven konden komen. Voor Julie was het makkelijker gebleken om in de relatieve anonimiteit van de steden een leven op te bouwen en misschien voelde zij zich ook wel veiliger vanwege mogelijk natuur geweld en minder sociale controle. Nadat zij zich vijftig jaar later begin jaren '90 van de vorige eeuw volledig had gevestigd in de zonnige heuvels van San Remo dacht (en sprak) zij vaak terug aan de exotische natuur waar zij was opgegroeid. Bijna dagelijks werkte zij in haar heuvelachtige tuin en plantte bij voorkeur cactussen die als een beschermende wal om haar huisje heen groeide. Maar het waren toch vooral de vele Hibiscusbloemen in haar tuin die Julie aan 'vroeger' deden denken. Een bloem die zich sluit en zich bij de eerste ochtendstralen opent. Julie voelde zich sterk verbonden met het karakter van deze bloem. 
                     


Julie schrijft in 1999 aan haar broer Boy

            Uitbarsting van de Merapi 1930 waar ook Julie met haar familie is gaan kijken.


Hibiscus onder de as van de Merapi na de uitbarsting in 2006


Zicht op de Merapi 2006


1930 Soekarno in het midden met dossiertas en medestanders in Bandoeng


Luchtfoto van Soerabaya met in het midden de Roode Brug


Straatbeeld Soerabaya met man op de Roode Brug


De uitgaanswijk in Soerbaya waar Julie zou gaan werken in de Tabarin Bar


Studio portret van een Europese familie in Soerabaya


Soerabaya - veroordeelden op weg naar de gevangenis


Europese familie voor hun huis in Soerabaya

een groep poserende jongens in Soerabaya


Groepsportret met leerlingen van de Koningin Emma School Soerabaya


Moskee in Soerabaya


Straatbeeld Soerabaya met Chinese tempel


Een Europese familie in Soerabaya


Soerabaya Kampong 1938


Een groep Arabische mannen bij de Arabische poort in Soerabaya


Julie vertrok naar Soerabaya en Tjarda van Starkenborgh Stachouwer bleef in Batavia en wilde Indië na de inval door de Japanners niet in de steek laten.

Soekarno als student

Sukarno met President Kennedy 1962

  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS